Nieuws

‘Je komt in een andere wereld terecht’

Pepijn van Dorsten. De vissers Johannes Spoelstra en Tjeerd de Boer uit Urk zijn van 29 oktober tot en met 5 november van dit jaar in Burundi geweest. In het Afrikaanse land hebben ze Burundese vissers geholpen met het leveren van materialen en deelden zij hun kennis. Met ‘Vissers voor vissers’ helpen de Urkers collega’s uit derde wereldlanden. Eerder bezochten zij onder andere Suriname, Sri Lanka en de Filipijnen. Spoelstra vertelt over het avontuur in Burundi.



[foldergallery folder=”wp-content/gallery/20141203″ title=”‘Je komt in een andere wereld terecht'”]
De eerste indrukken van Burundi
‘Je komt daar in een andere wereld terecht’, zegt Johannes Spoelstra. ‘Qua temperatuur viel het mij hartstikke mee. Wat mij vooral opviel was de enorme armoede. Daar ben ik echt van geschrokken. Dat had ik niet verwacht. Met ‘Vissers voor vissers’ zijn we al in andere derde wereldlanden geweest waar ook arme mensen wonen, maar in Burundi was het toch schrijnender. Veel mensen moeten het daar doen met slechts één dollar per dag en dat met een gezin. Het verschil tussen arm en rijk is erg groot. Ik had het daar echt te doen met de mensen. Je zag op de marktjes bijvoorbeeld dat iedereen wel heel hard werkte.’
Toch is Spoelstra positief over het land en dan met name over de gastvrijheid van de Burundezen. ‘Iedereen was heel vriendelijk naar ons toe en overal op straat werd je begroet. Op marktjes riep iedereen mgunzu, mgunzu naar ons. Mgunzu betekent blanke in het Swahili. Wat voor ons wel een nadeel was, is dat Burundi een Franstalig land is. Wij zijn de Franse taal niet machtig en die taalbarrière was een handicap voor ons.’
Wat het voor de vissers makkelijker maakte, was dat Izere alles voor ze tot in de puntjes had geregeld. Izere is een Burundese stichting die vanuit Nederland verschillende projecten heeft lopen in Burundi. De vissers kregen ook een eigen chauffeur. Geen onnodige luxe bleek achteraf. ‘Het verkeer in Bujumbura was een chaos. Zelf zouden we daar niet kunnen rijden. Er waren wel verkeersagenten aanwezig, maar ik had niet het idee dat de automobilisten hun orders opvolgden. Vooral ’s nachts vond ik het gevaarlijk op de weg. Iedereen reed met groot licht aan waardoor je verblind werd. Ik had daar ook geen één fietser gezien met licht op zijn fiets.’

Tanganyikameer
Na geacclimatiseerd zijn in Burundi trokken de vissers 100 km ten zuiden van Bujumbura. Naar het plaatsje Rumongo om precies te zijn wat aan het Tanganyikameer ligt. Dit is op het Victoriameer na het grootste meer van Afrika. Het diepste punt is bijna 1,5 kilometer en daarmee is dit het diepste meer van het continent. Voor de Burundese visser is het Tanganyikameer zijn bron van inkomsten. ‘Het was een prachtig meer met schoon en helder water’, zei Spoelstra. ‘De natuurlijke omgeving eromheen was ook erg mooi.’
De Urker visser maakte ook kennis met een voor hem nieuwe vissoort genaamd ‘Kapenta.’ Deze vis komt alleen maar voor in het Tanganyikameer. ‘Ik vind zelf deze vis erg lekker. Die andere kleine visjes genaamd Indagara die ze daar veel vangen, vind ik niet zo heel bijzonder.’ Spoelstra denkt dat de diepe wateren van het meer nog de nodige geheimen herbergt voor de mensen aangezien de moderne visserij en scheepsvaart er nog nauwelijks actief zijn.
In schril contrast met het sprookjesachtige landschap rondom het meer zijn volgens Spoelstra de erbarmelijke omstandigheden waarin de lokale vissers moeten werken. Als de nacht is gevallen gaan ze met houten bootjes het meer op en schijnen ze met een ledlamp op het water. Hiervoor gebruiken ze stroom van de accu. Waarom de Burundese vissers ’s nachts het water op gaan is Spoelstra niet helemaal duidelijk geworden. Opmerkelijk vond hij het wel, want overal ter wereld waar de Urkers geweest zijn, werd er overdag gevist. Met grote ronde netten vangen ze vooral veel kleine visjes. De eerder genoemde Indagara visjes. De grotere vissen weten vaak te ontsnappen aan het net.
Om de Burundese vissers te helpen om grotere vissen te vangen stuurden ‘Vissers voor vissers’ Europese netten naar het Afrikaanse land toe. De Urkers zouden hun Burundese collega’s leren hoe ze deze netten konden gebruiken. ‘In het Tanganyikameer leven bijvoorbeeld veel Tilapiavissen, maar ik heb niet gezien dat Burundese vissers deze hebben gevangen. Dat komt omdat ze niet over de juiste materialen beschikken. De bedoeling was dat het met onze netten wel zou moeten lukken.’

Een flinke domper
Eenmaal aangekomen op de plaats van bestemming krijgen de Urkers te maken met een flinke tegenvaller. Een ambtenaar van de visserijtoezicht verbied de Europese netten te gebruiken. De officiële reden daarvoor is dat je door het gebruik van deze netten overbevissing krijgt. ‘Van te voren hadden we wel geïnformeerd of we deze netten mochten gebruiken, want we weten dat ze in Ethiopië ook verboden zijn. Toen werd tegen ons gezegd dat het geen probleem was, maar helaas stak die ambtenaar daar een stokje voor.’
Johannes Spoelstra gelooft niet dat overbevissing de echte reden van het verbod is, want hij heeft niet het idee dat er in de rest van Burundi erg strenge milieueisen zijn. ‘In derde wereldlanden gebeurt het helaas vaker dat de overheid je tegenwerkt. Bij een ander project van ons in Congo vraagt een ambtenaar dusdanig veel geld voor alle gevangen vis dat het voor de vissers daar niet rendabel meer is om het water op te gaan. Dat zijn dingen waarmee je te maken krijgt.’
De Urker vissers vinden het vooral jammer voor de Burundezen zelf. ‘Op dit moment vangen de vissers alleen maar kleine visjes in kleine hoeveelheden. Met wat ze daarmee verdienen op de markt, kunnen de vissers amper rondkomen. Grotere vissen zijn meer geld waard en daardoor zouden de vissers meer geld kunnen gaan verdienen.’

Toch een effectieve week
Ondanks de teleurstelling wordt de week wel effectief gebruikt. De Urker vissers praten veel met de Burundese collega’s en geven advies over hoe sommige dingen anders aangepakt kunnen worden. ‘Chinezen die daar zijn geweest hebben bijvoorbeeld een grote koelcel gebouwd. Alleen kost het teveel benzine om de hele cel te koelen. Wij hebben het advies gegeven om slechts een klein gedeelte te gebruiken.’
Waar de Burundezen volgens Spoelstra vooral nog veel winst kunnen boeken is op het gebied van hygiëne. ‘Zij gebruiken nog houten kisten om de vis op te bergen. Deze kisten zijn alleen moeilijk schoon te maken. Er blijven altijd resten vis in zitten en als de zon dan op zo’n krat schijnt is dat erg onhygiënisch. Daarom hebben we plastic kisten naar ze opgestuurd. Deze zijn veel makkelijker schoon te maken.’
Ook moeten de Burundezen volgens Spoelstra de vis veel meer koelen met ijsblokjes. ‘Ze gebruiken wel scherfijs, maar die zien er bruin uit. Vaak gebruiken ze troebel water uit het Tanganyikameer. Toch is het niet altijd even makkelijk. Er is niet altijd geld voor een waterleiding. Bovendien is het water uit deze leiding niet altijd even helder. We kunnen ook niet van ze verlangen dat ze mineraalwater kopen, want daar is geen geld voor. Een ander advies die we hebben gegeven is om de vis nadat hij is ingevroren in het water te dompelen. Hierdoor komt er als het ware een laagje glazuur om de vis. Dit voorkomt uitdroging en de vis ziet er mooi glanzend uit. Dit levert vaak meer geld op. De vis ziet er namelijk niet alleen mooier uit, maar is ook zwaarder en door het water eromheen. Dit telt allemaal mee in het gewicht.’
Spoelstra heeft niet de illusie dat al hun adviezen direct opgevolgd zullen worden. Volgens de visser vergt het meer tijd om dingen echt te veranderen. Dat weet hij uit eigen ervaring. ‘In Suriname hadden we de vissers bijvoorbeeld geadviseerd om de ingewanden van het dier eruit te halen. Op die manier blijft het langer goed. Maar toen we een jaar later terugkwamen werden de ingewanden er niet meer uitgehaald. Wat bleek nu, de vissen zonder ingewanden werden op de markt niet verkocht. De vissen met ingewanden zagen er veel groter uit en mensen daar kochten dat eerder.’
Dit voorbeeld is overigens voor Burundi niet direct van toepassing, want voor de ‘gewone man’ zijn grotere vissen onbetaalbaar. Alleen westerlingen en rijke Burundezen kunnen zich dat veroorloven. In restaurants en hotels houden ze zich aan de Europese hygiëneprotocollen. Spoelstra wil met het voorbeeld laten zien dat je bepaalde gewoonten niet zo snel verandert.

Duurzame missie
Het was ongeveer een jaar geleden dat Izere-voorzitter André Nkseshimana bij de Urkers aanklopte of ze misschien konden helpen in Burundi. In eerste instantie reageerden de vissers niet al te enthousiast. Dat kwam omdat een eerder project in Kinshasa in het buurland Congo faliekant was misgegaan. Alles wat fout kon gaan, ging ook fout. Doordat Nkeshimana bleef aandringen gingen de vissers toch overstag. En daar hebben ze na de reis in Burundi geen spijt van.
Want ondanks de moeilijke omstandigheden waarin de Burundese vissers moeten werken, is Spoelstra zeer te spreken over hun gedrevenheid. ‘Het was erg leuk om met collega vissers te praten. Ze zijn erg inventief met de beperkte middelen die ze hebben. Bovendien zijn ze heel leergierig. Ze luisterden aandachtig naar wat we vertelden. Sommigen schreven ook alles op. Bijvoorbeeld toen wij voordeden hoe je knopen in de netten maakten.’
Hoe de samenwerking zich op lange termijn gaat ontwikkelen is volgen Spoelstra nog niet duidelijk. ‘Nu we er zijn geweest, hebben we een veel beter beeld gekregen van de omstandigheden waarin de vissers daar moeten werken. Samen met Izere gaan we evalueren wat we nog voor de vissers daar kunnen beteken. Wat we in ieder geval blijven doen is het opsturen van materialen zoals netten, fuiken en plastic kistjes. Die spullen krijgen we van collega’s die het niet meer nodig hebben of van justitie. In het laatste geval gaat het om materialen die in beslag zijn genomen. Burundi is een arm land, maar wij vonden het ook een erg prettig land om te werken. Wanneer Izere ons weer vraagt om erheen te gaan, dan staan we daar zeker niet onwelwillend tegenover.’

3 Replies to “‘Je komt in een andere wereld terecht’

  1. Leuk artikel. In 1975 was ik in Mwanza in Tanzania op bezoek bij een Urker visser die Teunis Ras heette. Ook Teunis deed het zelfde werk. er werden zelfs stalen kotters uit Urk geïmporteerd. Tegenwoordig dus bijna 40 jaar later kunnen we overal in Nederland tilapia kopen. Lees ook het interessante boek Darwins kweekkamer en je weet alles over vissen op de grote Afrikaanse meren.

  2. De reden dat ze ’s nachts vissen is dat die indagara visjes alleen bij maanlicht te vangen zijn. Daarnaast is er geen politie ’s nachts om alles weer af te pakken.
    Mooi initiatief, maar er is veel contact nodig met mensen die beide culturen kennen zodat er geen energie verloren gaat aan advies wat cultureel of financieel niet uit te voeren is (zoals die ijsblokjes). 😉

  3. Bedankt voor jullie reacties en de aanvullende informatie waarom de Burundese vissers ’s nachts vissen. De initiatiefnemer van deze missie is de Burundees Andre Nkeshimana. Hij woont inmiddels al achttien jaar in Nederland en kent beide culturen goed, dus dat moet goedkomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *