Aart en Afrika

In Gao

Aart van der Heide. In de jaren 90 van de vorige eeuw reed ik regelmatig met de auto naar Gao. Van Mopti naar Gao duurde de reis van 550 km een hele dag. Nu kan dat niet meer. De weg is kapot door de vele leger en tankwagens die er allen in militairconvooi over rijden.

Ik vlieg erheen met een UN humanitair vliegtuig. We maken een tussenstop in Tombouctou. Doucouré groet mij hartelijk. Sinds 1991 werkt hij op het vliegveld van Tombouctou. Vroeger was hij airportmanager voor Air Mali. Nu – hoe kan het ook anders – werkt hij voor de MINUSMA.

Gao veranderd in een militaire vesting
Ik vlieg naar Gao voor UNICEF om een groot voedingsprogramma voor hen te evalueren. Aldaar aangekomen vliegen we over het vliegveld en zien we vanuit de lucht twee Nederlandse Apache-helikopters staan. Aangekomen op het vliegveld word ik in een gepantserde Toyotalandcruiser opgehaald. Later hoor ik dat deze auto tweehonderdvijftigduizend dollar heeft gekost. Het vliegveld wordt bij de uitgang niet meer door Franse militairen gecontroleerd. Bij de twee controles staan nu Malinese veiligheidswachten. Rechts is te zien hoe vele nieuwe huizen in Gao gebouwd worden. Het gaat dus goed met de bouweconomie van Gao. Links de enorme MINUSMA installaties met duizenden containers, tankwagens, tenten, prefab kantoren en witte militaire terreinwagens. Ik word naar hotel Bon Sejour gebracht omdat dat het enige hotel is waar wij Europeanen veilig kunnen verblijven. De laatste nacht valt de stroom in heel Gao uit. De accu van de generator van het hotel doet het niet. Ik loop het hotel uit en zie 3 militairen die de wacht moeten houden in diepe slaap op hun brits liggen. Gelukkig is het mijn laatste nacht en ga ik de volgende dag weer naar Bamako.

Nieuwtjes uit Gao
De volgende dagen kom ik een aantal van mijn oud collega’s en vrienden weer tegen. Natuurlijk vraag ik hen hoe het gaat. Hoe denken de bewoners over MINUSMA? Is het veiliger geworden? Ibrahim waar ik jaren mee samen heb gewerkt vertelt mij veel over de situatie in Gao. Hij is secretaris geworden van de Haute Conseil Islamique. Hij was altijd een vrome moslim die hard werkte. Hij heeft jaren gewerkt met geld van Stichting Oecumenische Hulp uit Utrecht om de verbouw van rijst te verbeteren en daarbij ook systematisch de voedingssituatie van kinderen te verbeteren door met vrouwengroepen te werken. Hij kent alle problemen in de boerengezinnen die leven van de rivierrijstverbouw. Hij probeert via zijn functie bij de Haut Conseil Islamique ook hieraan te werken. Ik ben blij te horen hoe oecumenische hulp geholpen heeft. Nog blijer ben ik dat ons werk in de vorige eeuw wortel heeft geschoten. Als ik hem vraag naar de crisissituatie in noord Mali zegt hij mij eerlijk dat in Gao de algemene mening is dat onder de gekozen president ATT er heel slecht bestuur bestond. De kliek die de verkiezingen hadden gewonnen in 2002 heeft alleen maar aan zelfverrijking gedacht. Familieleden en vrienden kregen hoge posten in het noorden en deden dat daar ook. Ze hadden geen oog voor de lokale noden. Dat heeft nogal veel kwaad bloed gezet. Kapitein Sanogo heeft door in 2012 een staatsgreep te plegen hier een einde aan gemaakt. Maar het was te laat. Het westen was nogal in verwarring gebracht. Ze hadden het westerse model van democratie opgelegd en ATT had er een zooitje van gemaakt. Staatsgrepen, dat kon niet meer. De ‘rule of law’ was de enige acceptabele vorm. Toen Khadaffi in Libië werd weggebombardeerd kwamen alle verdreven Toearegs met hun zware wapens noord Mali binnen, kort daarna gevolgd door vele Jihadistische groepen. Vergeet niet dat ze ook nog pakweg 1000 kilometer Niger en Algerije moesten doorkruisen. Het heeft mij altijd verbaasd waarom Mali en niet Niger? Niger lag meer voor de hand want het heeft een lange grens met Libië. De rest is bekend. De Franse invasie in januari 2013 heeft met hun operatie Serval het noorden weer vrij gemaakt. Het westen kwam snel met hun MINUSMA, volgens de westerse landen op verzoek van de regering. Nu zijn er in Mali meer dan 10.000 MINUSMA soldaten en meer dan 2.000 civiele posten om noord Mali te pacificeren en de staat te begeleiden bij het hervestigen van haar autoriteit op het hele grondgebied van Mali. Echter MINUSMA is daar nauwelijks in geslaagd. ‘Mali vrij van Jihadsten te houden’ dat was en blijft de taak va Opération Serval, nu Barkhane. Overal hoor ik in Gao dat iedereen wapens heeft. Groepen bandieten plegen regelmatig overvallen. Deze week werd op klaarlichte dag nog een landcruiser in de stad gestolen. Ook worden vele wegen nu door bermbommen onveilig gemaakt. Vele werkloze jongeren uit het zuiden komen naar het noorden en sluiten zich tegen betaling aan bij de vele strijdgroepen. Gao is een gevaarlijke stad geworden. Overdag kan ik niet rustig over straat of op de markt lopen. Het gevaar voor kaping is groot vanwege m’n blanke huid. Iedereen raadt mij aan overdag en vooral ’s avond binnen te blijven. Vanwege de vele wapens in omloop is een gezonde economische ontwikkeling niet meer mogelijk. Gao bestaat dankzij een oorlogseconomie. De wapens komen allemaal uit het buitenland. Gedeserteerde soldaten van het Malinese leger schijnen hun wapens ook te verkopen. Of je zoekt een goed betaalde baan bij MINUSMA of je probeert gewapend aan je geld te komen. Ibrahim zegt mij dat vele boeren niet meer willen telen want het Wereldvoedselprogramma deelt overal gratis voedsel uit. De burgers denken nogal tweeslachtig over MINUSMA. Allereerst probeer je daar een goed betaalde baan te krijgen. Een nachtwacht schijnt er evenveel te verdienen als een arts die voor de overheid werkt. Er doen veel verhalen de ronde over de grote corruptie binnen MINUSMA. Het is moeilijk om op feiten gebaseerde informatie te verkrijgen. Wel zijn veel mensen bang want de grote militaire concentratie in Gao lokt ook aanvallen uit. Ze weten dat ze daar ook slachtoffer van kunnen worden. De situatie is verward. Ik heb geen auto’s of vrachtwagens met Algerijnse nummerplaten gezien die in 2012 volgens sommige verslagen bevoorraadden MUJAO.

Kamp Castor met de Nederlandse militairen
Na vier dagen in Gao te zijn geweest heb ik nog geen Nederlandse militair gezien. Wel zag ik vanuit het vliegtuig bij aankomst de Nederlandse Apache helikopters. In Gao vraag ik of ze de Nederlandse militairen wel eens ontmoeten. Niemand heeft ze ooit gezien. Wel vraagt men mij of ik niet voor een baantje bij hen kan zorgen. Helaas heb ik geen contact met hen. Niemand weet wat ze er doen. Als ik zeg ‘inlichtingen verzamelen’ krijg ik nogal verwonderde gezichten te zien. Ik hoor opmerkingen dat als je geen contact met de bevolking hebt je ook niets te weten kunt komen. Ik probeer duidelijk te maken dat de Nederlanders dat met zeer geavanceerde technologie doen. Zelf weet ik van de drones en het boek Wakker van Peter Gordijn vertelt hoe ze vanuit de lucht kijken. Niemand gelooft dat hier. De bevolking van Gao wil alleen maar een deel van de te verdelen koek hebben. Deze missie kost meer dan 900 miljoen Euro per jaar. Bijna evenveel is de jaarlijkse ontwikkelingshulp die Mali krijgt. Als je dat geld onder alle Malinese gezinnen eerlijk zou verdelen zou iedere familie een rijker en gelukkiger leven kunnen leiden dan nu. Als ik vrijdag weer naar Bamako vlieg zie ik een groep Nederlandse militairen in uniform op het vliegveld staan. Ze hebben hun namen op hun uniform. Ze heten Klaas, Gerard en Henk en velen hebben een achternaam die ook met Van Der begint zoals de mijne. Ik vraag me af wat die mensen hier doen. Wat het kamerlid mij schreef toen hij in april bij hen op bezoek was vonden velen van hen deze missie echt zinloos. Vele topfuncties van de MINUSMA worden of werden bezet door Nederlanders. Eerst hadden we Koenders die na een jaar al wegging. Ook zat de broer van Frans Timmermans een tijd op een hoge functie. Nu mag Koen Davidse, een Nederlandse diplomaat, de tweede viool spelen. Koenders schreef een aantal weken geleden in een ingezonden brief in de Volkskrant dat het Malinese volk hierom had gevraagd. Ik heb veel navraag gedaan, ook in Gao en in Bamako, maar niets is minder waar. Ik krijg berichten uit Nederland dat de Tweede Kamer op 9 juni weer voor verlenging moet stemmen. In de Stadsschouwburg in Amsterdam wordt op 1 juni een debat gehouden met o.a. wetenschappers die hierover hun mening mogen geven. Er zijn vele feiten die vooral geïnterpreteerd kunnen worden vanuit een degelijke historische maar ook antropologische analyse. Het gaat er vooral om de mentaliteit van de bewoners van noord Mali te kennen en te begrijpen. Daarbij moet ook rekening worden gehouden hoe deze groepen de invloed van het ‘zuiden’ van Mali voelen. Ik kom nu al 30 jaar in de verschillende gebieden in noord Mali maar het blijft ook voor mij nog een moeilijke puzzel. Hopelijk zullen er in het panel mensen zitten die voldoende lang in het noorden hebben geleefd en gewerkt. Ook hoop ik dat ze de geschiedenis van Mali goed kennen en daarbij komt ook de koloniale geschiedenis d.w.z. de rol van Frankrijk bij kijken. Het is nu al bekend dat de meerderheid van de Tweede kamer akkoord zal gaan met een verlenging. Na mijn bezoek aan Gao vraag ik me af op basis van welke informatie deze volksvertegenwoordigers durven te stemmen. Kennis van het land en de problematiek is er bij heel weinig Kamerleden. MINUSMA is er ook helemaal niet voor het Malinese volk. Het is voor de regeringen van armere landen een inkomstenbron. Ze krijgen per geleverde blauwhelm een bedrag. Voor Nederland was/is het een kwestie van prestige. Koenders’ carrièrekansen en ‘we tellen weer mee internationaal’. Eén van de aller slechtste VN missies die ik heb gezien meldt mij een Nederlandse UN missiekenner. Slecht voorbereid, haastig in elkaar gezet, slecht doordacht, niet op de hoogte van lokale omstandigheden, krachtsverhoudingen, politieke gevoeligheden, regionale kwesties en presteert dus weinig tot niets. En als er iets aan de hand is nemen de Fransen het over: La Terrasse, Radisson Blue, de crash van Air Algérie uit Ouagadougou, et cetera)

De situatie in het veld
Helaas kan ik de stad niet uit. De opstandige Toeareggroepen schijnen te zijn geneutraliseerd. Ze hebben wapens maar ik denk dat ze met veel geld rustig zijn geworden. De Jihadisten zijn er nog wel. De Franse Barkhane-missie heeft ze niet kunnen verdrijven. Wel wordt er over grote groepen bandieten gesproken. Dit zijn goed bewapende groepen die geen ideologie hebben. Ze roven en plunderen. Ik kom vele humanitaire veldwerkers tegen die overvallen zijn. Geld, telefoons, radio’s en auto’s worden gestolen. Noord Mali is een wild west gebied geworden waar de misdaad heerst. De stroom met jonge Afrikanen op weg naar Libië vanuit Gao en in handen van mensensmokkelaars schijnt opgedroogd te zijn. Libië immers bestaat toch niet meer hoor ik Sidi zeggen. MINUSMA is er niet om de Jihadisten te verjagen. Het is een stabilisatiemacht wat dat ook moge betekenen. Echter, de toestand is allesbehalve stabiel.
We moeten een groot programma evalueren dat beoogt de voedingstoestand van jonge kinderen te verbeteren. Hoewel de noden groot zijn hoor ik steeds vaker verhalen over de vele ongeschoolde gezondheidswerkers op de medische posten in de districten. Ze hebben lage salarissen en daarbij zijn ze slecht gemotiveerd. Op de markt en in de winkels zie ik overal de zakjes krachtvoeding of Plumpinut liggen. Dit is voedsel om ondervoede kinderen weer snel op normaal gewicht te krijgen. Zelfs de zakjes die uit het buurland Niger komen worden hier verkocht. Dat betekent dat er voldoende koopkracht onder de bevolking bestaat. Deze zakjes Plumpinut worden uitgedeeld aan de moeders met ondervoede kinderen. Of de moeders verkopen het of de gezondheidswerkers maken het te gelde. Wij kunnen dat niet nagaan. Ook worden er allerlei medicijnen gratis geleverd maar ook hiervan weten we niet of die eerlijk uitgedeeld worden of gewoon verkocht. We weten precies hoeveel kinderen doorverwezen worden naar de gezondheidscentra. Helaas hebben we geen middelen om na te gaan of het meten van de kinderen serieus gedaan wordt. Ook de NGOs die hiervoor aangetrokken zijn om dit werk te controleren kunnen dat slechts ten dele. Ze doen hun best. Ik denk dat de problemen die deze veldwerkers hebben identiek zijn aan de Nederlandse militairen die de ‘ogen en oren’ zijn. Controleren op afstand is bijna onmogelijk. Aan het einde van de week weet ik precies hoeveel kinderen er ‘gedepisteerd’ (= doorlichten of screenen) zijn en een behandeling hebben gekregen. Helaas weet ik niet of het werk goed gedaan is. Ook weet ik niet of de algemene voedingstoestand van de kinderen verbeterd is. Als ik de oude Zwitserse Madame Sophie spreek die dit werk ook doet met een team van jonge gemotiveerde mensen dan hoor ik ook hoe moeilijk dit werk is. Garantie kan ze niet geven maar er is veel ellende zegt ze mij. Volgens haar is niet sprake van dweilen met de kraan open. Vergeleken met de kosten van MINUSMA is dit UNICEF programma slechts peanuts. Ik vlieg met gemengde gevoelens weer terug naar Bamako.

Moet de Nederlandse missie verlengd worden?
Het feit dat de Nederlandse inzet al verminderd wordt geeft aan dat de betreffende ministers en de partijen waarop ze in de Tweede Kamer steunen al een beslissing hebben genomen. Zelf voorspel ik dat de Tweede Kamer akkoord zal gaan met een verlenging onder voorwaarde dat daarna gestopt zal worden. Ze weten maar al te goed dat het politieke landschap na de verkiezingen in 2017 er nogal anders zal uitzien. Verstandig? Vanuit mijn visie die vooral gebaseerd is op mijn Mali ervaring zou ik dat voorzichtig ook opportunistisch noemen. De huidige situatie geeft hen geen andere keus. Gelukkig heeft deze missie nog geen naar Nederland gestuurde ‘body bags’ opgeleverd behalve dan de twee helikopterpiloten die gesneuveld zijn door een technisch mankement. We mogen wel eens een keer benadrukken dat het altijd Afrikaanse VN troepen zijn die sneuvelen voor MINUSMA. Tsjadiërs in het begin, later ook vooral Guineeërs en Burkinabés. De partijen die deze operatie gesteund hebben om extra expertise op te doen zullen tevreden zijn. Ook de partijen die het belangrijk vonden dat de Nederlandse krijgsmacht weer als volwaardig door de NAVO geaccepteerd zou worden zullen tevreden zijn. De partijen die deze missie verdedigd hebben vanwege het 3D karakter – Defence, Development and Diplomacy – zullen zich in alle bochten moeten wringen om hun gelijk te krijgen. Mijn verblijf in Gao heeft mij het tegendeel laten zien. Iedereen zal wel een beetje gelijk krijgen. Een echte onafhankelijke evaluatie zal er nooit komen. We weten immers maar al te goed dat inlichtingen verzamelen in noord Mali niet met drones en Apaches gedaan kan worden. Inlichtingen worden als vanouds verkregen door overal informanten te hebben. Op markten, op scholen, in bars, in wijken en ook in dorpen en zelfs in de vele hulporganisaties. Je zult daarvoor moeten betalen om zeker te zijn van betrouwbare informatie. Dat kan niet door buitenlanders worden gedaan. Dat kan alleen maar gedaan worden door Malinezen die op hun beurt het vertrouwen van de buitenlanders krijgen. Misschien kan een parlementaire enquête dat achterhalen als een meerderheid in de Tweede Kamer daaraan behoefte zal hebben. De huidige MINUSMA missie wordt door iedere Malinees gewantrouwd. Ik hoef me dus niet uit te spreken over verlenging. Als Koenders zegt dat de bevolking van Mali hierom heeft gevraagd dan is het antwoord heel duidelijk. Hij weet maar al te goed dat volkeren niet om missies kunnen vragen. Dat kunnen alleen lidstaten. Het wordt hoog tijd dat een onafhankelijk historisch onderzoek deze hele missie beoordeelt.

Meer artikelen over

Reacties

One Reply to “In Gao

  1. Tja, wat moet je hier nog aan toevoegen?

    Ik ben zelf verschillende malen in Mali, Tombouctou, Mopti, Gao, etc. geweest voor waterprojecten rond 1990 en begin 2000 en vond het fantastisch, mooi land, aardige mensen, etc. en nu te lezen door een echte insider (de mooie politieke BoBo-BlaBla moet je per definitie nooit geloven) hoe erg het verloederd is door de machtswellustelingen die met veel geld en geweld zich in Afrika aan het ingraven zijn, verschrikkelijk.

    En dat noemt zich een “vredesmissie”, terwijl ze feitelijk niets voor de lokale bevolking doen, terwijl ze elke dag vele miljoenen opmaken en niets voor de locals doen.

    Bij de aanvang van de Mali missie heb ik nog aangeboden dat FairWater graag ook de duurzame Dutch BluePump wil inzetten om duizenden kapotte waterpompen in Mali te vervangen, maar men was niet geïnteresseerd. Per pomp kost dat max 2.500 euro, voor 500+ mensen voor 25+ jaar. Maar men vliegt liever nog een rondje over de woestijn a raison van 5.000,- per uur.

    Vreemd, met het Britse leger hebben we goed samengewerkt in Sierra Leone en daar in een paar weken 40 BluePumps neergezet. Waarom kan het daar wel en niet met DutchBad in Mali?

    Waarom BluePumps uit Nederland? Omdat ze bijzonder sterk en duurzaam zijn, gaan lang mee en onderhoud is eenvoudig en goedkoop. Als je dat vergelijkt met de vele roestende pompjes die overal in Mali kapot staan, begrijp je dat we juist als Nederland waterland met de Dutch BluePump veel goodwill hadden kunnen krijgen bij de locals. Dan vertellen ze je meteen wat er aan de hand is, hoef je er ook niet overheen te vliegen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *