Focus op Liberia en Mali

Dreigt in Mali een burgeroorlog?

20150528-2Fred van der Kraaij. Op 15 mei jl. ondertekenden in de Malinese hoofdstad Bamako de regering en een aantal rebellengroepen een vredesakkoord, na lange onderhandelingen in buurland Algerije. Was dit het begin van een vreedzame periode met meer politieke rust en stabiliteit waarnaar steeds meer Malinezen – oorlogsmoe – verlangen?

Aart van der Heide vroeg zich dit begin mei al af in zijn bijdrage: Zal 15 mei een grote dag voor Mali worden? Nu enkele weken later het stof van de ondertekeningsceremonie – bijgewoond door veel Afrikaanse staatshoofden en vertegenwoordigers van internationale organisaties en buitenlandse regeringen – letterlijk is neergedwarreld, lijkt het een goed moment om stil te staan bij dit akkoord. Wie tekenden er? Wie tekenden er niet? Wat betekent het voor de toekomst van Mali?

Toearegopstanden in het verleden
Het kan nooit kwaad om even de geschiedenis in te duiken als we een actueel probleem nader willen bekijken. Het Toearegprobleem is erg in gewikkeld, ook omdat zij verspreid leven over vijf landen: Algerije, Burkina Faso, Libië, Mali en Niger. De Toearegopstand van januari 2012 was niet de eerste in de geschiedenis van Mali of de regio. Gemakshalve laten we de periode dat dit deel van West-Afrika door Frankrijk werd gekoloniseerd even buiten beschouwing. Vlak na de dekolonisatie (1960) vond in Mali de eerste Toearegopstand plaats, in 1962/63. Met enige regelmaat herhaalden deze rebellies zich, soms in het kielzog van grote droogteperioden die gepaard gingen met voedseltekorten, zelfs hongersnood. Dit was bijvoorbeeld het geval in het begin van de jaren ’70 en het midden van de jaren ’80. De terugkerende klacht van de Toeareg was dat zij zich achtergesteld en gemarginaliseerd voelden. De Toearegopstand van de jaren ’90 in Mali leidde tot de Vrede van Timboektoe (1995), maar ruim 10 jaar later was het weer mis (2006). De opstand van 2006 werd afgesloten met de Overeenkomst van Algiers. Dit ‘vredesakkoord’ voorkwam niet dat er in de jaren 2007-2009 opnieuw gewelddadigheden uitbraken en – uiteindelijk – de grote opstand in januari 2012. Het patroon was telkens nagenoeg hetzelfde: de regering onderhandelde met rebellen die vervolgens een wapenstilstand en erna een vredesakkoord tekenden. Enkele jaren later groeven andere Toeareg de strijdbijl op, namen de wapens op, en begon de strijd opnieuw.
De roep om een onafhankelijk Azawad, het grondgebied dat Toeareg in Mali claimen, werd daarbij in de loop der jaren steeds sterker, onder verwijzing naar de eigen cultuur, taal (het ‘Tamachek’) en geschiedenis. In feite spelen onvrede over marginalisering door de regering in Bamako een grote rol, evenals het eeuwenoude onafhankelijkheidsgevoel van Toeareg die traditioneel de handels- en smokkelroutes door de Sahara beheersen. Daar komt nog bij dat in het verleden Toeareg de zwarte bevolking van het gebied knechtten en erop neerkeken. Zij waren ook betrokken bij de handel in zwarte slaven. Nog steeds worden de Bella, een zwarte bevolkingsgroep in Noord-Mali, gezien als ‘de slaven van de Toeareg’. Na de onafhankelijkheid in 1960 moesten de Toeareg zich laten welgevallen dat de zwarte regering in Bamako de rekening vereffent. Dit gold zeker voor de periode vóór de Vrede van Timboektoe (1995). Geleidelijk aan ontstaat er een andere houding in ‘Bamako’, maar deze toenaderingspolitiek van de centrale regering stuit op wantrouwen, onwil, en de historische kloof tussen de zwarte bevolking en de Toeareg gemeenschap.

De verdeeldheid van de Toeareg
Deze Toeareg gemeenschap is niet zo homogeen als zij in eerste instantie lijkt. Voor buitenstaanders vormt ‘de Toeareg gemeenschap’ een complexe, moeilijk te begrijpen wereld. Er zijn verschillende clans, families en andere sociale groeperingen. Dit verklaart waarom een wapenstilstand of vredesakkoord dat wordt overeengekomen met een rebellengroep niet leidt tot permanente vrede. In grote lijnen geschetst: er zijn de Ifoghas, Idnan en Imghad Toeareg. De Ifoghas en Idnan beschouwen zich als de edelen, zij zien en behandelen de Imghad Toeareg als inferieur. Gedurende de eerste decennia na de onafhankelijkheid heerste ‘Bamako’ over Noord-Mali via lokale Ifoghas leiders – wat kwaad bloed zette bij de Imghad en andere gemarginaliseerde Toeareg. We zien deze verdeeldheid ook terug bij de verschillende rebellengroepen.
De ‘Nationale Beweging voor de Bevrijding van Azawad’ (MNLA), die een onafhankelijk Azawad voorstaat, bestaat grotendeels uit Idnan Toeareg. De Hoge Raad voor de Eenheid van Azawad (HCUA) daarentegen wordt voor 90% gevormd uit Ifoghas Toeareg. De zelfverdedigingsgroep GATIA, die in toenemende mate van zich doet spreken en sympathiek staat tegenover de centrale regering, bestaat voor 95% uit Imghad Toeareg. GATIA vecht tegen de MNLA en de HCUA. GATIA leider El Hadj Ag Gamou wil dat ‘Bamako’ het Toeareg probleem democratisch aanpakt en niet alleen maar met enkele machtige families zaken regelt. De verdeeldheid van de Toeareg gemeenschap is een netelige kwestie, evenals hun geringe omvang.
De Toeareg vormen naar schatting 10% van de bevolking van Mali en wonen voornamelijk in Noord-Mali dat bestaat uit de drie provincies Gao, Timboektoe en Kidal. Zij zijn alleen in de kleinste provincie Kidal in de meerderheid. Andere belangrijke bevolkingsgroepen in deze drie provincies zijn: Arabieren, Sonraï, Peulh, Toucouleur en Bella – met uitzondering van de Arabieren zwarte bevolkingsgroepen. Een deel van de Arabische bevolkingsgroep vecht onafhankelijk van de Toeareg, hun gewapende organisatie noemt zich Arabische Azawad Beweging (MAA).

Een groeiend aantal zelfverdedigingsmilities
Het beeld en overzicht van de strijdende partijen wordt nog ingewikkelder door het toenemende aantal zelfverdedigingsgroepen. De bevolking voelt zich te weinig beschermd door het tekortschietende, en bovendien aan een wapenstilstand gebonden, nationaal leger, terwijl de VN-vredesmacht MINUSMA wél in haar mandaat heeft de burgerbevolking te beschermen, maar in de praktijk vaak afwezig is en in toenemende mate beticht wordt pro-Toeareg te zijn. In hoeverre dit terecht is, is een ander verhaal, dat om redenen van tijd en ruimte hopelijk een andere keer, of door iemand anders, wordt behandeld. Voorbeelden van deze zelfverdedigingsorganisaties zijn Ganda Koy (Sonraï), Ganda Izo (Peulh), GATIA (Toeareg), ALPUNA (Arabisch) en Beweging voor de Bevrijding van Macina (Peulh). Het gevaar van een burgeroorlog wordt steeds groter met deze versplintering van rebellen- en andere gewapende groepen.

Het vredeakkoord van 15 mei
Sinds juni 2012 hebben er in Algiers vredesonderhandelingen plaatsgevonden met rebellengroepen. Deze hebben zich geleidelijk, tijdelijk en ad hoc verenigd in twee overkoepelende ‘organisaties’. De ene bestaat uit de MNLA, HCUA, de MAA en nog twee andere groeperingen die we gemakshalve maar even weglaten (even googlen en je weet welke dat zijn). Deze koepel heet de CMA, de Coördination de Mouvements de l’Azawad – ‘Coördinatie van Azawad Bewegingen’ – , kortheidshalve ‘Coördination’ genoemd. Zij hebben het vredesakkoord op 15 mei NIET ondertekend. De andere koepel is ‘het Platform’, en bestaat uit afsplitsingen van drie van de vijf groepen die de ‘Coördination’ vormen, plus GATIA. Zij hebben het vredesakkoord WEL ondertekend. De tegenstanders van het vredesakkoord wezen de overeenkomst af omdat hierin geen onafhankelijkheid, autonomie, of enige vorm van federatie met aparte status voor Azawad in het vooruitzicht werd gesteld. Bamako bleef voet bij stuk houden dat ‘Mali één en ondeelbaar is’, overigens een standpunt dat MINUSMA onderschrijft, maar hier kom ik zo dadelijk nog even op terug.
Wie het vredesakkoord óók niet hebben ondertekend zijn de extremistische, moslim-fundamentalistische en terroristische groepen. Zij waren er niet eens bij in Algiers, het afgelopen jaar. De vijf belangrijkste gewapende groepen zijn: (1) Ansardine (een terroristische organisatie onder het mom van moslim-fundamentalisme onder leiding van Iyad Ag Ghaly, een Ifoghas Toearegleider afkomstig uit Kidal), (2) de FNLA (Nationaal Front voor de Bevrijding van Azawad, Arabisch en Toeareg, die tegen het onafhankelijkheidsstreven van de MNLA en tegen Ansardine is), (3) de MIA (Islamitische Beweging van Azawad, een afsplitsing van Ansardine), (4) Al-Qaïda in de Islamitische Maghreb, AQIM (tegen de MNLA en de FNLA, gelieerd aan Mujoa en terroristengroep Boko Haram in Nigeria) en tot slot (5) Al-Mourabitine, geleid door ex-AQIM commandant Mokhtar Belmokhtar), een beruchte terrorist en smokkelaar, met de veelzeggende bijnaam Mister Marlboro. Verder bestaat het steeds gezaglozere landschap in Noord-Mali uit georganiseerde drugssmokkelaars en ontvoerders-tegen-een-losprijs en – in toenemende mate – individuele mensensmokkelaars.

Al vóór de ondertekening van het akkoord op 15 mei braken er gevechten uit tussen enkele van de genoemde gewapende groepen. GATIA verjoeg de MNLA uit Ménaka, onder Gao bij de grens met buurland Niger gelegen, tot grote vreugde van de lokale bevolking. Tegenaanvallen en represailles volgden. Er vielen doden, steeds meer doden, bij alle partijen. Niet alleen in het noorden van het land, zelfs in de hoofdstad Bamako vonden dodelijke aanslagen plaats. MINUSMA bleef niet gespaard en kreeg ook te maken met aanvallen, aanslagen en bermbommen. Inmiddels is MINUSMA geworden tot de gevaarlijkste VN-macht ooit. In totaal zijn er sinds het begin van de missie, midden 2013, bijna 80 aanvallen geweest, met 40 doden en ruim 130 gewonden. De Nederlandse militaire deelname aan MINUSMA kent tot nu toe twee doden, in maart van dit jaar, toen een Apachehelikopter neerstortte als gevolg van technisch falen. Ik vrees dat het niet lang meer zal duren voordat de eerste body bag met een gesneuvelde Nederlandse militair op Eindhoven of een ander vliegveld in Nederland aankomt. De regering Rutte-II zal het dan moeilijk krijgen om voortzetting van de Nederlandse deelname voor elkaar te krijgen. Het kabinet heeft beloofd dat dit onder meer zal geschieden op basis van een evaluatie en heeft begin mei een tussentijdse evaluatie naar de Tweede Kamer gestuurd. Een typisch geval van de slager die zijn eigen vlees keurt. Ik pleit dan ook voor een onafhankelijke en objectieve evaluatie van de Nederlandse deelname aan MINUSMA voordat een besluit over verlenging van de Nederlandse deelname wordt genomen.

De VN-macht (‘stabilisatiemissie’) MINUSMA
Tijdens de ondertekeningsceremonie op 15 mei haalde president Keita (IBK) uit naar de VN na een onhandige uitspraak van de VN-vertegenwoordiger. Ook de Malinese bevolking beticht MINUSNA in toenemende mate van partijdigheid – pro opstandelingen, met name Toeareg – wat natuurlijk door de VN wordt tegengesproken. De Malinese betrekkingen met MINUSMA zijn nooit erg goed geweest. De VN-macht bevindt zich ook in een spagaat: het uitgangspunt is dat de VN-macht neutraal is en tússen de strijdende partijen staat (de overheid en separatistische rebellen), maar uitgangspunt is óók dat dat MINUSMA het officiële standpunt van de regering deelt: Mali is één en ondeelbaar, m.a.w. geen afscheiding. Deze situatie wordt nog extra gecompliceerd doordat Frankrijk in 2013 de separatistische Toeareg organisatie MNLA de vrije hand heeft gegeven in Kidal in ruil voor steun in de strijd tegen de jihadisten en terroristen.
Daar komt nog bij dat terrorismebestrijding (een definitie hiervan ontbreekt) géén deel van het MINUSMA mandaat vormt. Bestrijding van terrorisme wordt overgelaten aan Frankrijk, dat met zijn ‘Opération Barkhane’ schoon schip in de Sahel regio probeert te maken. Frankrijk opereert daarbij geheel onafhankelijk, al is er wel enige vorm van samenwerking en uitwisseling van informatie met MINUSMA. Dit leidt soms tot bizarre situaties. Terwijl de Nederlandse militaire militairen in Mali zijn om inlichtingen te verzamelen (‘de ogen en oren van MINUSMA’, aldus minister van defensie Hennis) waren zij niet in staat de in 2011 ontvoerde Nederlander Sjaak Rijke te lokaliseren. Vorige maand bevrijdde Frankrijk hem per ongeluk, tijdens een aanval op een terroristische groep in het onherbergzame, extreme noorden van Mali.

Perspectieven
Voor ik afsluit wil ik de derde vraag aan het begin van deze bijdrage gesteld aan de orde stellen: Wat betekent het vredesakkoord voor de toekomst van Mali? Het mag duidelijk zijn dat ik in dit opzicht geen hoge verwachtingen koester. Ik meldde dit al eind september 2014 op deze site (‘Vredesoverleg tussen regering van Mali en rebellengroepen in Algiers koerst af op mislukking’). Mijn inschatting is dat het standpunt van de Malinese regering niet wezenlijk verschilt van het mijne. President IBK weet als geen ander hoe verdeeld de Toeareg gemeenschap is. Bovendien zijn er de drugssmokkelaars, de jihadisten, de terroristen. De internationale gemeenschap dringt aan op gesprekken, op onderhandelingen, maar wat te doen als er een patstelling heerst en een diplomatieke oplossing niet dichterbij komt? Ervaring leert dat militaire oplossingen ook bijna nooit een uitkomst bieden. Bovendien gaan zij gepaard met veel slachtoffers. Als in de komende maanden de situatie verder escaleert en er echt een burgeroorlog uitbreekt kan MINUSMA niet afzijdig blijven. Eind juni a.s. loopt het mandaat van MINUSMA af en zal de VN-Veiligheidsraad zich moeten beraden over een verlenging of andere invulling van het mandaat van MINUSMA. Iets om over na te denken?

Reacties

12 Replies to “Dreigt in Mali een burgeroorlog?

  1. Beste Fred

    Nu kan ik je volgen en geef je daarin ook groot gelijk in een aantal zaken, bijvoorbeeld hoe de Nederlandse media het probleem van de bootvluchtelingen weergeven en hoe de Nederlandse politiek omgaat met de problemen in Afrika. Maar dat is helaas het verhaal wat de mensen lezen. je moet eens weten wat mensen zeggen als je naar Mali gaat; ebola en militairen. Verder komt men niet.
    deze discussie zouden meer mensen moeten lezen!

    groet Helga

  2. Beste Helga,

    Je hebt gelijk dat je informeren, anderen informeren, en er met elkaar over van gedachten wisselen nog niets concreets oplevert waarmee mensen dáár iets opschieten. Helaas lopen we – en hiermee bedoel ik wat jij ‘de westerse landen’noemt – achter de feiten aan. Ontwikkelingssamenwerking was een manier om een inhaalslag te maken. Langzaamaan komen we erachter dat die optie maar een beperkte oplossing biedt, ook al door de manier waarop wij van onze kant hieraan invulling hebben gegeven: meer eigenbelang dan dat van de ander. Nederland had een voortreffelijke reputatie in Mali dankzij een jarenlang ontwikkelingssamenwerkingsprogramma. Deze reputatie is langzaam in elkaar aan het zakken, een proces dat gaande is maar dat met voortzetting van het huidige beleid van Ploumen onverbiddelijk afstevent op de afgrond. Daarnaast hebben we geleerd dat alléén Nederland de wereld niet kan redden al presenteert dezelfde Ploumen dat graag anders, getuige haar recente beslissing over de inzet van 50 miljoen euro uit het Dutch Growth Fund om het probleem van de bootvluchtelingen die Europa willen bereiken aan te pakken: middels investeringen van Nederlandse bedrijven in landen als Senegal en Ghana waar deze bootvluchtelingen helemaal niet vandaan komen! Zolang politici ons hierin willen doen geloven, weten we in elk geval wat we NIET moeten doen. Om nu op je grote vraag terug te komen: Nee, we kunnen (en mogen!) dit niet negeren. Onbaatzuchtige samenwerking tussen westerse landen en landen in Afrika is één reële optie. Er zijn voldoende lessen uit het verleden bekend om te weten wat werkt en wat niet werkt, maar zolang nationale economische en politieke belangen prevaleren komen we er niet.
    Desondanks blijf ik erin geloven. Zoals eerder gezegd, ik ben geen pessimist maar optimist. Mijn lijfspreuk is dan ook: ‘You never fail until you stop trying.’ Hoop verloren, al verloren.

    Hartelijke groeten, Fred

  3. Sorry Aart ik had jou stuk nog niet gelezen. Naar aanleiding van je laatste zin, Natuurlijk is het goed om de werkelijke problemen onder ogen te zien. Maar hebben mensen c.q landen er niet meer aan om hun sterke kanten te benoemen en te ontwikkelen en te onderzoeken waar lichtpuntjes zijn. Ik moet even aan verschillende filosofen denken die je ook in twee verschillende gebieden kan indelen, De filosofen die voorspellen dat de hele wereld zichzelf ten gronde zal richten, bijvoorbeeld Marx en het kapitalisme, Of Hegel die juist zegt dat mensen in staat zijn om het goede uit het leven te halen en het negatieve links laten liggen.

    groet Helga

    1. Dag Helga, natuurlijk hebben landen er meer aan hun sterke kanten te ontwikkelen maar dat moeten ze zelf doen. daarbij komt: wat is een land? Mensen zoals jij, Fred en ik kunnen en moeten natuurlijk als buitenstaanders observeren terwijl we weten dat we totaal geen invloed hebben. Zelfs Den Haag lacht om ons. Hun belangen zijn geheel anders. Ik ben bang dat ze onze artikelen niet eens lezen.

  4. Oké Fred, je standpunt is duidelijk, ook de feiten, maar nog steeds heb ik antwoord op de vraag, wat dan… Daar zou ik graag een discussie over aangaan. Bijvoorbeeld wat voor positie moeten we (westerse landen) innemen? Niets meer doen of juist wel en op wat voor manier? Ik denk niet dat we het kunnen negeren. We leven met elkaar op één wereldbol en hebben steeds meer elkaar te maken (economisch, ecologisch, etc.)
    Door alleen feiten neer te zetten en daaraan negatieve conclusies te trekken komen we er niet.

    Groet Helga

    1. Beste Helga, niemand weet dat. Fred ook niet. Ik heb 6 weken geleden een hoge Toeareg functionaris, een goede vriend, op bezoek gehad. Hij wilde graag met leden van de tweede kamer spreken maar deze hadden geen tijd. We moeten eerst onze arrogantie van ons afwassen en daarna de schade gaan opnemen. hebben we dat echt in beeld, dan pas kunnen we luisteren naar wat de groepen daar te zeggen hebben. Zelf vrees ik dat dat nooit zal gebeuren want er zijn te veel belangen. Ook in Den Haag. De ervaring leert dan dat je het moet dood rotten. niet de beste optie dus.

  5. Dag Helga, ik begrijp niet wat je met doemdenken bedoelt. Niemand vindt het fijn in Mali dat deze toestand bestaat. Misschien een klein aantal opportunisten. Fred spreekt daar eerlijk over. Mijn grote vraag is altijd geweest: Hoe heeft het zover kunnen komen? Bij de meeste buitenlandse politici beginnen de moeilijkheden pas als ATT door Sanogo aan de kant gezet wordt omdat de democratische orde omver is gegooid. Ik zeg dat je veel meer terug moet gaan in de geschiedenis. Daarom heb ik het ook over de weeffout. Ik zit nu in Marrakech bij een goede oude trouwe Malinese vriend die ernstig ziek is. Hij is een Keita. Ook zijn behandelende artsen zijn Malinezen nl. een Keita en een Diakite. Je voelt de eenheid bij deze mensen maar zodra er een noordeling bij komt die Ould of Ag in zijn naam heeft voel je al een grotere afstand. Ze hebben het zelfde paspoort maar niet dezelfde taal en cultuur. Malinezen moeten eerst hun geschiedenis goed analyseren en eerlijk erkennen waar het fout gegaan is. Als je dat weet dan kun je pas naar een oplossing zoeken. Is die er niet dan is uit elkaar gaan ook een oplossing. De Toearegs zijn inderdaad een minderheidsgroep in Mali en daarbij komt het feit dat het overgrote deel van hen nog in vluchtelingenkampen in Mauritania zit. IBK wil niet over afscheiding of een federaal Mali praten. Er is dus een patstelling. Het akkoord heeft dus geen enkel probleem opgelost. De geschillen zullen blijven. Het aantal wapens en dus de aanvallen zullen toenemen. Libië moet eerst weer geordend worden. Ik hoop eindelijk dat we de werkelijke problemen eerst eens onder ogen gaan zien. Dan kun je pas echte en duurzame oplossingen vinden.

  6. Beste Helga,

    Allereerst hartelijke dank voor je reactie. We delen een liefde voor Mali en de hoop dat het de Malinezen goed en steeds beter gaat, dat er vrede komt, en politieke rust.
    De reden waarom ik dit artikel heb geschreven is de volgende: de wens belangstellenden zoals jij te informeren over wát er gaande is, waaróm dit gaande is, en wat de vooruitzichten en risico’s van de huidige situatie zijn. Ik heb niets ‘out of the blue’ willen suggereren, en ben beslist geen doemdenker, eerder optimist. Daarom staat er ook een vraagteken in de kop van het artikel.
    Sinds ik voor het eerst in Mali kwam, in 1972, ben ik onder de indruk van dit land en zijn inwoners. Dit gevoel is alleen maar sterker geworden tijdens en na mijn latere verblijf in dit mooie land, met zijn fascinerende cultuur en adembenemende geschiedenis. Ik ben geen voorstander van het uiteenvallen van de staat Mali. De bewoners zullen het met elkaar moeten doen om een land op te bouwen. De minderheid zal zich daarbij neer moeten leggen bij de besluiten van de meerderheid, dat is het basisprincipe van de democratie. De andere kant van de democratische medaille is dat de meerderheid de belangen van minderheden niet uit het oog mag verliezen. Waarom kiezen Toeareg voor een gewelddadige actie, en wil een hele kleine minderheid zijn wil opleggen met behulp van wapens? Sinds 1991 is Mali hard op weg een meerpartijendemocratie te worden. Waarom richten de Toeareg niet een politieke partij op en proberen hun belangen via democratische weg te behartigen? Ik vrees dat dit zou aantonen hoe klein hun aanhang is.
    Tot slot, je vraag ‘Wat wil ik met een negatief verhaal over Mali bewerkstelligen?’ Nogmaals, ik heb geen negatief verhaal willen schrijven, er is wel de grimmige werkelijkheid van de huidige situatie uit naar voren gekomen. In mijn verhaal staat dat de Malinezen oorlogsmoe zijn, de begeleidende illustratie van demonstrerende Malinese vrouwen spreekt ook boekdelen. De bevolking van Menaka toonde zich blij met het door GATIA afgedwongen vertrek van de MNLA uit hun stad. Er zouden nog meer voorbeelden te noemen geweest zijn, maar het verhaal was al veel langer geworden dan ik bij aanvang van plan was. De gevolgen van de huidige patstelling zijn groot. Veel Malinezen ‘stemmen al met hun voeten’ en reageren door naar het buitenland te vluchten. MINUSMA is niet adequaat georganiseerd vanwege een mandaat dat de vredesmacht een spagaat oplevert, zoals ik heb beargumenteerd. Kortom, de situatie is niet rooskleurig. Om onze ogen daarvoor te sluiten zou struisvogelpolitiek zijn die slechts averechts werkt.
    Hartelijke groet,
    Fred

  7. Dank je Fred van der Kraaij voor deze heldere uiteenzetting. Je zet een aantal feiten, ook historische, op een rij en je oordeel is dan volgens Helga Smit negatief. Haar vraag naar de “krachtige Malinese bevolking” snap ik niet want het betreft in Mali een groot aantal bevolkingsgroepen die een aantal zaken gemeen hebben. Deze werkelijkheid heeft altijd gespeeld en mag niet ontkend worden. Ik heb al vaker gezegd dat het land nu in tweeën is gesplitst: Noord Mali en Zuid Mali en steden als Tombouctou, Gao en Kidal en ook Menaka worden feitelijk verdedigd door het Malinese leger, de Franse militairen en MINUSMA. Het begrip “Malinese bevolking” is erg vaag. Gisteravond werd ik nog door een Malinese arts in Marrakech een Malinees genoemd maar dat ben ik niet. Fred van der Kraaij’s verhaal mag dan negatief klinken maar komt niet uit dromen voort. Natuurlijk wil iedereen in Mali vrede maar niet alle strijders horen tot iedereen. dat is een feit waar je niet omheen kunt. Het Toearegprobleem zal nooit opgelost worden zolang men niet erkent dat de Fransen bij de onafhankelijkheid een ernstige weeffout hebben gemaakt. Vergelijk het met het probleem van de Koerden die pas wapens kregen op het moment dat de tegenstanders van IS hen konden gebruiken.

  8. Beste Fred,
    Een prachtig feitelijk verhaal! Met als kop;”Dreigt in Mali een burgeroorlog?” Het is goed voor te stellen dat een lezer na dit stuk daadwerkelijk gaat denken dat er geen toekomst meer is weggelegd voor Mali. Desalniettemin vraag ik me af met welke intentie dit betoog is geschreven? Naar mijn mening doet het afbreuk aan de Malinezen die zich inzetten voor het land. Ik zeg dit niet zomaar. Ik ben in december 2014 in Mali geweest, ook in Timboektoe. Ik ben erg geschrokken van de situatie maar ik heb ook ervaren hoe krachtig de Malinese bevolking is. Dat mis ik in dit betoog, hoe denken en ervaren zij de situatie. Is daar navraag naar gedaan? De feiten staan op maar papier maar wat zegt dit? Uiteindelijk zal de toekomst uitwijzen hoe het verder met Mali zal gaan. Bovendien wat wilt u met een negatief verhaal over Mali bewerkstelligen?
    Helga Smit
    voorzitter MaTimBa
    http://www.matimba.nl

    1. Beste Helga. Waarom deze vraag aan Fred “met welke intentie dit artikel is geschreven”? Waarom mag hij de waarheid niet noemen die op vele feiten is gebaseerd? Wat bedoel je als je zegt “hoe krachtig de Malinese bevolking” is? Ben je ook in de vluchtelingenkampen in Mauritania geweest? Het Malinese volk bestaat gwoon niet. Ze hebben geen gemeenschappelijke taal, geen gemeenschappelijke cultuur enz. Tombouctou en Gao wordt tot Zuid Mali gerekend omdat Barkhane en MINUSMA daar zijn. Het land verkeert in een grote identiteitscrisis en niemand weet hoe daaruit te komen.

      1. Beste Aart,

        Nogmaals het gaat niet alleen om feiten, daar heb ik geen moeite mee. Het is zoals het is. Maar met doemdenken, het suggereren van, daar heb ik moeite mee. Niemand, althans ik niet, kan een toekomst van een land voorstellen. Überhaupt de voortgang van de wereld. En nogmaals de vraag, met welke intentie is het betoog geschreven. Maar daarop zal Fred zelf een antwoord moeten geven.

        groet Helga

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *