Aart en Afrika

Weerzien in Gao

20140119Aart van de Heide. Ik breng een bezoek aan Gao op verzoek van de SEAD, Sahel Étude et Action pour le Developpement, een lokale NGO die door de inname van Gao door de Jihadisten geen enkele activiteit meer heeft kunnen uitvoeren. Hun kantoor – in 1991 betaald door de Nederlandse Ambassade met een KAP-fonds – is door de MNLA geheel vernield.

Ze hebben mij uitgenodigd om met hen na te denken hoe hun activiteiten weer te kunnen opstarten. Ik heb met hen gewerkt sinds 1987 toen ik als directeur van Oxfam-UK de samenwerking met lokale NGO’s ben gestart o.a. in Gao. Ook bezoek ik de lokale NGO Tassaght die in 1987 de eerste financiering van Oxfam-UK kreeg en die hun kantoor ook gekregen hebben met Oxfam gelden. SEAD heb ik sinds 1990 in contact gebracht met Nederlandse donoren zoals SOH, ICCO, CORDAID en SOS. Ibrahim Ag Mohammed van de SEAD – hij is in 1999 in Nederland geweest om op kosten van SOH een cursus in Wageningen te volgen – stuurde mij een mail of ik wilde komen en hen wilde helpen bij hun doorstart. Kun je gedurende twee dagen met ons meedenken hoe we weer opnieuw kunen beginnen, was zijn concrete vraag. De UN van Koenders – de MINUSMA – bood me een plaats aan in hun vliegtuig na bemiddeling van de president van de Nationale Raad van Malinese Maatschappelijke Organisaties. Ontwikkelingsorganisatie ICCO uit Nederland heeft mij een plek bezorgd in het vliegtuig van de Wereld Voedsel Organisatie, hier de PAM genoemd. De burgemeester van Gao heeft mij gratis gehuisvest in zijn hotel Tizimizi.

Een blije aankomst in Gao
Mijn aankomst was een groot feest. Eerst naar de politie om mij te registreren. Daarna naar de gouverneur om hem een beleefdheidsbezoek te brengen. De politie vroeg mij niet te gaan slapen in een privé-huis van een oud-collega Sidi Ibrahim Haidara de zoon van de chef de village van Intillitt bij de grens van Algerije, maar naar een beveiligd hotel te gaan. Op weg naar het hotel Tizimizi van de burgemeester van Gao zagen we zijn auto geparkeerd staan en hij herkende mij direct na een afwezigheid van 14 jaar. Hij bracht mij persoonlijk naar zijn hotel. Natuurlijk heeft hij een kamer voor me en ik kreeg de beste kamer in het hotel waar ook andere buitenlanders o.a. van de MINUSMA gehuisvest waren. Ook kon ik de weduwen van Baba Dicko en Oumar Hamida Maiga condoleren want hun echtgenoten, waarmee ik gewerkt heb en bevriend was, waren intussen overleden. De volgende morgen kwam Alpha Amadou Maiga van de ONG FAABA uit Ansongo met wie ik gewerkt heb en bevriend ben geraakt.

De Nederlandse autoriteiten
Bij vertrek uit Bamako heb ik een mail naar de Nederlandse ambassade gestuurd met de mededeling dat ik met het UN vliegtuig naar Gao zou vertrekken om lokale NGO’s die veel financiele steun uit Nederland hebben gehad te helpen bij hun doorstart. Tevens heb ik de ambassade gevraagd of zij mijn kosten à € 750 konden betalen. Een dag later kreeg ik antwoord van de ambassade dat het officiele Nederlandse reisadvies te vinden was op de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat ik door mijn reis o.a. de Nederlandse staat in gevaar kon brengen in geval mij iets zou overkomen en dat de ambassade geen individuele reizen bekostigde. Duidelijke taal van de plaatsvervangend chef de poste – de ambassadeur was afwezig. Ik moet er ook bij zeggen dat ik afgelopen zaterdagavond een Facebook-bericht onderschepte van haar echtgenoot waarin hij zei dat als Aart van der Heide zo nodig naar Gao wilde hij ook met de bus kon gaan en dat de UN-vliegtuigen niet voor individuele reizigers waren maar alleen voor hulporganisaties. De echtgenoot van de nummer twee van de ambassade – zij heeft zijn familienaam aangenomen – heeft het bericht snel weer van Facebook gehaald maar de teerling was intussen geworpen. Ik had het gelezen maar helaas niet gekopieerd. Het was beter geweest als de ambassade mij had uitgenodigd voor een gesprek om te weten wat het precieze doel van mijn reis was. Ook had ik gehoopt bij terugkomst een uitnodiging te krijgen hen te vertellen hoe het was.

Gao weer als vanouds
Gao is rustig, de stad bruist weer van de activiteiten en de Franse soldaten zijn gelegerd bij het vliegveld. Je ziet ze niet in de stad. De MINUSMA soldaten zijn verspreid over de stad gelegerd. Er is nog steeds gevaar voor raketaanvallen, hoorde ik op een OCHA briefing, maar dat geldt ook voor de burgers van Gao en alle Afrikanen die voor de vele organisaties werken. De nationale politie heeft gezegd dat ze mijn veiligheid zullen garanderen. Iedere avond komen er drie politie-agenten in burger langs en ik biedt hen een drankje aan. Natuurlijk willen zij laten zien dat ze goed georganiseerd zijn en hun werk naar behoren doen. De kans op kidnapping in de stad is intussen minimaal, zeker als je je aan de veiligheidsvoorschriften van de politie houdt. Ik verlaat ’s avonds mijn hotel niet dat aan de MINUSMA veiliheidsvoorschriften voldoet. Ik denk dat de ambassade probeert om alle informatie uit het noorden die wijst op een normalisering probeert te bagatelliseren, om zo de Nederlandse militaire missie naar Gao – die overigens weinig steun en sympathie had in Nederland – niet in een nog slechter daglicht te stellen. Helaas heb ik geen andere verklaring voor hun gedrag. Ik heb hen officieel gevraagd wat een ‘individuele missie’ betekent en ook hoe door mijn handelen – volledig ondersteund door de Malinese regering en het maatschappelijk middenveld – ik de Nederlandse staat in moeilijkheden kan brengen? Ik denk dat de Nederlandse staat weinig benul heeft of een Nederlandse militaire missie naar Gao zin heeft. Na mijn ervaring met de ambassade denk ik dat een dergelijke missie weinig kans maakt behalve dan dat de regering kan zeggen dat ze Mali helpen, wat dat dan ook moge betekenen. Nadat ik in Gao en ook bij mijn tussenstop op het vliegveld van Tombouctou heb gezien aan de UN uitrusting aan terreinwagens, de vele nationaliteiten in uniform en militaire uitrusting van Serval en MINUSMA kan ik slechts concluderen dat hiermee de ontwikkelings- en de militaire indutrie een nieuwe inpuls heeft krijgen, dus ook de komst van de Nederlandse militairen. Na mijn bezoek aan Gao was ik ook tot de slotsom gekomen dat de crisis in het noorden van Mali niet opgelost kan worden met de vele buitenlandse militairen en hun wapentuig. De nieuwe Malinese regering zal dat zelf moeten doen met hulp van de buurlanden.

Waarom ging ik naar Gao?
Wat doe ik dan in Gao? Houd ik vakantie? Nee, ik heb vandaag met SEAD uit Gao en FAABA uit Ansongo gewerkt en verteld dat ze eens op moeten schrijven wat ze sinds hun oprichting hebben gedaan op het gebied van voedselzekerheid, veeteelt, gezondheid, voeding, micro-finance, onderwijs, capaciteitsopbouw enz. Ook maken we een lijst in hoeveel dorpen ze hebben gewerkt en in welke gemeenschappen of communes. Maak ook een lijst van het aantal (vrouwen)-groepen, het aantal (school)-kinderen en het aantal boerenfamilies en nomadenfamilies die jullie hebben bereikt. Probeer te berekenen hoeveel mensen jullie al geholpen hebben sinds 1987. We hebben ook een lijst gemaakt van de donoren die deze programma’s hebben betaald en een schatting gemaakt van hoeveel geld ze hebben ontvangen en besteed. Een enorme lijst waarvan ook ik versteld stond. Ik heb hen daarna gevraagd een lijst te maken wat zij te bieden hebben dus welke technische en sociale vaardigheden en expertise zij in huis hebben. Probeer ook te onderzoeken hoe door jullie interventies deze gemeenschappen de crisisperiode zijn doorgekomen. Hebben jullie programma’s de veerkracht of resilience vergroot? Aan het einde heb ik hen gevraagd voor mij een lijstje te maken waarmee ik hen kan helpen. Hieruit bleek dat ze mijn hulp nodig hebben om snelle situatie-onderzoeken te kunnen uitvoeren, hoe ze statistische resultaten met behulp van mooie grafieken kunnen weergeven en hoe ze zichzelf kunnen aanprijzen of kunnen verkopen door middel van goede en korte rapporten. Dus diagnostiek, grafische weergave van resultaten en marketing.

Gao is vol met buitenlandse hulpclubs en UN voertuigen
Ook heb ik een vergadering van de OCHA bijgewoond waar alle hulporganisaties aanwezig waren. OCHA is de hulp- en coordinatie-organisatie van de UN. De vergadering werd geleid door een kundige dame uit Niger. Ik was de enige blanke en Ibrahim stelde me voor wie ik was en wat ik kwam doen. Toen ik het woord kreeg heb ik o.a. mijn verwondering uitgesproken hoe het kan dat vele internationale humanitaire organisaties als het ware uit de lucht zijn komen vallen met veel geld terwijl de lokale organisaties die al vele jaren hier gewerkt hebben niets te doen hebben. Ik vroeg me af hoe het begrip duurzaamheid bij de donoren in de praktijk werd gebracht. Madame Maiga van de ECOWAS – West Afrikaanse Organisatie van Economische Samenwerking – zei dat ze het 100% met mij eens was. Ik zei ook dat het een goed teken was dat al het kader nu Afrikaans is terwijl het tijdens de crisissen eind vorige eeuw nog voornamelijk Europees was. Ook prees ik het feit dat deze vergadering door een Afrikaanse vrouw werd voorgezeten. Er is dus toch veel bereikt.

Hoe denken de bewoners van Gao over de situatie?
Ook heb ik met veel lokale mensen en organisaties gesproken wat zij van een eventuele Nederlandse militaire missie denken die de ‘ogen en oren’ van de MINUSMA worden. Als je aan wederopbouw wilt doen moet je niet met zwaar bewapende militairen komen want niemand zal hen vertrouwen, hoorde ik regelmatig. Geaccepteerd worden door de lokale bevolking zal uiterst moeilijk gaan want uiteindelijk zijn het vreemde troepen die zwaar bewapend zijn die zeker geen of nauwelijks Frans of lokale talen spreken. Het argument van diplomatie, democratie of development of de 3D’s geldt al helemaal niet, ook al gaat mevrouw Ploumen veel geld aan NOVIB, ICCO of CORDAID geven. De Nederlandse burger wordt volgens mij bewerkt met hele en halve onwaarheden alleen maar om een militaire missie te rechtvaardigen. Ik heb na dit bezoek nog grotere twijfels over deze missie die onze schatkist 250 miljoen Euro gaat kosten. Veel arme kansloze jonge mannen hebben voor de Jihadisten gewerkt tegen goede betaling. Ze hadden geen keus en wilden overleven. De MINUSMA zal dat niet doen.

Waarom wil de Nederlandse regering zo graag meedoen?
De Nederlandse ambassade zal nooit toegeven dat ze zelf boter op hun hoofd hebben. Nederland was immers één van de landen die de democratische ontwikkelingen altijd juichend hebben bewonderd en met veel geld hebben gestimuleerd terwijl de corruptie ongekende vormen aannam. Daarover valt met hen niet te praten. Nu gaan ze 75 miljoen euro per jaar aan dit militaire avontuur uitgeven. Succes in Mali is allesbehalve verzekerd en ze zullen ons in Nederland zeker vertellen hoe nuttig de Nederlandse militaire bijdrage is. Investeer in armoedebestrijding en werkelijk goed onderwijs want daarmee neem je de Jihadisten de wind uit de zeilen. Nu gaat al het geld naar buitenlandse troepen en de grote buitenlandse organisaties.

Hoe wordt er over de Jihadisten gedacht in Gao?
Wat ik ook hoor is dat onder de Jihadisten de situatie in het begin niet slecht was. Er heerste recht en orde maar dan wel volgens islamitisch recht en geen corruptie zoals onder de democratisch gekozen regeringen in Bamako. Alcohol, sigaretten, muziek, vrouwen, ongesluierd enz. werd verboden en er werden ook handen affehakt. Het waren vooral Jihadisten uit Mauretanie, Algerije, Lybie, Egypte, het noorden van Nigeria en ook uit de regio. Degenen die zich aansloten werden goed betaald en ik hoorde zelfs bedragen van € 150 per maand. Dit deed veel arme jongeren besluiten zich aan te sluiten. Zo kregen ze ook een identiteit, je behoorde ergens toe. De vernielingen werden vooral aangericht door elementen van de MNLA, de zwaar bewapende Toearegbeweging, die volgens veel bronnen nog steeds door Frankrijk wordt gesteund. De Jihadisten hadden vooral financiele steun uit Saoedi-Arabië, Qatar en andere golfstaten. Die durft de Nederlandse regering niet aan te spreken omdat wij daarmee veel handel drijven en die ons olie leveren. Toch zijn veel mensen blij dat Franse troepen hen bevrijd hebben want een sharia-bewind werd niet gewaardeerd. Volgens onze normen is dat begrijpelijk.
Ik help de lokale organisaties dus weer actief te worden.

Is dit de beste hulp?
Hier hoor ik ook hetgeen ik al eerder heb geschreven. Zorg dat het verzwakte Malinese leger weer sterk wordt, dus goed getraind en bewapend zodat ze het noorden van Mali zelf kunnen controleren. Zorg er ook voor dat de mensen het beter krijgen, dat er fatsoenlijke gezondheidszorg komt en hun kinderen naar goede scholen kunnen gaan. Na twintig jaar democratie en na veel hulp van de donoren zijn deze sectoren alleen maar verslechterd. Mijn reis naar Gao is een klein begin daarmee.

Waarom de Nederlandse autoriteiten mij maar lastig vinden
Mijn verblijf in Gao was heel nuttig maar ook aangenaam. De burgemeester heeft mij gratis in zijn hotel gehuisvest. Mijn oud-collega en vriend Berger uit Gao waarmee ik in 1991 heb gewerkt voor de Amerikanen heeft mijn eten en drinken betaald. Ook werden mij vele etentjes aangeboden door vrienden en oud-collega’s. ICCO heeft voor een plaats in het vliegtuig gezorgd. Minister Ploumen stuurde mij een bericht contact op te nemen met één van haar ambtenaren in Den Haag om mij te kunnen informeren over de veiligheid. Deze is volgens mij nog nooit in Gao of Mali geweest. Misschien is het beter dat ik het hem vertel. Je gaat Malinezen toch ook niet vragen of het erg koud op de Noordpool is? In Den Haag noemen ze dat ‘ontwikkelingssamenwerking’ maar het lijkt meer op ‘ontwikkelingstegenwerking’ met dus toch als doel onze ontwikkelings- en defensie-industrie te stimuleren?
De ministers Ploumen en Timmermans hebben veel uit te leggen.

Foto’s: Weerzien in Gao in beeld

Contact: avdheide@planet.nl of 0525-684899

Meer artikelen over

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *