Afrikaanse paradoxen

Afrikaanse paradoxen: strandboulevards en strandtoiletten

Mart Hovens. In Nijmegen loop ik over de vernieuwde Waalkade. Het is heerlijk warm en de terrassen zitten vol. Aan de ene kant glijden de vrachtschepen over de rivier en aan de andere kant ligt oud Nijmegen te glanzen in de zon.

Enige jaren geleden jogde ik op het strand van Monrovia, de hoofdstad van Liberia. Ik moest voortdurend goed uitkijken om de uitwerpselen te ontwijken. Na de burgeroorlog is de bevolking van Monrovia snel gegroeid, in ieder geval veel sneller dan het aantal toiletten. Groot en klein, man en vrouw hurken op het strand om te poepen. Geen chique strandboulevard met terrasjes. De laatste jaren bracht ik in Kinshasa door, de miljoenenstad aan de brede Congorivier. Maar die zie je nergens. De stad ligt er met de rug naartoe. De vele vervallen scheepswerven en handelshuizen zijn omringd met muren met glasscherven erop. Geen levendige Congokade.
Daarvóór woonde ik in Bissau, een veel kleinere hoofdstad maar wel aan zee. Als je over de kade uitkeek zag je gezonken boten, geraamten van hijskranen, en de met planten overwoekerde ruïnes van gebouwen van de marine. Geen pier of casino.
Wij Europeanen kijken graag uit over de zee en dromen dan wellicht over de mogelijkheden aan de andere kant. Afrikanen keren de zee de rug toe, wellicht omdat ze zich nog steeds bewust zijn dat van die kant het gevaar komt.

Reacties

Geef een reactie