Focus op Liberia en Mali

Vredesoverleg tussen regering van Mali en rebellengroepen in Algiers koerst af op mislukking

20140920Fred van der Kraaij. Sinds het midden van de maand juli zijn er in de Algerijnse hoofdstad Algiers besprekingen gaande tussen de regering van Mali en een zestal rebellengroepen. Deze besprekingen – onderhandelingen of vredesoverleg – volgen op de zoveelste Toeareg opstand tegen de regering in de hoofdstad Bamako. Ontevredenheid met een regering geleid door zwarte Malinezen is een van de belangrijkste grieven van een aantal Toeareg. Zij voelen zich door de centrale regering achtergesteld.

Over deze gevoelens van frustratie en ontevredenheid ligt de schaduw van het verleden: in voorbije eeuwen domineerden Toeareg de zwarte bevolking in het zuiden, wat onder meer tot slavernij en slavenhandel leidde. Tot op de dag van vandaag zijn de (zwarte) Bella in het noorden bekend als de slaven van de Toeareg, hoewel dat laatste heden ten dage niet meer letterlijk moet worden genomen.
De vooruitzichten voor het verloop van het vredesoverleg in Algiers zijn ongunstig. Een van de deelnemende gewapende rebellengroepen, de Nationale Bevrijdingsbeweging van Azawad (MNLA), spreekt met twee monden. Terwijl het aan de onderhandelingstafel de nationale eenheid van Mali erkent en publiekelijk afstand heeft gedaan van de claim op onafhankelijkheid of autonomie voor het opgeëiste gebied dat zij Azawad noemt – wat in feite heel het noorden van Mali omvat, ongeveer twee derde deel van het land – verkondigt de MNLA in het buitenland dat een onafhankelijk Azawad een feit is. Ook heeft zij tijdens een recente bijeenkomst in Utrecht aangekondigd dat er een ambassade van Azawad in Nederland is opgericht, iets wat zowel het ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland – dat de VN-vredesmacht MINUSMA steunt – als de regering van president Keita in Mali in het verkeerde keelgat is geschoten. Tot overmaat van ramp komen er berichten binnen dat de gewapende groepen die in Algiers aan de onderhandelingstafel zitten – MNLA, HCUA en MAA (zie hieronder) – de overeengekomen wapenstilstand benutten om zich te bewapenen en een aanval voorbereiden op Timboektoe en Gao. Het ziet er slecht uit voor het vredesproces in Mali. Ongeruste inwoners van Gao demonstreerden en protesteerden op 18 september in grote getale tegen een onafhankelijk Azawad, tegen autonomie voor het gebied en tegen elke vorm van federalisme. Zij willen vrede in een verenigd Mali.

De achtergrond
De eerste grote Toeareg opstand vond plaats in 1963, kort na de onafhankelijkheid van Mali van de Franse kolonisator – in 1960 – en in de volgende decennia leidden droogteperioden en voedselschaarste vaak tot gewelddadig verzet van Toeareg tegen de regering in Bamako, zoals in het begin van de jaren zeventig en het midden van de jaren tachtig. Grote en wijdverspreide opstanden vonden verder plaats in 1990 en 2006.
Op 17 januari 2012 begint in het noorden van Mali de vierde grote Toeareg opstand, geleid door de Nationale Bevrijdingsbeweging van Azawad (MNLA). Het verzwakte Malinese leger kon nauwelijks verzet plegen tegen de goed geoefende en bewapende Toeareg rebellen die Libië waren ontvlucht na de val van Khadaffi in 2011. In korte tijd veroverden de rebellen de belangrijkste steden in het noorden van Mali. Nadat ontevreden militairen een staatsgreep hadden gepleegd op 22 maart van hetzelfde jaar en er een machtsvacuüm ontstond mengden ook moslimstrijders van andere gewapende groepen zich in de strijd. Op 6 april 2012 riepen Toeareg rebellen van de MNLA eenzijdig de onafhankelijke staat van Azawad uit, maar de erop volgende onderlinge strijd tussen jihadisten en de MNLA werd snel door de MNLA verloren.

Eind juni al was de MNLA verjaagd uit de steden die zij aanvankelijk had veroverd, met name Gao, die nationalistische Toeareg claimen als ‘de hoofdstad van Azawad’. De succesvolle tegenstanders waren drie terroristische groepen: Ansardine, eigenlijk een afscheiding van de MNLA geleid door de charismatische Toeareg strijder, Iyad Ag Ghaly, verder AQMI (‘Al-Qaida in de Islamitische Maghreb’) en als derde Mujao (‘Beweging voor Eenheid en Jihad in West Afrika’), een afsplitsing van AQMI. In feite kwam hiermee ook een einde aan de drie maanden ervoor uitgeroepen staat Azawad – die ook door geen enkel ander land was erkend. Op 14 februari 2013 deed de MNLA officieel afstand van de aanspraak op een onafhankelijk Azawad en vroeg de Malinese regering om onderhandelingen. Een wapenstilstand werd overeengekomen, maar deze bleek in de praktijk fragiel te zijn.
In januari 2013 intervenieert Frankrijk militair en verjaagt, met behulp van de MNLA, de terroristen en jihadisten van Ansardine, AQMI en Mujao uit het noorden – achteraf zal blijken tijdelijk. Vervolgens arriveert in juni een vredesmacht van de Verenigde Naties, MINUSMA. Onder internationale druk worden snel presidentsverkiezingen gehouden die zonder problemen verlopen en tot verrassing van velen een hoge opkomst kennen. Ibrahim Boubacar Keita, bekend onder zijn acronym IBK, wordt met grote meerderheid van stemmen gekozen. In september 2013, exact een jaar geleden, wordt hij geïnstalleerd.
Strijdende partijen kwamen vele malen afspraken en wapenstilstanden overeen die evenvele malen werden geschonden. Tot de belangrijkste behoren het Akkoord van Ouagadougou, in juni 2013, en – opnieuw – een wapenstilstand die werd gesloten in mei 2014, na een zwaar gewapend treffen tussen het Malinese leger en de gewapende rebellengroepen in Kidal, de (enige) stad in Mali waar Toeareg in de meerderheid zijn. Kortheidshalve zal ik hier niet stil staan bij deze afspraken en wapenstilstanden waartoe niet alleen de MNLA zich verplichtte, maar ook de Toeareg afsplitsing die bekend staat als de HCUA – Haut Conseil pour l’Unité d’Azawad, de Hoge Raad voor de Eenheid van Azawad – en een derde gewapende groepering, van Arabieren, Mouvement arabe d’Azawad (MAA).
In deze context vinden de besprekingen in Algiers plaats. De regering van Mali onderhandelt er met het drietal MNLA, HCUA en MAA. Aan de onderhandelingstafel bevindt zich nóg een drietal organisaties: een dissidente MAA-groep, verder de CPA (‘de Coordinatie voor het Volk van Azawad, la Coordination pour le peuple d’Azawad’) en tot slot de CM-FPA (‘de Coordinatie van verzetsbewegingen en patriottische fronten, la Coordination des Mouvements et fronts patriotiques de résistance’). Duidelijk is dat de rebellen hopeloos verdeeld zijn. Ansardine, AQMI en Mujao nemen niet deel aan het overleg. Langzaam komen zij uit hun schuilplaatsen in het noorden van het land – en wellicht in buurlanden als Algerije, Mauritanië of Niger – en plegen een toenemend aantal aanslagen op het Malinese leger en de VN-vredesmacht MINUSMA. De bespreking in Algiers verlopen moeizaam. Vóór de zomeronderbreking werd een ‘stappenplan’ overeengekomen, een ‘feuille de route’, maar meer dan een overeenkomst om verder te gaan is het niet. Onlangs zijn de besprekingen hervat, maar de voortekenen voor het verloop en de afloop zijn allesbehalve gunstig.

De waarheid is meestal het eerste slachtoffer in een conflict
Terwijl de MNLA in Algerije deelneemt aan de onderhandelingen waarbij het de territoriale eenheid en integriteit van Mali heeft erkend, speelt zij in het buitenland en ander spel. In de NRC, ooit ‘de kwaliteitskrant van Nederland’, verscheen – kritiekloos en zonder kanttekening – op 14 augustus j.l. een bijdrage, ‘Reportage Azawad’, door politiek geëngageerd beeldend kunstenaar Jonas Staal die, aldus het artikel, ‘mee reisde met de Nationale Bevrijdingsbeweging van Azawad (MNLA) door hun nieuwe staat ten noorden van Mali’. Op dinsdag 9 september volgde in Utrecht (BAK, Basis voor Actuele Kunst) een panel discussie ter inwijding van ‘de ambassade van Azawad’, een project van Jonas Staal en de Toeareg schrijver Moussa Ag Assarid, vertegenwoordiger van de MNLA in Europa. Laatstgenoemde was de hoofdspreker van het debat waaraan werd deelgenomen door een gevarieerd gezelschap, bestaande uit onder meer een politicus, een oorlogsjournalist en een wetenschapper. Het publieke debat, dat onder grote belangstelling plaatsvond, werd geleid door journalist Raymond van den Bogaard van de NRC.
De muren van de zaal waar de discussie plaats vindt hangen vol met foto’s die de heldhaftige strijd van de MNLA verheerlijken. Beelden, onderschriften, het propagandaboekje dat alle bezoekers gratis ontvangen, de uitnodiging voor de bijeenkomst en de website van de organiserend organisatie – BAK – moeten overtuigen: de republiek Azawad bestáát, ook al is zij niet internationaal erkend. En vanavond, 9 september, wordt de ambassade van Azawad in Nederland ingewijd. ‘De waarheid is meestal het eerste slachtoffer van een conflict’ en dat geldt ook hier. In Mali heeft dit initiatief voor de nodige verwarring gezorgd en de Nederlandse ambassade in Bamako heeft alle moeite moeten doen om de Malinese regering ervan te overtuigen dat onze regering de Malinese nationale eenheid niet in twijfel trekt. Dat zou ook niet in overeenstemming zijn met onze deelname aan de VN-vredesmacht, MINUSMA, die onpartijdig is. Welke onjuistheden ook worden gedebiteerd, wat ook wordt gezegd, gedaan of nagestreefd, in Nederland accepteren we dit, gelukkig, vanwege een groot goed: onze vrijheid van meningsuiting.
Bovendien, Moussa Ag Assarid deed tijdens het publieke debat enkele opmerkelijke uitspraken die van groot belang lijken te zijn voor het verloop van de vredesbesprekingen in Algiers. Tijdens de panel discussie benadrukte hij, ten overvloede van al het andere materiaal, dat hij een groot voorstander is van een onafhankelijk Azawad. Hij voegde eraan toe – daarnaar gevraagd – dat hij officieel deel uitmaakt van de MNLA-delegatie die in Algerije met de Malinese regering onderhandelt over de toekomst van het gebied op basis van ‘geen onafhankelijkheid, geen autonomie’. Toen ik hem met dit verschil in opvattingen en beloftes confronteerde haalde hij zijn schouders op en deed dit af ‘zo verlopen nu eenmaal onderhandelingen’. Ik was geschokt, ook al weet ik dat Toeareg vaker in het verleden zijn teruggekomen op gemaakte afspraken.
Inmiddels heeft de MNLA vertegenwoordiger in Algiers verklaard dat er geen sprake is van een Azawad ambassade in Nederland.
In het verleden hebben eerdere overeenkomsten tussen Toeareg-vertegenwoordigers en de regering van Mali geleid tot overeenkomsten die erna werden verbroken. Het is de inzet van de huidige regering van Mali om nu een definitieve regeling overeen te komen met de Toeareg, maar zij weet dat de Toeareg-gemeenschap hopeloos verdeeld is. Zij staat echter onder druk van de internationale gemeenschap inclusief de VN/MINUSMA om door te gaan met de onderhandelingen in Algiers, ook al blijkt een van de onderhandelingspartners onbetrouwbaar te zijn.
Het voorgaande laat onverlet dat zelfs indien er straks in Algiers een gunstige overeenkomst wordt bereikt met MNLA, HUCUA en MAA, het in Mali nog lang niet rustig zal zijn. Immers, AQMI, Mujoa, Ansardine, de Mourabitines van Azawak, en de onlangs gecreëerde MPSA – Mouvement Populair pour le Salut de l’Azawad, de Volksbeweging voor de Redding van Azawad – en een afgelopen zondag ontstane nieuwe afsplitsing van AQMI, de ‘Kalifaat Soldaten van Algerije’ zullen voor de nodige onrust blijven zorgen.

Concluderend
In ons land kennen we vrijheid van meningsuiting. Op basis daarvan is iedereen gerechtigd te zeggen wat hij of zij wil, mits dit niet beledigend, discriminerend of opruiend is. Voorstanders of sympathisanten van een onafhankelijkheids- of bevrijdingsbeweging, of het nu Vlaanderen, Schotland, Koerdistan of Catalonië betreft, hebben dus alle vrijheid van spreken. Ook Moussa Ag Assarid en Jonas Staal hebben recht om te zeggen wat zij denken. Maar dat de Nationale Bevrijdingsbeweging van Azawad met twee monden praat? Nee, dat kan niet. In feite zouden ze in Algiers tot de orde moeten worden geroepen, maar de regering van Mali realiseert zich dat ze de Toeareg-organisatie daarmee een voorwendsel verschaft om de besprekingen af te breken.
Het is nu, anno 2014, in Mali allesbehalve pais en vree. In feite heeft de centrale regering in Bamako geen zeggenschap (meer) over het noorden van het land. De Toeareg evenmin. Het noorden van het land bestaat uit drie provincies waarvan de Toeareg waarschijnlijk in één – Kidal – de meerderheid vormen. In de andere twee provincies – Gao en Timboektoe- vormen zij een minderheid. Maar de talloze gewapende groepen vertegenwoordigen vooral zichzelf, en niet de bevolking. Dit heeft president Keita van Mali aanleiding gegeven tot de uitspraak: ‘De MNLA gedraagt zich als heer en meester van het noorden maar in feite is zij nergens de baas.’

En wat doet MINUSMA?
Daarover een volgende keer.

6 Replies to “Vredesoverleg tussen regering van Mali en rebellengroepen in Algiers koerst af op mislukking

  1. Goed artikel Fred van der Kraaij. Ben het geheel met je eens dat de verschillende partijen in Algiers een soort stoelendans spelen. Jonas Staal zet zich in voor een zaak waarvan hij denkt dat die goed is. Dit grote recht hebben wij in Nederland en moeten we verdedigen. Willen wij dat Afrikaanse landen deze principes ook gaan accepteren dan zullen zij ook deze principes moeten begrijpen. Er is nog een lange weg te gaan maar ik ben het met je eens dat de besprekingen in Algiers weinig zullen en ook kunnen opleveren. Jammer. Het altijd zo vredige Mali bestaat niet meer. We wachten op het nieuwe boek van Gerbert van der Aa dat ons ook meer inzicht zal geven in de identiteit van de Toearegs. Wel een volk door gemeenschappelijke taal en cultuur maar heeft nooit in een georganiseerd staatsverband geleefd. Vergelijk het met Somalië. Nogmaals dank voor je goede artikel.

    1. Dank je, Aart van der Heide, voor je vriendelijke en lovende woorden. We zijn het dus eens over ‘Algiers’. Ook over het trieste feit dat het vredige Mali zoals wij dat kennen uit de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw verleden tijd is. Gelukkig blijf ik altijd optimistisch, ook in dit geval, maar je weet: ‘in Mali moet je je nooit haasten’.

      Ook ik kijk uit naar het boek van Gerbert van der Aa ‘Terug naar Timboektoe’. Het verschijnt 15 oktober a.s. (zie zijn fb pagina https://www.facebook.com/gerbert.aa en/of http://vanderaa.wordpress.com/nieuws)

      Hartelijke groet, Fred van der Kraaij

  2. Helder verhaal en een redelijk compleet overzicht. Gelukkig leidt de vrijheid van meningsuiting ook nog tot kwaliteitsbijdragen over Mali op afrikanieuws.nl. Het is tevens zinvol om de MNLA – Jonas Staal tandem in een feitelijk kader te plaatsen en de dubbele tong van de MNLA aan de kaak te stellen. Hulde daarvoor. Toch nog enkele kanttekeningen en vragen, die overigens aan de conclusie en strekking van het verhaal helaas niets afdoen. Integendeel, misschien versterken ze nog wel het sombere beeld.

    Allereerst kwalificeerde ik in de eerste zin ‘compleet’ met ‘redelijk’. Daarmee wil ik geen afbreuk doen aan de rijke historische context en de beschrijving van het gefragmenteerde Toeareg kamp. Maar ik heb gemist de vermelding van de aanwezigheid van criminele bendes die zich inlaten met drugs- mensen- en wapensmokkel en de opportunistische allianties met de andere groeperingen in het noorden. Het is de verfoeilijke smeerolie die mede het conflict in stand kan houden. Of is het misschien wel het motief?

    Voorts stel je in de conclusie dat de Malinese overheid in Algiers tactvol omgaat met de genoemde dubbele tong van de MNLA zodat ze geen argument in handen krijgen om weg te lopen. Is dat wel zo? Is het niet dezelfde Malinese overheid die nogal onbezonnen afgelopen maand mei een bezoek aan Kidal forceerde en dat met zijn nasleep aan 50 Malinese militairen het leven heeft gekost? Akkoord, Kidal is Malinees grondgebied & ‘Mali un et indivisible’ etc., maar had men niet op zijn klompen kunnen aanvoelen dat de gewapende groepen dit bezoek als een provocatie zouden opvatten? En hadden MINUSMA en SERVAL daar ook niet voor gewaarschuwd? Overigens wachten we bij mijn weten nog op de resultaten van het grondige onderzoek dat naar aanleiding van die gebeurtenissen was beloofd. Maar intussen hebben de presidentiële Boeing en ondoorzichtige aanbesteding met betrekking tot de aankoop van legeruitrustingen de revu gepasseerd en de aandacht opgeëist.

    Ben benieuwd naar het volgende verhaal over MINUSMA. En misschien neem je ook nog de moeite om in te gaan op het moeizame eerste jaar van IBK? Zijn populariteit is razendsnel afgenomen door vriendjes- & familiepolitiek, de passiviteit met betrekking tot het Mali-Nord dossier, aanhoudende corruptie, en een bevolking en donors die van dit laatste moedeloos worden of het niet meer pikken. En dat toch terwijl hij was gekozen onder het credo ‘l’homme de la situation’; moeilijk als één kant (de bevolking in het zuiden, zijn stemmers) daadkracht verwacht terwijl aan de andere kant men moet vaststellen dat het Malinese leger in een niet veel betere staat verkeert dan in 2012 en de internationale gemeenschap diplomatie en overleg eist. Toch kijk ik uit naar de volgende bijdrage.

    1. Dank Huub Munstege, voor je reactie en interessante kanttekeningen en vragen. Puntsgewijs mijn reactie hierop.

      1 Allereerst je toelichting bij je kwalificatie ‘redelijk compleet’. Je hebt volkomen gelijk dat de criminele bendes in de regio belangrijke aspecten vormen van het conflict, het aanwakkeren, of er zelfs ten grondslag aan liggen en een oplossing ervan compliceren. Ik heb dit bewust weggelaten, niet omdat het niet belangrijk is, maar je kunt in één artikel nu eenmaal niet alles opnemen en in dit geval was mijn ‘rode draad’ de twee monden waarmee de MNLA spreekt en onderhandelt. Maar je punt is terecht.

      2 a) MINUSMA in elk geval en waarschijnlijk ook Serval zullen premier Mara gewaarschuwd hebben voor zijn bezoek aan Kidal in mei j.l. Zoals je weet heeft Frankrijk in dit geval boter op zijn hoofd, want het heeft de MNLA de vrijheid in Kidal gegeven – in ruil voor steun bij het verjagen van de jihadisten en terroristen – ten koste van het gezag van de centrale regering. MINUSMA heeft in haar mandaat staan dat het de territoriale integriteit en de eenheid van de Malinese Staat erkent maar handelt daar niet naar. Dat kan het ook niet zonder partij te worden in het conflict, iets wat de VN-missie begrijpelijk wil vermijden omdat het onpartijdigheid wil uitstralen – wat echter bijna in tegenspraak is met haar mandaat. De dubbele tong van de MNLA was al zichtbaar bij de weigering premier Mara toe te laten Malinees grondgebied te bezoeken, i.c. Kidal, immers de MNLA had al vele maanden ervoor afstand gedaan van haar claim op onafhankelijkheid of autonomie. Tactisch gezien was het misschien niet juist van premier Mara, maar wie was er nu verkeerd?
      2 b) De IMF missie die momenteel Mali bezoekt zal het zeker hebben over het contract voor de defensieaankopen en het regeringsvliegtuig. Ik verwacht dat ten aanzien van het eerste besloten zal worden dat in het vervolg een procedure van internationale aanbesteding zal moeten worden gerespecteerd, en misschien valt er een minister over, en over het tweede, het regeringsvliegtuig, daar komt Sahara zand over, verwacht ik.

      3) Op mijn twitter account heb ik uitgebreid aandacht gegeven aan het eerste jaar van president IBK, op basis van de gedetailleerde officiële berichtgeving van de @PresidenceMali (@FredVDKraaij). Het is een boeiend onderwerp, maar moeilijk combineerbaar met een verhaal over MINUSMA. Het is verleidelijk nu hier in te gaan op IBK’s eerste jaar, maar hopelijk heb je er begrip voor dat dat niet gaat, en ook niet in een verhaal over MINUSMA. Ik beschouw het als een goede suggestie om er een andere keer aandacht aan te geven.

      Nogmaals dank Huub voor je commentaar! Hartelijke groet, Fred van der Kraaij

  3. Dank aan Fred van der Kraaij voor een genuanceerd en goed gedocumenteerd artikel over het Malinese vredesoverleg. Ook de aanvullende commentaren zijn informatief en nuttig.

    Dit soort artikelen helpt het onzalige zwart-wit denken te vermijden waarin de media in Nederland af en toe verzeild dreigen te raken. Fred van der Kraaij laat duidelijk zien dat het Malinese conflict een complex conflict is dat niet kan worden gereduceerd tot een conflict tussen goed (de MNLA dan wel de Malinese regering) tegen kwaad (de Malinese regering dan wel de MNLA).

    Duidelijk moet zijn dat aan de ene kant de MNLA niet zo’n prachtige ideale vrijheidsbeweging is als hij zich graag wil voordoen, en aan de andere kant dat er van alles niet goed gaat aan de regeringskant van Mali.

    De verdeeldheid tussen en binnen de rebellengroepen lijkt een van de grootste risico’s voor de vredesbesprekingen te zijn. De Malinese regering moet de verleiding weerstaan om deze verdeeldheid uit te spelen, want akkoorden die dankzij die verdeeldheid tot stand zouden komen zullen waarschijnlijk (weer) geen lang leven beschoren zijn.

    Andere zwakke kanten van de rebellengroepen zijn:
    – Zij zijn niet representatief zijn voor de bevolking van het noorden van Mali;
    – Er is permeabiliteit tussen de Toeareg-rebellengroepen en de jihadistische strijders.

    Sowieso blijven de jihadistische strijders een complicerende factor. Ze zijn uitgesloten van het overleg maar zij hebben wel het grootse deel van het noorden van Mali onder controle. Ook een uitkomst waarbij dat gegeven niet wordt meegenomen kan niet tot een duurzame oplossing van het conflict leiden.

    Aan de kant van de Malinese regering speelt de kwestie van de legitimiteit natuurlijk ook, maar wel minder. De huidige president is met een grote meerderheid van stemmen gekozen (weliswaar in overhaaste verkiezingen, maar toch). De positie van de premier, Moussa Mara, kan wankelen onder druk van de partij van de president en opkomende sociale onrust. Wel heeft hij recent aan prestige gewonnen door (uiteindelijk) resoluut op te treden tegen de corruptie die door het IMF en het Malinese Hooggerechtshof aan de kaak zijn gesteld.

    Tenslotte, ook de ontwikkelingen in de omliggende landen blijven van grote invloed. Vooral Algerije en Libië zijn van wezenlijk belang, maar ook de andere omliggende landen.

    1. Beste Nicolaas Vrijboer,

      Heel veel dank voor de positieve en erg informatieve reactie op mijn artikel over de vredesbesprekingen in Algiers, met mijn verontschuldigingen voor mijn trage reactie, door persoonlijke omstandigheden.

      Ik heb met veel genoegen – mag ik tutoyeren? – je commentaar gelezen waaruit veel kennis en inzicht blijkt over Mali en ‘het conflict’, die tot een zeer evenwichtig standpunt leiden.

      In je slotalinea geef je terecht aan dat de ontwikkelingen in de omringende landen van grote invloed zijn en blijven op het verloop van het conflict in Mali en dus ook op de vredesbesprekingen. Het gaat hier om een groot gebied dat onder meer de Westelijke Sahara, Mauritanië, Algerije, Tunesië, Libië, Tsjaad, Niger en Burkina Faso omvat.

      Een goed voorbeeld hiervan vormen de recente ontwikkelingen in Burkina Faso – waar President Blaise Compaoré – ‘de moordenaar van Ouagadougou’ (naar het gelijknamige boek van Jan Brokken) – met hulp van Frankrijk naar Ivoorkust is gevlucht. De politieke veranderingen in Burkina zijn te recent om vooruit te lopen op de gevolgen voor de politieke stabiliteit in de Sahel en het algemeen en met name in Mali, maar in hoofdsteden in West-Europa en Noord-Amerika (met name Frankrijk en de VS) draaien militaire strategen en geo-politici in samenwerking met vertegenwoordigers van donororganisaties overuren om hun belangen te verdedigen. De complexiteit van het conflict in Noord-Mali heeft er weer een dimensie bij gekregen.

      Zoals Gerbert van der Aa ook aangeeft in zijn zeer onlangs verschenen boek ‘Terug naar Timboekte’ is het conflict tussen Toearegrebellen en de centrale regering in Bamako in belangrijke mate een raciaal conflict. In het verleden overheersten Toeareg de zwarte bevolking in wat nu de soevereine staat Mali is, inclusief slavernij en slavenhandel, De Bella bevolkingsgroep is er een uitvloeisel en overblijfsel van. Na de onafhankelijkheid in 1960 zijn de rollen omgedraaid. De regering van hoofdzakelijk zwarte Malinezen had geen boodschap aan de Toeareg. Ik heb toen ik in Mali woonde dit meermalen kunnen constateren,

      Anno 2014 is de politieke realiteit niet meer die van de jaren 1960-1980. De huidige regering van president IBK en premier Mara beseft dit. Zij kennen ‘het noorden’ van dichtbij. Premier Mara kent een deel van de Toeareg gemeenschap uit eigen hand, via zijn moeder, Kadiatou Ly, een Peul, die met een Toeareg getrouwd is, Baya Ag Mohamed. President Ibrahim Keita kent het noorden ook heel goed, onder meer uit eigen waarnemingen en contacten. Zijn vrouw sinds vier decennia, Amy Maïga, is een geboren Sonraï, uit Gao.

      Zoals je terecht aangeeft zijn de rebellengroepen niet representatief voor de bevolking van het noorden van Mali, die voornamelijk bestaat uit Arabieren, Bella, Bozo, Peul, Sonraï en Toereg.

      De toekomst van Mali zal afhangen van de mate waarin de verschillende bevolkingsgroepen vreedzaam samenleven, waarbij de zware last van de geschiedenis zal zijn omgezet in een multiculturele samenleving. De regering in Bamako weet dat dit een lang proces is, dat verder gaat dan de ondertekening van een overeenkomst in Algiers, ook al voelt het zich genoodzaakt af en toe ‘lip-service’ te plegen aan diplomatieke wenselijkheden en statements. In militair opzicht is de Malinese regering immers machteloos in het noorden en in sterke mate afhankelijk van de VN-vredesmacht MINUSMA. Dit laatste creëert een apart spanningsveld waarover het laatste woord nog niet is gezegd, maar het gaat te ver om dit in deze toch al uitgebreide reactie aan te kaarten.

      Nogmaals veel dank voor je commentaar en ik zie uit naar nieuwe artikelen van je hand over Mali!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *