Boeken

De onderwaterzwemmer

de-onderwaterzwemmerMiriam Grootscholten. Om de nieuwe roman van P.F. Thomése was het moeilijk heenkomen de laatste weken: lovende besprekingen, boek van de maand bij DWDD, nummer 1 in de top 10 van NRC. Is daar nog iets aan toe te voegen?

De onderwaterzwemmer bestaat uit drie delen: in het eerste en meest sterke deel is de hoofdpersoon, Martin (Tin) van Heel 14 jaar en verliest hij zijn vader. Zij zwemmen samen in de nacht de rivier over, kleren op het hoofd gebonden, klompen aan een touwtje in de mond achter zich aan. Bij aankomst blijkt vader te zijn verdwenen. Tin wacht en zoekt nog een paar dagen maar moet dan naar huis om het zijn moeder te vertellen. Hij zal het zichzelf de rest van zijn leven kwalijk blijven nemen; een trauma, een schuldgevoel met de stem van zijn moeder: `Had je niet beter op kunnen letten?’

Dan een sprong in de tijd, dertig jaar later. Tin heeft een vrouw en een dochter en nog altijd zijn trauma. Met twee van de drie, dochter blijft thuis, reist hij tegen zijn zin naar Afrika, waar zich het grootste deel van het verhaal afspeelt. Aanleiding van de reis is het Foster Parents kind, dat door de school waar zijn vrouw werkt is geadopteerd. Een albino. (`Waarom geen gewoon jongetje’, denkt Tin nurks.) Het bezoek dat zijn vrouw aan het jongetje wil brengen blijkt van meet af aan een grote mislukking. Tin wil bij aankomst al meteen terug, terwijl zijn vrouw van het blije` ó, kijk toch eens wat gewéldig’ soort is en zich enthousiast in een Afrikaanse jurk hijst.

Zou P.F. Thomése er de klassieken over Afrika op nageslagen hebben? Of zou hij zijn beurs van het Nederlands letterenfonds hebben gebruikt voor veldonderzoek? (Waarom krijgt een gevierd schrijver nog zo’n beurs?) De voorbereiding heeft er in ieder geval toe geleid dat het ene na het andere cliché je om de oren vliegt. Het begint bij de gestolen bagage, corrupt douane personeel en een hotelkamer met stinkend beddengoed. Vervolgens hebben we de bijna uit elkaar vallende auto’s ,de slechte onverlichte wegen en uitspraken als `Dit is Afrika!’ en `de nacht valt niet, hij óvervalt je’. De reis naar het binnenland, waar de kleine albino zou moeten wonen, schetst Afrika als onbekend, duister en dreigend. Kurtz kan zó de hoek omkomen.

Hij is geen held, die Tin van Heel. Een zogeheten gevoelsmens en tegen het opportunisme aan. Waarom hij is meegegaan begrijpt hij zelf ook niet: `Het moeten de raadselachtige wetten van het huwelijk zijn, waarin de grote beslissingen in goed overleg door de ander worden genomen’. Zijn vrouw is een stuk ondernemender en gaat tijdens een stop zelf op onderzoek uit, zonder iemand daarvan op de hoogte te stellen. Ze is opeens van de aardbodem verdwenen en ziehier de parallel met de verdwenen vader. Tin ziet dit als een kans om zijn fout uit het verleden te herstellen als zij met een zonnesteek, bewusteloos wordt aangetroffen. Het loopt niet goed af. De kleine albino is inmiddels gevonden, tegen Tins verwachting bestaat hij écht, en in het laatste deel van de roman is er nog een mooie rol voor hem weggelegd.

P.F. Thomése wordt alom geroemd als alleskunner op het literaire vlak. En verdomd als het geen goed schrijver is. Van Afrika heeft hij zich toch een beetje makkelijk afgemaakt, dit had wat genuanceerder gekund. Nu komt het niet veel verder dan het platte clichébeeld en dat komt de roman niet ten goede.

Uitgeverij Atlas Contact € 19,99

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *