Aart en Afrika

Een nieuw Angola?

Aart van der Heide. Na twee weken in Angola te zijn geweest dacht ik dat de economische crisis vooral een crisis van de staat was maar vanmorgen werd ik er zelf mee geconfronteerd.

De werkster had geen geld gekregen om zeep te kopen om mijn kleren te wassen. We eten nog prima alleen is het minder lux als twee jaar terug toen ik hier was. Wel spreekt iedereen over de crisis. De prijzen van levensmiddelen en andere eerste levensbehoeften zijn enorm gestegen. Dit als gevolg van de economische crisis die hier heerst. Het land lijdt aan de Hollandse Ziekte. Doordat de olieprijzen enorm zijn gedaald krijgt het land minder deviezen binnen en aangezien bijna alles werd geïmporteerd is de te verdelen koek kleiner geworden. Weer zie ik lange rijen voor winkels staan en zelfs mensen die uit vuilniscontainers eten. Dit maakte ik ook mee begin jaren tachtig toen ik in Huambo werkte. Het grote verschil met die jaren was dat het land bestuurd werd vanuit een Marxistisch-Leninistisch staatsmodel en dat is nu geheel anders. Het neoliberale denken is ook hier geïmporteerd. Echter, de massa’s zijn er nog steeds. Op straat en wegen zie ik uiterst grote dure wagens rijden. De TV zendt in alle huizen waar ik kom vooral Braziliaanse programma’s uit waarvan de zenders met de ‘telenovelas’ of ‘soaps’ uiterst geliefd zijn. Daarnaast zie je ook veel zenders die kerkdiensten uitzenden. Kerken vol met duizenden mensen die onder het woord zijn. Als Karl Marx dit zou zien dan zou hij zich in zijn graf omdraaien. Hij zou opmerken dat godsdienst nog steeds opium van het volk is.

Aan het begin van mijn bezoek ging ik mijn oud collega Pinda Simão opzoeken. We werkten samen in Huambo. Hij gaf wiskunde en ik levensmiddelenwetenschappen. Hij is nu minister van onderwijs. De begroeting was hartelijk. Ik had een mooie Parker-pen voor hem meegenomen met zijn naam erin gegrafeerd. ‘Die kan me niet worden afgestolen’ was zijn commentaar. Ook hij gaat binnen korte tijd met pensioen en wil zich op z’n boerderij terugtrekken. Hij is een goede minister geweest want als ik zijn naam noem dan volgen er bijna altijd lovende woorden over hem.

Ook kom ik in contact met een organisatie die pleit voor een nieuw Angola of wel ‘uma nova Angola’. Hierin zit een oud collega van me nl. Paulo Filipe. Hij gaat door voor een echte wetenschapper die zonder poespas en zonder ‘glamour and glitter’ zijn boodschap vertelt. Angola heeft een echte ‘reforma agraria’ hoog nodig. Ook de minister van landbouw is hiervan overtuigd en kondigt in het journaal aan dat de familielandbouw of wel de ‘agricultura familiar’ gestimuleerd moet worden. Komt overeen met de visie van Paulo Filipe want iedereen weet dat het platteland de stad moet voeden. Zorg ervoor dat deze boerengezinnen voldoende voor zichzelf produceren en de rest tegen normale prijzen kunnen verkopen. De oud directeur van ADRA-Angola Fernando Pacheco zegt het ook maar dan in andere woorden nl. ‘A chuva está a mostrar que o dinheiro do petróleo foi muito mal gasto’ en dat betekent dat ‘de regens aantonen dat de oliedollars slecht zijn besteed’. Zelf heb ik de indruk dat de plattelandsbevolking weinig van de crisis merkt omdat ze sinds de onafhankelijkheid eigenlijk weinig hulp hebben gehad. De regens zijn bijna altijd goed, de grond is vruchtbaar maar vaak nog steeds niet bewerkbaar door de vele landmijnen en arbeidskrachten volop aanwezig. De oliecrisis heeft eindelijk het belang van de kleine boer aangetoond.

In mijn huidige werk bij ACM probeer ik hen te vertellen dat hun ervaringen nu goud waard zijn want deze organisatie heeft vele dorpen na de burgeroorlog geholpen bij hun ‘resettlement’ of herstart. Eerst met voedselhulp en daarna met zaadgoed en tools de zogenaamde ‘non-food-items’. Eenmaal weer geresettled moesten ze proberen hun overschotten te verkopen maar hadden ze bijna geen toegang tot de markt simpelweg vanwege gebrek aan transportmiddelen. Door de crisis krijgen ze hopelijk nu een kans. De geschiedenis die we op papier zetten is voor ons westerse intellectuelen te mooi om waar te zijn. Echter, de Angolezen zijn moe. Eerst het Portugese kolonialisme, daarna een staat die ingericht was volgens het marxisme-leninisme en daarbij een burgeroorlog vanaf de onafhankelijkheid tot 2002 en nu een neoliberale staatsinrichting. Ze moeten iedere dag weer zorgen dat er brood op de plank komt. De ontwikkelingshulp is gestopt omdat het land rijk is maar dat is helaas op macro niveau.

Ik haal nog vaak een adagium van de eerste president van Angola Agostinho Neto aan: ‘A luta continua e a vitoria é certa’. Wij allen hopen daarop en vele Angolezen bidden nu daarom. Zitten de kerken hier daarom zo vol? Wat zou Karl Marx van dit verhaal vinden? Gelukkig hebben ze hier geen zorgen om terroristische aanslagen. Alleen ik voel dat omdat ik uit Europa kom.

Reacties

3 Replies to “Een nieuw Angola?

  1. Dag aart, dank voor de update. Ondanks de crisis en het gedoe lees ik er toch ook nog wel wat hoop in. groet Ineke

  2. Tja, zo gaat het. Goed verhaal. Zo ben je het rijkste land van Afrika, verkoop je je ziel en olie tegen te lage prijzen aan de chinezen en zo heb je weer even niets. Tot de volgende hype. Heb zelf ook enige jaren in Angola gewerkt,moeiljk land, in het zuiden, in rurale watervoorziening. Voor zover deze niet door de NGOs werd gesubsidieerd was dat een drama, de vele goedbedoelde goedkope pompjes uit India stonden meest van de tijd kapot, gebrek aan onderdelen, en als er dan weer een NGO met onderdelen kwam, gingen die voor woekerprijzen van de hand.
    Er is wel toenemende belangstelling in Angola voor onze duurzame Nederlandse waterpomp, de BluePump, dus er is hoop voor het platteland. Ze beginnen gelukkig in te zien dat je voor mensen die weinig cash-flow hebben geen roestende pompjes uit India overal maar niet moet plempen!

    1. Paul, ik heb in Huambo naar de pompen gevraagd. De meeste zijn kapot. Enkele pompen geven nog water. Behoefte aan goede pompen. Bel me maar. Aart

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *