Aart en Afrika

Van Mopti naar Ouagadougou

20150103Aart van der Heide. Het verkeer tussen Mopti en Ouagadougou is als gevolg van de crisis in het noorden van Mali aanzienlijk verminderd. Normaal zie je rond de kerst vele landcruisers met toeristen naar Dogonland komen. Ook het andere verkeer is behoorlijk verminderd. Ik heb de keuze om met een taxibrousse naar de grens te gaan en vandaar naar Ouahigouya om de bus te nemen.

Op de veiligheidskaarten van de westerse ambassades is deze zone oranje (= afgeraden want onveilig) en ligt tegen de rode (= echt onveilig) zone aan. Dus no go area. Mijn vrienden in Mopti raden mij aan een auto te huren die me naar Ouahigouya in Burkina brengt om onnodige vertragingen te voorkomen. Een betrouwbare bron informeert mij dat er zich in het grensgebied bandieten of kapers met wapens bevinden die blanken willen beroven. Na de val van de vorige president van Burkina Faso zijn veel gevluchte rebellen uit Mali die een onderkomen in Burkina hadden gekregen vogelvrij verklaard omdat Blaise Compaoré hen geen bescherming meer kon bieden. Wees voorzichtig en reis niet als het donker is. Ik huur dus een landcruiser met chauffeur van Tapo die in de goede tijden massa’s toeristen naar Tombouctou bracht. De reis verloopt voorspoedig. Geen enkele controle onderweg. De Malinese douane en de grenspolitie behandelen me uiterst correct en wensen mij een goed nieuwjaar. We nemen in Mali de bekende ‘route touristique’ van Bandiagara naar Bankass en komen onderweg alleen een paar motorrijders tegen. In het recente verleden liepen hier in december altijd veel groepjes toeristen rond die begeleid werden door hun gidsen en sliepen in de vele ‘campements’. Dit alles is voorbij. Wel zie ik de vele tuinen met chalotten die tot in Ivoorkust worden verhandeld. De Dogons staan bekend als een hardwerkend en eerlijk volk.
Bij aankomst bij de Burkinese grenspost merk ik het verschil tussen Mali en Burkina Faso. Goed georganiseerde grenswachten en politie. De chauffeur wordt gevraagd naar zijn brief waarin hij toestemming heeft de auto te besturen. De jonge politieman legt ons uit waarom. Diefstal van auto’s komt veel voor en een dergelijke brief kan dit enigszins tegengaan. Zijn chef wordt erbij gehaald en we moeten een verklaring met al onze gegevens achterlaten. Zo kom ik om 1 uur ’s middags aan in Ouahigouya. De bus naar Ouagadougou vertrekt om 2 uur. We kopen een kaartje, brengen mijn bagage naar de bus die al klaar staat. Vervolgens gaan we een bord rijst met saus eten in het ‘restaurant de la gare’. De maaltijd kost maar 80 cent en het flesje zoete frisdrank driekeer zoveel maar dat is natuurlijk van de Coca-Cola Company. De bus vertrekt om 2 uur. Ik zit naast Donald. Hij is 36 jaar en werkt als kleuterleider. Hij vertelt mij dat hij op een speciale school zijn opleiding heeft genoten waar onderwijzers voor alle soorten lager onderwijs worden opgeleid. Ik verbaas me erover dat mannen hier ook op kleuterscholen werken. In Nederland wordt deze sector bijna geheel door vrouwen gedomineerd. Donald is getrouwd en heeft een zoontje van vier die Giovanni heet. Ben je katholiek vraag ik hem? Ja, dat is hij en in veel katholieke gezinnen in Afrika worden de jongetjes genoemd naar pausen. Hij vertelt me dat zijn broer van 42 jaar in het ziekenhuis ligt vanwege ernstige suikerziekte. Zijn moeder heeft dat ook. Hij vraagt mij wat hij moet doen om te voorkomen dat hij het ook krijgt. Als het erfelijk is dan moet je vooral geen suiker, witte rijst en wit stokbrood gebruiken en zeker de vele zoete frisdranken en de mierzoete thee vermijden weet ik hem te vertellen. Veel lopen of bewegen is ook heel goed. Laat je vooral regelmatig door een goede arts controleren.
De buschauffeur rijdt hard en af en toe ben ik net als andere passagiers best bang maar we komen om 5 uur aan op het busstaion van de STAF-maatschappij in Ouagadougou. Het wemelt er van de mensen die vanwege de nieuwjaarsfeesten naar huis vertrekken. Donald regelt een taxi voor me naar mijn hotelletje waar ik al meer dan tien jaar kom. Het was het hotel van een Nederlandse vrouw. Eenvoudig, prettig en schoon met heel aardig personeel. De Nederlandse vrouw die Monique heette, is al lang weg. Vorig jaar sprak ik haar nog en vertelde haar dat ze een fijn hotel heeft achtergelaten waar altijd veel toeristen kwamen. Ik heb altijd dezelfde kamer. Bij aankomst word ik hartelijk begroet door het personeel. Abdoulaye de kok groet mij heel hartelijk met ‘bonsoir papa’. Monique hield het niet meer uit in Burkina want ze voelde zich tussen de mensen als een wandelende portemonnaie. Ja, ik ken dat gevoel.
De volgende dag ga ik Ouagadougou in want ik ben natuurlijk heel benieuwd hoe het leven na de val van Blaise Compaoré is. Eigenlijk is er niets veranderd. De stad is nog overvol maar altijd gezellig. De mensen die ik spreek, vertellen mij over de woedende massa’s die in grote getale dagen hebben gedemonstreerd. Ze hebben het parlement in brand gestoken. Het leger is neutraal gebleven en heeft niet op de boze massa’s geschoten. Na dagen van protest is Blaise afgetreden en in een beschermd konvooi naar de grens via Pô naar Ivoorkust gereden met al zijn familieleden. Bij de grens werd hij in een Franse helicopter naar Yamoussoukro gebracht alwaar zijn vriend Ouatara, de president van Ivoorkust, hem een logement heeft aangeboden. Hij schijnt ziek te zijn hoor ik overal. Heeft ook enige tijd in Marokko asiel gekregen maar niemand schijnt hem te willen hebben. Hij is na de moord op zijn kameraad Thomas Sankara 27 jaar aan de macht geweest, hij heeft zich walgelijk verrijkt en hij heeft alle brandhaarden in de regio van wapens voorzien. Het is bekend dat hij ook in het noorden van Mali een dubbelrol heeft gespeeld als bemiddelaar maar ook als leverancier van wapens en terreinwagens van de vele rebellengroepen.
De volgende dag ontmoet ik Jean Jacques, emeritus hoogleraar en bekend Frans dichter. Hij is goed geïnformeerd. Als voormalig psycho-analyticus – professeur en retraite – weet hij ook veel van massa-psychologie van deze mensen. Hij staat natuurlijk ook dicht bij de Franse diplomatieke kringen in Ouagadougou. Weer krijg ik de indruk dat deze mensen ook maar gewone mensen zijn. Wel met veel lucht die zichzelf belangrijk voelen maar ook voordoen. Ik word opnieuw in mijn (voor)oordelen bevestigd. Ook krijg ik meer zicht op wat massa’s arme mensen beweegt. In grote Afrikaanse steden is het eenvoudigweg overleven en iedere dag weer naar geld, voedsel en werk op zoek gaan. Jean Jacques vertelt mij over de psychologie van de rijken en de politici. Ook vertelt hij mij over de psychlogie om te mogen werken voor de politieke machtscentra in West Europa. Als je enigszins kritisch bent word je toch direct overboord gegooid! Ik lees het artikel van Joris Luyendijk in de NRC over de financiele wereld in de Londense City. Het gaat allemaal om geld en macht. Tony Blair, de salonsocialist, verdient $ 2,5 miljoen per jaar als adviseur bij de Morgan Bank. De mens is een financieel roofdier.
Een Nederlandse OS-site meldt dat de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking ook een beetje heeft bijgedragen aan de val van de dictator Blaise en zijn clan. ‘Wij hebben geld aan een rapper gegeven’. Een Nederlandse journalist uit Dakar reageert boos dat diezelfde Nederlandse OS ook miljoenen euro’s betalingsbalanssteun heeft gegeven aan Burkina. We weten intussen maar al te goed wat in landen als Burkina en Mali met deze steun gebeurd is. De heersende politieke klasse heeft dit geld grotendeels in eigen zak gestoken. Ik ontmoet deze journalist in Ouagadougou en vraag hem daar meer uitleg over. Als de politici in Den Haag dat toch weten waarom doen ze dat dan? Het antwoord is simpel: ze kopen internationale steun en sympathie èn een goede reputatie. En de armen dan? Je weet toch best dat dat facadenpolitiek is? Je ziet toch met eigen ogen in Mali en Burkina dat de armen steeds armer worden en het kleine groepje rijken steeds rijker.
Ik maak de jaarwisseling mee in een leuke bar in het centrum van Ouagadougou. Om twaalf uur ’s nacht beginnen alle auto’s te toeteren en steekt iedereen het chinese vuurwerk af. Daarna ga ik slapen. De taxichauffeur die mij naar mijn hotelletje brengt, vertelt mij dat de meeste mensen thuis zijn gebleven. Ze hebben geen geld. Ondanks het nieuwe bewind en de hoop vrees ik dat de toekomst niet beter zal worden. Alles moddert door zoals in Mali maar ook de financiele centra in de wereld. Iedereen die meedoet met dat spel wordt er dik voor betaald. Piketty werd als de nieuwe Marx aangekondigd maar men is hem al weer aan het vergeten. Gelukkig zijn er nog veel activisten maar het systeem weet steeds beter hoe hen als Ebola te neutraliseren.
Toch een strijdbaar 2015 gewenst vanuit Ouagadougou. Hopelijk vinden we een geneesmiddel tegen de financiele hebzucht van de mensen. Ik grap vaak tegen Malinezen dat God als schepper veel fouten heeft gemaakt. Nee, het is de mens zelf hoor ik dan als antwoord. Maar wie heeft de ‘mens zelf’ dan geschapen?
Ik wens alle lezers een goed maar ook strijdbaar 2015.

5 Replies to “Van Mopti naar Ouagadougou

  1. Beste Aart,
    ik was de afgelopen weken in Bandiagara, bij mijn schoonfamilie. Ik zit dan wel eens te praten met vrienden en als ik me verbaasd uitlaat over de enorme bouwwoede die overal te zien is in Mali, dan is hun conclusie meestal ook dat de rijken rijker worden en de armen armer. Ik zat op Oudjaarsavond op een terras in Bamako en verbaasde me over de nouveau riche die zich uitgebreid lieten zien, terwijl op 10 meter afstand de armoede je tegemoet komt in de vorm van bijvoorbeeld straatverkopers, die echt niet gezellig bij hun familie Oud en Nieuw vieren. In Mali zijn de superrijken met naam en toenaam bekend, omdat ze zich vaak voordoen als weldoeners en nieuwe wegen aanleggen, ziekenhuizen bouwen, zelfs monumenten oprichten zoals het gedrocht in Bandiagara. Dit is gefinancierd door een steenrijke multimiljonair die van oorsrpong uit de Dogon komt. hij heeft een joekel van een fabriek in Bamako, waar naar verluid alle jonge mannen uit de Dogon naartoe getrokken worden. Het schijnt dat de een na de ander ziek wordt vanwege de slechte arbeidsomstandigheden, en toch wordt die mijnheer door sommigen gezien als een redder. Tegelijkertijd ken ik genoeg kritische Malinezen, die wel inzien dat dit de Dogon juist ten gronde richt: al hun jonge mannen opgeslokt door de industrie, dat kan niet goed zijn.
    Jammer dat we elkaar gemist hebben! Had het leuk gevonden om elkaar eens te ontmoeten, en dan nog wel in Mali zelf… Groet, Ans

    1. Dag Mirjam Tjassing. Graag zou ik Uw persoonlijke reactie willen horen i.p.v. altijd de reactie van Nederland enz. Graag zou ik van U willen weten wie U eigenlijk vertegenwoordigt: de koning, uw minister, de tweede kamer of mensen zoals ik?

      1. Beste Aart van der Heide,
        Ik ben een ambtenaar in dienst van de Ministers van Buitenlandse Zaken en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Deze ministers zijn benoemd door hun politieke partijen, die samen door de Nederlandse kiezer een meerderheid hebben gekregen in de Tweede Kamer en dus alle Nederlanders, waaronder uzelf, vertegenwoordigen. Daarbij worden de ministers namens de Nederlandse bevolking door de Tweede Kamer gecontroleerd. Het is aan de ministers om beleid uit te zetten, aan hun ambtenaren om het uit te voeren en aan de Kamer om ervoor te zorgen dat alles volgens wens en afspraken verloopt.
        Dit gezegd hebbende doe ik mijn werk met veel plezier, en naar alle eer en geweten. Ik besteed daarbij veel tijd aan het begrijpen van mijn omgeving, of het nu Mali, Burkina, of een ander land is waar ik geplaatst word. Ik doe dat zeker niet alleen: collega’s en mijn vele contacten in de Malinese en Burkinabé samenleving helpen me daarbij.
        Op het moment dat ik mijn werk niet meer met mijn geweten kan verenigen, zal ik ontslag nemen. Daarvan is nu geen sprake. Ik vertegenwoordig met andere woorden alle personen en instituties die u noemt, inclusief mijzelf.
        De uiteindelijke politieke verantwoordelijkheid voor mijn werk berust bij de ministers, zoals dat hoort in ons democratische bestel. Ik ben me daar natuurlijk van bewust. Het zou erg ondemocratisch zijn als ik als ambtenaar op eigen houtje beleid naar mijn hand zou gaan zetten. Maar de bijdragen die ik lever, zoals mijn blog voor de mensenrechtensite van het Ministerie die ik hierboven plaatste, zijn van mij persoonlijk en voor mijn directe verantwoordelijkheid.

        Met vriendelijke groet,
        Mirjam Tjassing
        Eerste Ambassadesecretaris Politieke Zaken
        Nederlandse Ambassade Bamako

        1. Dank je wel Mirjam Tjassink voor deze uitleg. Gelukkig heb ik dat nog allemaal op de middelbare school geleerd. Toch ben ik blij dat je het mij nog een keer uit wil leggen maar ik zou graag verder gaan in de discussie hierover met jullie. Misschien doet de gelegenheid zich nog een keer voor. Wel moet ik zeggen dat in Nederland al veel mensen veel en veel verder zijn met deze discussie. Ik ben me ervan bewust dat je een leuke baan hebt met vele voordelen. Ook je status komt daarbij maar misschien zou het interessant zijn eens dieper en verder te kijken. Sterkte en groeten aan je ministers. Volgend jaar gaan we weer stemmen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *