Focus op Liberia en Mali

MINUSMA in Mali: van vredesmissie naar vechtmissie?

20160129Fred van der Kraaij. In Mali neemt het aantal aanslagen nog steeds toe. MINUSMA is inmiddels de dodelijkste VN-missie van de afgelopen 25 jaar geworden en de beperkingen van haar mandaat blijken steeds vaker en schrijnender. Bovendien is het vredesproces nog steeds uiterst fragiel en bestaat de dreiging van een burgeroorlog op grotere schaal nog steeds. Over deze laatste twee gevaren heb ik hier eerder geschreven (20 sept. 2014 resp. 28 mei 2015). In de huidige bijdrage wil ik het hebben over het mandaat en karakter van de VN-missie, MINUSMA, officieel de ‘MultiDimensionele Geïntegreerde VN-misie voor de Stabilisatie van Mali’ geheten, een hele mondvol. Hebben we hier te maken met ‘mission creep’, de langzame verschuiving van een vredesmissie naar een vechtmissie?

Het valt niet mee om het MINUSMA-mandaat kort samen te vatten en toch recht te doen aan haar opdracht. Kort samengevat kunnen we zeggen: ondersteuning van het politieke proces in Mali en stabilisatie van dit West-Afrikaanse land. Onlangs is het mandaat van de VN-vredesmissie iets aangescherpt, maar de belangrijkste beperkingen zijn gebleven: geweld is alleen toegestaan in geval van zelfverdediging of bescherming van de burgerbevolking. Het mandaat voorziet niet in de jacht op en de arrestatie of liquidatie van terroristen en jihadisten, die taak is voorbehouden aan Franse militairen die met hun ‘Operatie Barkhane’ de gehele Sahel – van Senegal tot en met Tsjaad – bestrijken. Ook mag MINUSMA vanzelfsprekend niet buiten de grenzen van Mali opereren.

De achilleshiel van MINUSMA schuilt mijns inziens vooral in de spagaat waarin de missie zich bevindt: enerzijds onderschrijft zij de standpunten van de regering in Bamako waarin ‘nationale eenheid’ en ‘territoriale integriteit’ niet-onderhandelbare sleutelbegrippen zijn, anderzijds wordt zij geacht boven de strijdende partijen te staan. Dit zijn in dit geval de gewapende separatistische bewegingen, vooral in het noorden van het land, waarvan de belangrijkste drie zijn: de MNLA, de ‘Mouvement national de liberation de l’Azawad’ (Nationale Beweging voor de Bevrijding van Azawad), de HCUA, de ‘Haute conseil pour l’unité de l’Azawad’, (Hoge Raad voor de Eenheid van Azawad) en de MAA, ‘Mouvement arabe de l’Azawad’ (Arabische Beweging van Azawad). Zoals deze namen al aangeven vormen deze groeperingen onderling geen eenheid. De Toeareg zijn onderling sterk verdeeld en de Arabieren hebben weer hun eigen organisatie.

Officieel hebben deze organisaties afgelopen jaar een vredesovereenkomst met de regering van Mali getekend, maar opzegging ervan is een dagelijkse mogelijkheid en een wapen dat de tot de onderhandelingstafel gedwongen strijdende partijen niet schuwen. Bovendien namen belangrijke gewapende organisaties niet deel aan de vredesbesprekingen, zoals Ansardine, geleid door de rebelse Toeareg Iyad Ag Ghaly, en Al-Mourabitoun, geleid door de beruchte Algerijnse terrorist Mokhtar Belmokhtar. Deze deed eind 2015 van zich spreken in Mali met de aanval op het Radisson Hotel in Bamako (20 doden) en recent nog met de aanval op het Splendid Hotel in Ouagadougou in buurland Burkina Faso (30 doden).

Er zijn behalve separatisten, jihadisten en terroristen nog meer strijdende partijen die verhinderen dat er vrede en politiek stabiliteit is in Mali: zelfverdedigingsgroepen, ontvoerders, smokkelaars en andere criminelen. De Beweging voor de Bevrijding van Macina (Peulh), het Nationale Front voor de Bevrijding van Azawad (Toeareg en Arabisch, tegen de MNLA en tegen Ansardine), de Islamitische Beweging van Azawad (een afsplitsing van Ansardine), Al-Qaida in de Islamitische Maghreb (AQIM, sterk gelieerd met Mokhtar Belmokhtar’s Al-Mourabitoun), en GATIA (een Toeareg militie die pro-regering in Bamako is) zijn de belangrijkste organisaties, maar niet de enige. En MINUSMA mag al deze organisaties niet aanpakken, zowel om niet het verwijt van partijdigheid op zich te laden als om niet buiten haar mandaat te opereren.

In de praktijk wordt de VN-vredesmissie toch al beschuldigd van partijdigheid, zoals in januari vorig jaar (dus nog vóór de ondertekening van het vredesakkoord medio 2015). Nederlandse militairen in Apache gevechtshelikopters openden toen het vuur op MNLA strijders, die in gevechten waren gewikkeld met GATIA in Tabankort, in het noorden van Mali. Er vielen vijf doden aan MNLA zijde, wat tot demonstraties en agressie van Toeareg jegens MINUSMA leidde.

Twee belangrijke vragen met betrekking tot MINUSMA zijn: hoe neutraal is MINUSMA (en hoe neutraal kan het zijn?), en hoe effectief is de VN-vredesmacht? Afgelopen week werd bekend dat de Nederlandse filmmaker Robert Oey de documentaire ‘De Missie’ heeft gemaakt over MINUSMA en de Nederlandse deelname. Kolonel Joost de Wolf, de hoogste Nederlandse militair en gedurende tien maanden als Plv. Chef Operaties van MINUSMA werkzaam in Mali, neemt erin geen blad voor de mond. Nieuwsuur besteedde er afgelopen zondagavond 24 januari, TV tijd aan (zie Uitzending Gemist). Zijn kritiek op de VN-missie is niet mals, te oordelen naar de Nieuwsuur uitzending. Oordeel dit voor uzelf en ga de film zien – deze gaat 1 februari a.s. in première en is vanaf 3 maart in de bioscopen te zien.

Nederland brengt binnenkort zijn deelname aan MINUSMA terug van 450 naar 300 militairen. Ongetwijfeld zal de documentaire leiden tot debat. Het is jammer dat de veantwoordelijke ministers in Nederland – Koenders, Hennis, Ploumen en van der Steur – een kans hebben gemist om meer inzicht te krijgen in de werkwijze en de effectiviteit van MINUSMA en de Nederlandse deelname. In mei afgelopen jaar boden zij de Tweede Kamer een ‘tussentijdse evaluatie van de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA’ aan, ten behoeve van een mogelijke verlenging van de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA vanaf eind 2015 (inmiddels besloten). Deze ‘tussentijdse evaluatie’ was opgesteld door de vier betrokken ministeries, een typisch geval van ‘de slager die zijn eigen vlees keurt’.

Terwijl de verlenging van de Nederlandse deelname aan MINUSMA in de Tweede Kamer een hamerstuk was, gaat de VN-missie in Mali moeizaam verder. Het Malinese leger en Franse en Amerikaanse militairen halen de kastanjes uit het vuur. ‘Mission creep’ ligt op de loer. Willen we dat MINUSMA en vechtmissie wordt of willen we dit niet? Het is hoog tijd voor een onafhankelijke evaluatie van MINUSMA en van de Nederlandse bijdrage aan de VN-missie om vervolgens met een stevig evaluatierapport in handen hierover een zinvolle discussie te voeren.

Meer artikelen over

Reacties

One Reply to “MINUSMA in Mali: van vredesmissie naar vechtmissie?

  1. Duidelijke positie. Dank je wel Fred van der Kraaij. Sinds de vele buitenlandse militairen in noord Mali aanwezig zijn is het land aleen maar onveiliger geworden. Bram Posthumus zei in zijn artikel in One World dat Mali niet meer bestaat. Heet noorden is echt wild-west, het zuiden is dit aan het worden. De president van Mali viert vandaag zijn 71-ste verjaardag en zal zeker niet in feeststemming zijn. De enige partijen in de Tweede Kamer die tegen zijn – SP en PVV – krijgen steeds meer gelijk. De andere partijen zullen echt eens goed na moeten gaan denken. Wij hebben er niets te zoeken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *