Opinie

Een ongekende oorlog in Kameroen

Marianne Lindhout. Recent was Kameroen weer even in het nieuws vanwege een inval van de Boko Haram in het noorden van het land waarbij een dertigtal slachtoffers vielen. Het is echter niet of nauwelijks bekend dat er al bijna 3 jaar een grimmige burgeroorlog gaande is die zich bijna volledig buiten de grote media afspeelt.

Kameroen is een land gelegen in de oksel van Afrika, 11 maal zo groot als Nederland en met zo’n kleine 25 miljoen inwoners. Er zijn ruim 230 verschillende stammen met elk zijn eigen taal. Aan de Engelstalige zijde zijn Pidgin Engels en het Engels de gemeenschappelijke taal, aan de Franstalige zijde is dat het Frans. De Engelstaligen vormen een minderheid.
Oorspronkelijk was Kameroen een Duitse kolonie. Na de eerste wereldoorlog werd het land door de Volkerenbond opgedeeld tussen Frankrijk en Groot Brittannië. Frankrijk heerste over haar deel zoals ze in haar koloniën placht te doen: een centralistisch, op Franse structuren gebaseerd bestuur, terwijl de Britten uitgingen van bestaande structuren en een vorm van indirect bestuur instelden. In 1960 werd het Franse deel onafhankelijk. Een jaar later was er een referendum aan de Engelse kant waarbij de mensen konden kiezen tussen aansluiting bij het naburige Nigeria of bij Franstalig
Kameroen. Er werd gekozen voor een federale staat waarbij het Engelstalige en het Franstalige deel elk een grote mate van zelfbestuur behielden. Amadou Ahidjo werd de eerste president van deze Federale Republiek Kameroen.
Jaren later oordeelde deze president dat de opbrengsten van de olie voor de kust van Kameroen ten goede zouden moeten komen van heel Kameroen en niet alleen van het Engelstalige deel: hij organiseerde een referendum dat ertoe leidde dat de Federale Republiek veranderde in de Verenigde Republiek van Kameroen: één woordje verschil, maar de basis voor een gevoel van achterstelling bij de Engelstaligen was gelegd. De Engelstalige kant veranderde in één klap van een federale staat in een Noordwest en een Zuidwest Provincie en verloor haar onafhankelijke positie. Ook de nationale
vlag veranderde: in plaats van twee sterren van de twee federale staten stond er opeens nog maar één ster op.

Paul Biya
In 1982 gaf President Ahidjo de macht over aan zijn trouwe minister-president Paul Biya. Deze veranderde de naam van het land nog maar eens: in 1984 werd het woord Verenigd verwijderd en werd het weer de Republiek van Kameroen. Precies dezelfde naam waarmee het Franstalige deel begin jaren 60 onafhankelijk werd. De Engelstalige kant was gewoonweg in de staatsstructuur opgelost.
Paul Biya (86 jaar oud) is tot op de dag van vandaag nog altijd president en is daarmee een van de langstzittende presidenten van Afrika. Zijn bewind bracht lange tijd een redelijke stabiliteit in het land. Weliswaar ten koste van fundamentele mensenrechten, en met veel corruptie en machtsmisbruik op alle niveaus. Officieel bestaat er een meerpartijenstelsel maar de oppositie is verdeeld en de clan van de president houdt met alle middelen stevig vast aan de macht.
De Engelstalige kant zag door de jaren heen de invloed van de centralistische overheid steeds groter worden met als gevolg een steeds minder goed functionerend lokaal bestuur. Alles moet in de hoofdstad Yaounde beslist worden, ver weg, lokale besturen kunnen nergens op aangesproken worden; de rechterlijke macht is Franstalig, hoewel officieel het land tweetalig is. Benoemingen in het Engelstalige onderwijs gaan naar Franstaligen, etcetera.

Demonstraties
In oktober 2016 waren er in de grote steden Bamenda en Buea (hoofdsteden van de 2 Engelstalige provincies) demonstraties van advocaten en leerkrachten tegen deze ontwikkeling. Nieuwe verordeningen zouden de Franstalige invloed nog groter maken. De demonstraties werden hard neergeslagen door het Kameroense leger, bestaande uit voornamelijk Franstalige militairen met aan de top veelal personen van dezelfde clan als de president.
De protesten en de onrust breidden zich daarna snel uit. Het conflict werd aangewakkerd door dissidenten die uitgeweken waren naar het buitenland en van daaruit via de sociale media de jongeren aanzetten tot protest en allerlei acties. Deze jongeren, die geen toekomstperspectief zien en er van
uitgaan dat ze niets te verliezen hebben, geven gevolg aan hun oproep. Ze noemen zich Ambazonians en op 1 oktober 2017 riepen zij de onafhankelijke staat Ambazonia uit.
Het leger reageerde nog harder, en ook de 'Amba’s' zijn sindsdien steeds gewelddadiger geworden en er vallen veel, vaak ook onschuldige, slachtoffers aan beide zijden. Op het platteland zijn er hele dorpen platgebrand door het leger, de bevolking is gevlucht, ziekenhuisjes worden aangevallen als er een vermoeden is dat er 'Amba’s verzorgd worden.
Het openbare leven ligt grotendeels plat, scholen functioneren niet en de economie is ingestort. Vrouwen durven niet meer naar hun stukje land om voedsel te verbouwen. Er heerst een totale straffeloosheid waardoor er een spiraal van geweld is ontstaan waar de gewone bevolking het slachtoffer van is.

Geen gehoor bij de internationale gemeenschap
De Norwegian Refugee Council (NRC) publiceert jaarlijks een lijst van ‘s werelds meest vergeten ontheemdingscrises. Voor wat betreft 2018 heeft Kameroen de twijfelachtige eer om de lijst aan te voeren op de voet gevolgd door een land als Congo. ' .. wrede moordpartijen, platgebrande dorpen en een massale vlucht van de bevolking vinden geen gehoor bij de internationale gemeenschap… ' aldus Jan Egeland, voorzitter van de NRC.
De ONG Human Right Watch bracht op 19 juli 2018 een rapport uit: 'These killings can be stopped', waarin aan de hand van satellietbeelden en getuigenverklaringen een beeld geschetst wordt van de omvang en de gruwelijkheid van het conflict.
Er zijn beschuldigingen geuit van het gebruik van chemische wapens door het Kameroense leger in hun strijd tegen de separatisten . Aan de andere kant begaan de Ambazonians ook ernstige schendingen van de mensenrechten met het doden van zowel burgers als militairen. Ook aan hun eigen kant: een ieder die niet aan hun opgelegde boycot van het onderwijs en openbare instellingen meedoet loopt gevaar. Recent hebben separatisten aanvallen uitgevoerd op een dorpje waar vooral veel mensen met een andere etnische achtergrond wonen. Deze Bororo’s zijn veehouders en – handelaren, hun dorp is in brand gestoken, vrouwen verkracht en mannen gedood.
Dit conflict voltrekt zich buiten het zicht van de grote media. De belangen, vooral de westerse belangen, zijn niet groot genoeg, of juist zodanig dat men liever de ogen sluit voor wat er gebeurt. Het regime van Paul Biya staat immers op goede voet met Frankrijk. In het noorden woedt de strijd tegen de terroristenbeweging Boko Haram die vanuit Nigeria Kameroen infiltreert en het westen ondersteunt daarbij het Kameroense leger met materiaal (wapens) en trainingen. Overigens zijn er ook daar grove schendingen van de mensenrechten door het Kameroense leger.
Een conflict zoals in Kameroen lijkt op het eerste gezicht een lokaal probleem, een binnenlandse aangelegenheid. Wat er echter aan het gebeuren is, is dat het conflict zich niet alleen uitbreidt naar andere regio’s binnen het land, maar ook naar buurlanden. Nigeria zit al met een groot probleem van binnenlandse ontheemden vanwege de Boko Haram, daar komt nu de stroom vluchtelingen uit Engelstalig Kameroen bij.
Een census van het Centrum voor mensenrechten en democratie in Afrika  (CHRDA) geeft aan dat er nu al zo’n 500.000 mensen hun dorp of stad hebben moeten ontvluchten. Deze intern ontheemden trekken veelal naar de grote steden aan de Franstalige kant. Daarnaast zijn er ruim 30.000 mensen die naar het naburige Nigeria gevlucht zijn.

Vluchtelingen
Als de situatie blijft aanhouden en verslechteren zullen er veel vluchtelingen op illegale of legale wijze proberen naar Europa te komen. Cynisch genoeg is dat misschien wel het belang van het Westen dat kan aansporen tot actie. Recentelijk zijn er verklaringen en resoluties geweest, zowel van het Europese parlement als van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, waarbij het geweld aan beide zijden wordt veroordeeld. Tot op heden heeft dat weinig invloed, het tegendeel lijkt te gebeuren: de separatisten hebben niets meer te verliezen en het leger (lees de president en zijn entourage), wil koste wat kost buitenlandse inmenging vermijden en lijkt zich voor te bereiden op een nog heviger confrontatie. Het gevolg zal zijn nog meer slachtoffers en nog meer mensen op de vlucht.

Reacties

Geef een reactie