Aart en Afrika

Ebola ook in Mali (2)

20141025-2Aart van der Heide. Een week geleden kwam het bericht uit Bamako dat het eerste dodelijke slachtoffer van de Ebola-epidemie in Mali gevallen was. Een twee jarig meisje uit buurland Guinee Conakry waar zowel haar vader en moeder overleden waren aan Ebola. Toen werd ook bekend dat het meisje met haar oma naar Bamako was gereisd, aldaar al ziek was en in deze toestand naar Kayes over een afstand van 600 km met het openbaar vervoer gereisd heeft.

Er heerste alom paniek in Bamako. Iedereen met koorts werd gemeden. De autoriteiten, blijkt nu, waren goed voorbereid. De bevolking was reeds wekenlang via de TV geinformeerd. Noodhospitalen stonden klaar. Artsen zonder Grenzen of in het Frans Medicins sans Frontieres hadden ook in Mali vele voorzieningen getroffen.
We zijn nu een week later en iedereen wacht op nieuwe gevallen want het is zeker dat het meisje andere personen besmet heeft. De gezondheidsautoriteiten hebben naar verluid 43 personen in quarantaine geplaatst.
Het Ministerie van Gezondheid werkt nauw samen met het Center for Disease Control uit Atlanta, USA. Dit CDC is wereldwijd één van de best gespecialiseerde en geoutilleerde instituten. Uit ervaring weet ik dat als dit instituut de leiding neemt bij dergelijke uitbraken men er zeker van kan zijn dat de zaak ook heel professioneel zal worden aangepakt. Wat dit instituut echter niet kan is de mentaliteit van de bevolking ‘klaar’ maken en hierbij bedoel ik optimaal betrekken om verdere verspreiding te voorkomen. Waarom niet?
De eenvoudige reden is dat de bevolking in Mali geen enkel vertrouwen heeft in het gezondheidssyteem. Ze wantrouwen het zelfs en misschien terecht. Donoren hebben jarenlang vele miljoenen Euros of Dollars geinvesteerd maar de effecten zijn niet of nauwelijks zichtbaar of voelbaar. De gezondsheidszorg in Mali is – ondanks het bestaan van een goede medische faculteit of ‘ecole de médicine’ in Bamako – geheel vercommercialiseerd. Dokters hebben weinig interesse in hun patienten. Zieke patienten die ‘s morgens bij de dokter op het spreekuur komen in de diverse ziekenhuizen wordt gezegd ‘s middags naar de privé-kliniek te komen. De zorg is slecht en zelfs mensen met voldoende geld geven er de voorkeur aan naar Marokko of tegenwoordig naar Tunesië te vliegen om behandeld te worden. De regeringselite laat zich natuurlijk in Parijs behandelen op kosten van de staat. Ik ken uit mijn eigen vrienden- en kennissenkring veel gevallen van zieken die in Europa zeker in leven waren gebleven maar door slechte zorg in Bamako onnodig zijn gestorven.
De Nederlandse ambassadeur meldt in een persoonlijk schrijven aan de Nederlanders die wonen en werken in Mali het volgende: ‘Mede omdat Nederland de gezondheidssector in Mali al jaren ondersteunt, is er veel en goede toegang tot de gezondheidsinstellingen die zich met ebola bezig houden. De Malinese regering en in het bijzonder het Ministerie van Gezondheid heeft de afgelopen maanden gewerkt aan een versterkte preventie. Grenscontroles, meldlijnen, posters en actieve communicatie passen in dit beeld’. Helaas heeft deze Nederlandse steun niet kunnen voorkomen dat er bij grote groepen onder de bevolking een structureel wantrouwen bestaat vanwege de dure gezondheidszorg, de slechte dienstverlening en de vaak onpersoonlijke behandeling en daarbij voor Malinezen dure medicijnen.
Een goede vriend van me werkt als arts in een gespecialiseerde kliniek. Dikwijls stel ik hem de vraag of er veel zieken zijn. Meestal is zijn antwoord nee, weinig zieken. Als ik hem dan vraag waarom is het antwoord steevast ‘de mensen hebben geen geld’ maar veel mensen zijn wel ziek.
Een tweede reden is dat het denken van veel mensen in Mali volgens onze normen niet gebaseerd is op ons rationele denken. Het Verlichtingsdenken dat uit Frankrijk komt – in het Frans La Lumière of in het Duits ‘die Aufklarung’ – is helaas niet meegekomen met het Franse koloniale systeem terwijl ons denken en ook de wijze waarop wij aan ontwikkelingshulp hebben gedaan volledig vanuit een voor ons rationeel denken werd en wordt bedreven. Het denken van de gewone Malinees is echter traditioneel en doorspekt met het denken in termen van ‘een straf van God’ of ‘moge God het willen’. Iedere buitenlander in Mali kent de uitdrukking Inshalla dat in Nederlandse religieuze kringen ‘Deo Volente’ heet. In Mali zijn er dan ook veel mensen die zeggen dat ebola een straf van Allah is en dat Allah bepaalt of je wel of niet besmet wordt. Hij bepaalt ook of je als je besmet bent overleeft of niet. Wil je in Mali werken dan zul je eerst dit denken moeten en ook kunnen begrijpen. Malinezen stellen je ook altijd de vraag waarom wij het sterfte cijfer – mortalité – willen verlagen of het aantal en frequenties van ziektes – morbidité – willen doen afnemen. In hun traditionele cultuur hebben ze van jongsafaan geleerd dat alles in God’s handen ligt. Dus waarom zou je dan hieraan willen tornen?
Ik heb nog niet geschreven over de mensen die het verschijnsel Ebola ontkennen en het een nieuwe uitvinding in de vorm van een complottheorie van de blanken vinden. Niemand heeft het ebola-virus ooit kunnen zien maar dankzij de Belgische professor Peter Piot weten wij dat het bestaat. Ook weten wij vanuit onze rationele denkwijze hoe dit virus deze erge ziekte kan veroorzaken. Wij geloven dat omdat wij de mensen die in onze gezondheidszorg werken vetrouwen en ook kunnen vertrouwen. Een groot goed waar we trots op moeten zijn. Ook weten we dat onze farmaceutische industrie ondanks het feit dat ze uit zijn op gewin ook goede medicijnen produceren ondanks een groot aantal schandalen.
Ik hoop dat onze ambassadeur dit ook leest en zich rekenschap geeft van het feit dat de vele miljoenen Euro’s die de Nederlandse regering in het Malinese gezondheidssyteem heeft geinvesteerd eigenlijk weinig impact kunnen hebben gehad. Het waarom moet duidelijk zijn. Als Den Haag het maar goed vindt!

Meer artikelen over

Reacties

One Reply to “Ebola ook in Mali (2)

  1. Beste Aart.
    Bedankt voor weer een goed, genuanceerd stuk over Mali. Uit mijn eigen ervaring herken ik wat je schrijft. Ik heb ondertussen nogal wat verhalen over de Malinese gezondheidszorg. Zoals deze: een jaar of 4 terug werd mijn Malinese partner ernstig ziek. Na een operatie in het ziekenhuis van Sevaré ging hij voor herstel naar een privékliniek in Bamako, want: ‘in een ziekenhuis wordt je niet beter, daar kom je alleen maar dood uit’. Uiteindelijk bleek juist de privékliniek bijna fataal. De arts aldaar dekte zijn collega’s die de operatie hadden uitgevoerd in door te zeggen dat mijn vriend overal kanker had en snel zou overlijden. Nadat het geld op was, en mijn vriend nog niet beter, ging hij naar het huis van zijn broer. Toen ontplofte letterlijk zijn buik, er was geen kanker, alleen maar een enorme buikholte ontsteking. In grote haast is hij naar het grote ziekenhuis bij Point G gebracht en dat was deels zijn redding. Ondanks de erbarmelijke omstandigheden op de ziekenzaal waren er wél goede artsen. Er waren alleen geen goede medicijnen. Om een lang verhaal kort te maken (het lange verhaal zegt iets over de gezondheidszorg in Nederland, niet positief trouwens): ik wist op een bizarre manier intraveneuze voeding uit Nederland naar Mali te krijgen, de artsen daar konden nog twee succesvolle operaties plegen en mijn vriend genas. Vanaf nu nemen wij het in discussies op voor ‘Point G’! Groet, Ans

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *