Aart En Afrika

Waarom Mali zich niet stabiliseert

20140421Aart van der Heide. De laatste berichten uit Mali zijn niet positief. Er is onder andere ook ebola in Mali opgedoken. In Bamako hoorde ik dat mensen elkaar geen handen meer durven te geven. In de gedachtenwereld van veel Malinezen is het een straf van Allah en kun je besmetting voorkomen door hem trouw te zijn en sacrifices of offers te brengen.

Wij weten dat ebola door een virus verspreid wordt en dat de kans om eraan te bezwijken 90% is. Ook weten we dat je besmette gevallen moet isoleren, hun contacten moet nagaan, de doden zo begraven dat besmetting minimaal is enzovoorts. Hierin zie je het verschil tussen ons denken en het denken van een traditionele maatschappij. Ook ik kom uit een streek die vroeger zwaar gelovig was en overal de hand van God in zag. Maar het moderne denken is op de Veluwe ook doorgedrongen.
Verder is de regering van de eerste minister Ly afgetreden. Hij gaf als verklaring dat hij geen enkele speelruimte kreeg van de gekozen president IBK. Ook lees en hoor je overal dat de zoon van IBK, Karim, steeds machtiger wordt als parlementslid. Zijn vader is de president van de republiek en zijn schoonvader is president van het parlement. IBK heeft Moussa Mara benoemd, een voormalig burgemeester van een deelgemeente die geen politieke ervaring heeft en verder een omstreden persoon in Bamako is. IBK maakt geen sier met deze wisseling. Ly was een technocraat – econoom en financieel specialist – en geen politicus. Hij had een gedegen buitenland ervaring. In Bamako wordt gesproken van ‘une gestion familiale’ en dat betekent in het Nederlands gewoon een familiebedrijf. IBK wordt in Mali steeds vaker een ‘Malinké koning’ genoemd vanwege zijn levenstijl en zijn stijl van regeren.
Waarom valt Mali steeds weer terug in de politiek van intriges? Geen enkele antropoloog of politicoloog kan hier een antwoord op geven. Ik hoor steeds vaker van Malinezen dat het in hun cultuur zit. Wij als politiek correcte westerlingen ontkennen dat dan maar weten wel beter.
Het zogenaamde vredesproces vlot ook niet. MINUSMA – de VN vredestroepen – doet vele pogingen de partijen te verzoenen maar vraagt zich te weinig af of deze partijen verzoenbaar zijn. De Fransen zijn nog in grote getale aanwezig en hun troepenmacht SERVAL opereert parallel aan de MINUSMA. De kritiek op MINUSMA groeit en in het zuiden van Mali wordt al gesproken over het geldverslindende karakter en de ineffectiviteit van deze missie. In de grote steden als Tombouctou en Gao zijn de MINUSMA troepen sterk aanwezig. De vele Afrikaanse officieren rijden rond in dure terreinwagens, werken in kantoren met airco en leven een goed leven. Dezelfde kritiek die we vaak hoorden van de UN missies in andere landen hoort men ook weer in Mali. De Jihadisten zijn de grote vijanden maar niemand van de UN troepen weet waarom. Tijdens mijn bezoek aan Gao bleek dat de jihadisten helemaal niet zo gehaat werden want ze brachten immers orde. Wel de MNLA en andere gewapende Toeareggroepen werden gehaat vanwege hun misdadig optreden. Kidal is nog in Franse handen en allerlei rebellengroepen hebben daar nog vrijheid van handelen. Westerse ontwikkelingswerkers die in Kidal zijn geweest vertellen dat je daar je leven niet zeker bent en je in geblindeerde voertuigen moet verplaatsen om niet door een kogel geraakt te worden.
De Jihadisten betaalden veel werkloze jongeren en kochten op die manier hun sympathie. Westerse NGO’s hebben dat nooit gedaan ondanks de grote sommen die naar het noorden gingen voor grote ontwikkelingsprojketen die in ontwikkelingstermen nooit duurzaam zijn gebleken. Nederlandse troepen in Gao die dus inlichtingen gaan verzamelen over criminele en jihadistische aanwezigheid zullen met deze mentaliteit ook te maken krijgen. In feite betekent het dat zij zoveel mogelijk buiten de Malinese overheid gaan werken en zelfs moeten werken en daarbij in kaart moeten brengen wie in deze wild-west wereld wat doet en wat gedaan heeft. Officieel betekent dat dat de Malinese instituties gepasseerd zullen worden en in het noorden van Mali in werkelijkheid geen soeverein Malinees grondgebied meer is. De smokkel van wapens, cocaine en andere contrabande van en naar Algerije moet dan in kaart gebracht worden zonder dat de betrokkenheid van de Algerijnse militaire top bekeken kan worden. En vergeet niet de betrokkenheid van de Malinese politieke elite. Nederland krijgt ook de beschikking over drones en zal het noorden van Mali als testgebied gaan gebruiken om deze nieuwe technologie uit te proberen om zich op die manier als waardig NAVO-lid te manifesteren. Ze zullen op deze manier zeker een wit voetje bij de Amerikanen halen.
Nederland werkt ook op grote schaal mee om de hulp aan de rechtstaat te optimaliseren. In Den Haag heb je een aantal grote organisaties die de expertise op dit terrein in huis hebben: specialisatie Rule of Law, waarin de Nederlandse regering pretendeert zich te specialiseren en hulp aan de z.g. zwakke staten wil geven. Iedere Malinese magistraat weet precies waar de fout zit en dat hulpprogramma’s om de rechtstaat te verbeteren alleen effect kunnen hebben als de Malinese politieke top eerst zelf orde op zaken stelt. Nederland heeft o.a. een groot onderzoek gefinancierd om te peilen hoe de Malinese burger over het rechtssysteem denkt. Malinezen zullen zeggen dat ze daar geen duur onderzoek voor nodig hebben omdat ze zelf heel goed weten hoe hun justitie apparaat werkt. Weggegooid geld waar alleen de donor sier in eigen land mee kan maken. Recht en orde krijg je alleen door discipline, zei een Malinees mij. Klassejustitie en nepotisme bestrijd je niet door allerlei goedbedoelde hulpprogramma’s te financieren. Dat kan alleen door de politiek gedaan worden.
De burgemeester van Gao zegt in een interview met Marnel Breure in Trouw dat er geen overheid in Mali is. Ik citeer Marnel Breure letterlijk in Trouw 11 april 2014: ‘De bevolking ziet de VN-invasie met de nodige scepsis aan, om niet te zeggen dat het klachten regent: de militairen zitten achter Malinese meisjes aan (er zouden zelfs pornovideo’s zijn gemaakt), drijven de prijzen op de plaatselijke markten op, rijden met veel poeha door de stad (waar geen gevaar dreigt), doen niets aan de onveiligheid in de omringende woestijn en communiceren nauwelijks met de inwoners van Gao, zodat niemand een idee heeft van het nut van de geldverslindende VN-operatie. De burgemeester van Gao vat de onvrede onder de burgers krachtig samen: ‘Dat hele Minusma is van nul en generlei waarde.’
Zware kritiek die er niet om liegt. De Jihadisten zullen zich in hun handen wrijven als ze dit lezen. Zij hebben volgens vele bronnen steun onder de plaatselijke bevolking en een Nederlandse missie zal dit nooit kunnen uitzoeken met gebruik van dure drones en hoogwaardige technologie. Vaak wordt mij gevraagd wat dan de oplossing is. Het eerste wat ik dan zeg is dat we goed moeten uitzoeken wanneer en waar het mis is gegaan. We moeten dan ook eens ophouden te vertellen dat het mis ging toen kapiteit Sanogo een staatsgreep pleegde in 2012. De westerse landen willen deze analyse niet uitvoeren want dan zullen de onafhankelijke onderzoekers vermelden dat het westen ook boter op z’n hoofd heeft. Mijn gast in januari j.l. zei het duidelijk dat de Malinezen zelf deze situatie moeten oplossen. Dat ze daarbij hulp kunnen gebruiken maar ook dat vooral de westerse landen hun handen van Mali moeten afhouden. Mali zal in de eerste plaats weer fatsoenlijk bestuur moeten invoeren en dat kunnen ze alleen zelf doen en eventueel onder druk van het buitenland. Daarnaast zal het leger weer op sterkte gebracht moeten worden en zelf de dicipline weer moeten herstellen. Mali heeft in Kati altijd goede opleidingscentra voor officieren gehad en kunnen dat zeker zelf weer oppakken. Daarbij zal de regering en het parlement de taken moeten uitvoeren die hen toevertrouwd zijn. De huidige toestand rond het ontslag van de eerste minister Ly, de zoon van IBK en zijn schoonvader als voorzitter van het parlement, zal de Malinese politiek zelf moeten aanpakken, samen met een onafhankelijke kwalitatieve goede pers en een sterke onafhankelijke société civile. Hiervoor hebben ze geen hulp nodig van westerse donoren die vaak hijgend aan de deur staan om hun hulp aan te bieden. Deze hulp corrumpeert en zou moeten corrigeren.
Mali zal zelf orde op zaken moeten stellen. Dit gebeurde voor een deel na de staatsgreep van Sanogo toen de grote stromen geld niet meer binnen kwamen. Er heeft toen een proces plaatsgevonden van meer op eigen benen staan. Dit was een moeilijke periode en hoe dit proces verlopen is werd weinig onderzocht. Onder IBK werd verwacht dat hij orde op zaken kon en ook zou stellen maar dat gebeurt dus niet. MINUSMA wordt meer en meer bekritiseerd. SERVAL zal zeker blijven en ze bouwen nu ook al aan hun grootste droom: een militaire basis in Tessalit vlakbij de Algerijnse grens. Nederland doet stage in dronologie en kan zich via deze missie een trouw NAVO bondgenoor tonen. Het platteland blijft arm. Als je daar bent en niet naar de RFI of de BBC luistert weet je niet wat er zich op hoger niveau afspeelt. Bamako boomt. Alle hotels zitten vol. Iedereen houdt vredesconferenties. De wegen zijn vol met nieuwe four-wheel-drives. De show must go on.
Ik hoop zelf op een brede vredesbeweging van onafhankelijke burgers die principieel niet gaat teren op de fondsen van buitenaf en een obamaans ‘we want change’ zullen verkondigen. Deze mensen zijn er wel maar veel bewegingen zijn al zo bedorven dat ze eerst buitenlands geld zoeken en dan gaan bedenken wat ze willen. Wat doe je daartegen? Als je zegt de kraan dicht draaien word je door de donoren een reactionair genoemd en wie wil zo genoemd worden?
Wat ik als laatste kwijt wil is het volgende. Het Nederlandse Ministerie van Defensie heeft een MALI Information Bulletin van de ‘Civil Military Interaction Command’ samengesteld waarin de burgermaatschappij van de regio Gao beschreven wordt. Er staat veel informatie in maar niet hoe je in zo’n complexe sociale omgeving moet handelen of vooral niet moet handelen. Het is opvallend in dit document dat de grootste lokale NGO in Gao die veel financiele ondersteuning vanuit Nederland heeft gehad sinds 1991 totaal niet genoemd wordt terwijl veel nieuwe organisaties wel genoemd worden zonder dat ze ooit iets in Gao hebben gedaan. Is dit toeval of niet?

Meer artikelen over

Reacties

Geef een reactie