Samenleving

Hoe moet Zuid-Afrika de misdaadgolf bestrijden?

Guy Lamb. In februari vorig jaar kondigde de Zuid-Afrikaanse president Cyril Ramaphosa aan de 'gewelddadige misdaad te halveren en zelfs te elimineren.' Een nobel voorstel, schrijft Guy Lamb, politicoloog aan de Universiteit van Kaapstad, maar ook erg hoog gegrepen.

Ramaphosa kondigde de doelstelling aan als een de vijf fundamentele doelen van zijn regering. Ze zou volgens hem worden bereikt door verbeterd politiewerk tegen bendegeweld, met name op lokaal niveau, en door gendergerelateerd geweld aan te pakken.

Zijn nadruk op die kwesties was goed gekozen. Enkele maanden na de toespraak publiceerde de Zuid-Afrikaanse politie haar misdaadstatistieken voor 2018-19, en die bevestigden waarom misdaadvermindering absolute prioriteit moet krijgen. De meeste categorieën geweldsmisdrijven zijn de afgelopen acht jaar dramatisch gestegen.

Tussen 2011/12 en 2018/19 was er een toename van 35 procent in moordzaken, een toename van 29 procent in pogingen tot moord en 39 procent in overvallen met verzwarende omstandigheden. Diefstallen in huizen zijn met 34 procent gestegen.

Hoge cijfers
Zuid-Afrika kent al jarenlang aanzienlijk hogere geweldcijfers dan veel andere landen. De wereldwijde studie van de Verenigde Naties voor Drugs en Criminaliteit van 2019 toont aan dat Zuid-Afrika meer dan 20.000 moorden per jaar telt. Dit ligt dicht bij het aantal moorden voor heel Europa en een kwart van alle moorden in Azië.

Onlangs benadrukte Ramaphosa opnieuw de inzet van de regering om gewelddadige misdaad aan te pakken. De focus op verbeterd politiewerk en gendergerelateerd geweld is behouden. Hij heeft zijn hoop gevestigd op een betere zichtbaarheid van de politie – met name betere anti-bende-eenheden, verbeterde opsporing en onderzoek van misdrijven en betere samenwerking tussen de politie en de Nationale Openbare Aanklager. Een ander idee is om een nationaal strategisch plan voor gendergerelateerd geweld en femicide uit te rollen.

Die ingrepen hebben, als ze ook effectief worden geïmplementeerd, het potentieel om het aantal geweldsmisdrijven terug te dringen. Maar als er een substantiële daling moet komen, moeten ook de oorzaken van geweldpleging, vooral door jonge mannen, en het lage vertrouwen in de politie worden aangepakt.

Anti-bende-eenheden
De anti-bende-eenheden zijn gebaseerd op succesvolle praktijkvoorbeelden. Zoals benadrukt wordt door gezaghebbende experten zoals John Casey, Michael Jenkins en Harry Dammer: 'Bepaalde misdaden, met name georganiseerde misdaden en bendegeweld, kunnen niet worden aangepakt door middel van routinematige politiereacties en vereisen gespecialiseerde expertise.'

Internationale studies geven aan dat de inzet van niet-agressieve gespecialiseerde eenheden geweldsmisdrijven kan verminderen. Maar hun praktijken moeten zorgvuldig worden afgestemd op de omgeving waarin ze werken. En ze moeten handelen op een manier die het vertrouwen van de bevolking in de politie niet ondermijnt.

Er is echter een donkere kant aan het werk van gespecialiseerde politie-eenheden. Het werk van de gerenommeerde socioloog Martha Huggins en anderen heeft aangetoond dat in Latijns-Amerika sommige gespecialiseerde eenheden zijn gebruikt als een mechanisme voor sociale zuivering. Drugshandelaren, straatkinderen en vermoedelijke overvallers zijn door dergelijke eenheden om het leven gebracht.

Lof
De politieminister van Zuid-Afrika Bheki Cele en hoge politiefunctionarissen hebben regelmatig lovende woorden voor de anti-bende-eenheden. Ze prijzen hun arrestaties en de inbeslagname van grote hoeveelheden illegale goederen, met name vuurwapens. Maar of daar ook succesvolle veroordelingen op volgen is nog niet altijd duidelijk.

Er zijn ook meldingen van institutionele rivaliteit tussen de eenheden en andere gespecialiseerde politie-instanties. En er zijn ook operationele misstappen gemeld, zoals het fiasco bij de informele nederzetting Samora Machel in Kaapstad. Daarbij werden tijdens een operatie zes politieagenten van de anti-bende-eenheid neergeschoten door criminelen.

Als de anti-bende-eenheden een voortrekkersrol gaan spelen in de strijd tegen gewelddadige misdaad, moeten hun activiteiten veel beter worden gecontroleerd door het parlement en het maatschappelijk middenveld. Dat is essentieel om ervoor te zorgen dat zij binnen de grenzen van een grondwettelijke democratie opereren.

Opsporing
Verbeterde opsporing van misdrijven, gecombineerd met een betere samenwerking tussen politie en justitie, kan mogelijk de veroordelingspercentages voor gewelddadige misdrijven opkrikken. Die zijn schokkend laag: zo leidt slechts 4,6 procent van de homejackings en amper 2,3 procent van de carjackings tot veroordelingen.

Maar, zoals blijkt uit onderzoeken naar corruptie en het rapport van een onderzoekscommissie, zijn veel zaken door de rechtbanken afgewezen wegens slordig politiewerk. En gerechtelijke documenten gaan vaak verloren door omkoping en corruptie.

Het creëren van een 'universiteit' voor de opsporing van misdrijven, zoals voorgesteld door Ramaphosa, kan leiden tot meer veroordelingen. Maar tegelijk moet de corruptie bij de politie systematisch worden aangepakt, om ervoor te zorgen dat dergelijke training ook zinvolle resultaten oplevert.Bovendien blijft het moeilijk om bendegeweld te vervolgen. Getuigen zijn vaak niet bereid om mee te werken. Wie dat wel doet, brengt zijn of haar persoonlijke veiligheid en die van familieleden in gevaar.

Gendergerelateerd geweld
Het plan rond gendergerelateerd geweld en femicide komt tegemoet aan een dringende behoefte om de slachtoffers, met name vrouwen en LGBTQ-personen, beter te ondersteunen. Dit plan beoogt ook de belangrijkste oorzaken van dergelijk geweld aan te pakken en beveelt een breed scala aan ingrepen aan om de preventie-inspanningen te verbeteren.

Maar de meeste interpersoonlijke geweldsmisdrijven in Zuid-Afrika worden gepleegd door mannen tegen andere mannen, en er is geen specifiek plan om dit aan te pakken. Ook heeft de regering geen goede staat van dienst bij het uitvoeren van bestaande plannen voor criminaliteitspreventie. Dat blijkt onder meer voor de nationale strategie voor criminaliteitspreventie uit 1996, en de geïntegreerde strategie voor preventie van sociale criminaliteit uit 2011.

Het tij keren
De toespraak van Ramaphosa benadrukte dat de hele samenleving moet worden betrokken bij de strijd tegen de gewelddadige misdaadepidemie in Zuid-Afrika. Niettemin heeft de overheid dergelijke samenwerkingen doorgaans beperkt tot indaba’s (conferenties), gemeenschapsoverleg en bewustmaking.

Maar om Zuid-Afrika een kans te geven het tij te keren tegen de criminaliteitsgolf, zijn, zoals verschillende studies hebben aangetoond, zinvolle partnerschappen met gewone Zuid-Afrikanen, bedrijven en specialisten op het gebied van criminaliteitspreventie essentieel.

Guy Lamb is directeur van het Safety and Violence Initiative (SaVI) aan de Universiteit van Kaapstad.

Bron: The Conversation

Reacties

Geef een reactie