Afrikaanse Paradoxen

Afrikaanse paradoxen: biodiversiteit of biomonotonie?

Mart Hovens. Het Amazonewoud brandt en het Congowoud wordt vernield voor illegale land- en mijnbouw. De laatste wildernissen op aarde verdwijnen. Waar moeten de wilde dieren heen?

Er zijn er toch al zo weinig. Op 700 miljoen ton huisdieren en vee (weinig soorten) en 300 miljoen ton mensen (één enkele soort) is er nog maar 100 miljoen ton wilde (gewervelde) dieren op de wereld. De biodiversiteit wordt biomonotonie. Her en der tracht men dit te voorkomen.

Ik fietste deze zomer door de Oostvaardersplassen. Hier is een nieuw stukje Nederlandse wildernis gecreëerd met konikpaarden, heckrunderen en edelherten. Zonder natuurlijke vijanden breidden de kuddes zich flink uit. Maar in de winter stierven vele dieren van de honger. Daarom werden de grote grazers door ‘activisten’ illegaal bijgevoerd. Raar is overigens wel – zo las ik althans – dat als de dieren in het openbaar sterven, dat erger gevonden wordt dan als ze in een slachthuis (of onderweg er naartoe) sterven.

De grote vraag is of dit gebied een echte wildernis is of een kunstmatig aangelegd dierenpark? Het is eigenlijk heel simpel. Ofwel het is de vrije natuur, een wildernis zoals het officieel heet, ofwel het is een dierenpark zoals Kadima’s Pride of Africa waar ik in Congo voor werk.

In het eerste geval moet je de vrije natuur ook z’n gang laten gaan en zullen er af en toe dieren van de honger sterven. Van belang is dat je het leefgebied van de dieren dan niet aantast. In het tweede geval bevinden de dieren zich in een seminatuurlijke omgeving en is hun welzijn jouw verantwoordelijkheid en moet je dus bijvoederen. Voorwaarde is wel dat in zo’n dierenpark de bezoekers bewust worden gemaakt van de rijkdom van de natuur en hopelijk van de noodzaak de resterende echte wildernissen te beschermen.

Reacties

Geef een reactie