Kronieken uit Congo

Boottocht op de Congo: de legende teruggebracht

Mart Hovens. De Grote Dag. Het einde van de queeste. Roland brengt de legende van de Bangombe terug naar Lisala. We splitsten ons in twee groepjes: Roland ging naar de radio om zijn optreden aan te kondigen, en de filmer en zijn onervaren assistent (ik) gingen de stenen in de rivier filmen die in de legende een belangrijke rol spelen.

We werden begeleid door een districtschef. Op een koloniale medaille die hij om had, stond iets met ‘Inlandsch Bestuur’ en ‘Werk en Vooruitgang’. Zijn overgrootvader was al districtschef geweest, in toen nog Belgisch Kongo. Ik zei dat het mijn taal was, Nederlands. Hadden de Nederlanders dan België bezet? Ja, voor korte tijd, zei ik enigszins geschiedvervalsend. Dus eigenlijk was Congo door de Nederlanders gekoloniseerd! Nee, dat was te veel eer. Hij wees ons vele plekken aan waar de Bangombe de rivier overgestoken waren. Helaas was de rivier op zijn hoogste niveau zodat we aan de kant wel wat stenen zagen maar niet in de rivier zelf.

Voor de rest was het een mooi tochtje in onze prauw met buitenboordmotor. De grote oude bakstenen Sancto Petro-kerk domineerde een geanimeerde nederzetting. Prauwen voeren af en aan, allemaal beladen met gele plastic jerrycans met raffiapalmwijn. Alles rook ernaar en het meest nog de inwoners. Ik voelde me toch al niet lekker, dus sloeg ik het aangeboden drankje beleefd af. Ik bleef wel even in de bar zitten. Mannen en vrouwen bestelden aan een stuk door. Het goedje werd wel eerst nog door een theezeefje gehaald. Een beker kostte 0,30 €.

Terug op de boot stortte ik in. De gezondheid wil niet erg. Al een paar dagen last van diarree (niet ideaal met het boottoilet) en sinds het begin van de reis hoestbuien. Ik slaap langs de motor en daar komen allerlei vieze dampen uit, dat zal het wel zijn. Toen Dareck uitgevist had dat er nog drie personen op de vlucht Bumba-Lisala-Gemena-Kinshasa meekonden aanstaande vrijdag, hakte ik de knoop door. Ik ga over een paar dagen – in Bumba – terug naar Kinshasa.

Vrij snel vertrokken we naar de bar in Lisala om het evenement voor te bereiden. Vanaf toen liep alles mis. De Immigratiedienst had dit moment uitgekozen om mijn papieren te controleren. Ik had alleen een kopie (geplastificeerd, dat wel) bij me en dat accepteerden ze als identiteitsbewijs.
Tweede kapitein Alex zou mee gaan naar hun bureau. Ik fluisterde dat als ze moeilijk deden, ze de kopie mochten houden, ik had er nog meer. Gelach. Toen ik verlaat in de bar kwam, bleek er geen licht te zijn. Dat was wel beloofd. Dareck wilde lampjes gaan kopen maar Roland gaf geen geld. Ik ging naar Roland: ‘geen licht, geen film’. Hij gaf geld en een handig iemand verbond de lampjes met een losse stroomdraad. De installatie piepte en kraakte en was niet te verstaan. En de generator viel af en toe uit.

Nu moet ik even iets rechtzetten. Ik zeg altijd dat tijd voor Congolezen zoiets als zuurstof is: geen zorgen, het is er vrijwel altijd genoeg. Ik zat fout. Op de radio was gezegd dat er vanaf 17 u een gratis fles Primus voor de toeschouwers zou zijn, en vóór 17 u stroomden ze al binnen. Roland begon op het afgesproken tijdstip van 18 uur. Ik knikte nog nee, maar hij begon toch. Echter, het bier was nog niet allemaal rondgedeeld en het publiek eiste drank. Ik filmde achterin. Hier zaten veel jongeren. Niemand luisterde, iedereen klampte de barjuffrouwen aan voor het beloofde bier. Daarna klampte men mij aan: ‘witte, regel bier; witte, geef geld; witte, film me’. Het was een complete wanorde. Roland ging stug door. Voorin zaten wat notabelen. Als die reageerden, kwamen de jongeren er met gejuich overheen, alsof ze bij een voetbalwedstrijd zaten. Dareck en ik filmden en Roland was daar achteraf tevreden over: het was ‘heet’. Roland kortte het verhaal in en het eindigde in een complete chaos. Ik was teleurgesteld dat niemand voor het verhaal kwam, en alleen voor de gratis alcohol. Roland vond het prima: het verhaal was teruggegeven aan de Bangombe in Lisala. Gelukkig kon hij even later in en radio-interview alles nog eens rustig uitleggen.

De volgende nacht zijn we om 4 uur voor onze laatste etappe vertrokken. Ik hoorde gisteren dat er onlusten in Kisangani geweest zijn. Affiches van de kandidaat van het regime zouden zijn verscheurd, en de politie zou hard opgetreden hebben met tientallen doden als gevolg. Ik weet niet wat ervan waar is maar onze keuze voor een terugkeer vanuit Bumba wordt erdoor ondersteund. Kisangani is altijd de stad van opstanden geweest. Het is decennia lang belegerd en bezet door slavenhandelaren, en rebellen- en huurlingenlegers. Op de boot herlas ik Heart of Darkness (Joseph Conrad) en A Bend in the River (VS Naipaul) die beide in Kisangani spelen (hoewel de stad nergens genoemd wordt). De onheilspellende broeierige sfeer, het geweld, de demonen, geesten en magie, niets is wat het lijkt. Blauw Hout van Roland putte, zo te lezen, uit deze boeken (vooral het derde hoofdstuk).
Buiten trekt het vertrouwde landschap voorbij. Dat bestaat op ieder moment uit drie horizontale lagen: de bruine rivier, het groene woud en de grijze lucht. Met daarbinnen af en toe kleine variaties als een langsvarende prauw, een hutje of een donderwolk met bliksemschichten. Ik loop over de duwbakken en zie dat er veel lege kratjes bijgekomen zijn. Ik koop mijn ontbijtbanaantjes tegen de diarree, en zie een nieuw product op onze markt: een gloednieuwe vierwielaangedreven bak van een auto. Met een verkiezingsaffiche op de voorruit. Wij moesten gisteravond via een modderpaadje afdalen en daarna over een wiebelig plankje via andere duwbakken naar de hut terug. Hoe de auto hier gekomen is?

Het is koud. Ik voel me nog steeds ziek. Ik meet 38,2°C. Ik denk toch een verkoudheid of griep. Bij mij slaat dat meteen op de longen. Dat het erger kan, haal ik uit Rolands net verschenen boek: ‘De reis per Grand Pousseur over de fleuve Congo is geen reis voor beginners. Ratten, met die lading suiker en malt aan boord, het moeten er meer dan honderd zijn geweest. Vuistdikke ratten, die gewoon door je hut lopen. Of je hoort ze boven of achter de muren krabben. Vlooien, luizen, mieren zo klein, dat ze in tupperware bakjes kunnen kruipen en zich langs jampotdekseltjes naar binnen wurmen. Muskieten. De hitte. Huiduitslag van waarschijnlijk het vieze water in de havens waardoor ik nu antibiotica moet slikken. Bijna continu diarree. Ik ben afgevallen.’ Het goede nieuws: ikzelf ben aangekomen, vooral door de overvloedige maaltijden die de schrijver van bovenstaande tekst iedere dag rond 14 u maakt. Vanwege mijn belabberde toestand werd die vandaag zelfs in mijn hut geserveerd.

Iedere middag hangt het buurmeisje de was op. Steeds komen de beha’s voor mijn deur te hangen. Ik vind dat prettig want zo kan ik een beetje verscholen filmen. Bij de hemdjes en rokjes moet ik te veel bukken. Op mijn filmpjes zie je dan ook regelmatig kledingstukken in beeld verschijnen. Ikzelf was zo dom om vannacht in Lisala twee onderbroeken op de lijn te laten hangen. Weg. De blouse hing er nog maar was gescheurd. Het stormde vannacht. Of zouden de boze jongeren van gisteravond …?

Reacties

Geef een reactie