Boeken Focus op Liberia en Mali

De Missie Mali. Een poppenkast in de woestijn

Fred van der Kraaij. Op 5 januari j.l. kwam ‘De Missie Mali. Een poppenkast in de woestijn’ uit, een boek over de Nederlandse bijdrage aan de VN-missie in Mali (Minusma). De auteur, Reinout Sterk, is in 2015 zes maanden uitgezonden geweest naar Mali, waar hij juridisch adviseur was van de Special Forces van het Korps Commandotroepen en het Korps Mariniers, onderdeel van de Nederlandse bijdrage aan de VN-missie in Mali (Minusma).

Sterk heeft een interessant boek geschreven over een veel bediscussieerde en bekritiseerde missie en de Nederlandse bijdrage. Het boek geeft een onthutsend beeld van de zin en vooral onzin van de Nederlandse Mali-missie.
Het boek leest vlot. Mijn commentaar kan ik in drie punten samenvatten. Allereerst, Sterk’s boek komt op mij over als een goede beschrijving van de werkelijkheid, afgezien van enkele fictieve voorvallen die hij in zijn ‘Verantwoording’ ook noemt (pp. 173-174). Of het nu om de (bijna) dodelijke verveling gaat, die voor de in kamp Castor – de ‘Nederlandse’ militaire basis in Gao – gelegerde militairen de grootste vijand lijkt te zijn waartegen ze moeten vechten, of om Nederlandse politietrainers die geen Frans spreken of om de ‘stammenstrijd’ binnen het Nederlandse ministerie van Defensie tussen ‘landmacht’ en ‘marine’, Sterk weet waar hij het over heeft. Hij omschrijft de dagtaak van de Nederlandse militairen die Kamp Castor nauwelijks verlaten tijdens hun uitzending als ‘aanwezig zijn’.
Voor ingewijden bevat Sterk’s boek echter weinig nieuws. Hij draagt weinig nieuwe feiten aan. ‘De Missie Mali. Een poppenkast in de woestijn’ is een cynisch, bitter boek. De schrijver is een zwaar gedesillusioneerde militair die met een vlotte pen afrekent met zes maanden frustratie in de woestijn van Gao. Zoals zovelen van zijn collega’s komt hij de veilige omheining van kamp Castor nauwelijks uit. Niet verwonderlijk dan ook dat de auteur aan een vorm van tunnelvisie lijdt die hem het zicht op de volledige werkelijkheid belemmert. Hiermee kom ik aan mijn tweede punt. Sterk biedt de lezer een eenzijdig verhaal en schuwt misplaatste generaliseringen niet. Het is prima om de verschillende rol die diplomaten en militairen in Minusma spelen te belichten, maar doe dit dan op basis van feiten en niet met zinnen als 'Militairen gaan ervan uit dat als dat nodig is, er niet geslapen of niet gegeten wordt. Maar diplomaten trekken om vijf uur ’s middags de laatste deur achter zich dicht en de eerste fles wijn open.' Ik vind het ook een gemiste kans dat de auteur de verhouding tussen de Nederlandse Mali missie en de Franse militaire interventiemacht in Mali cq de Sahel (‘Serval’, later omgevormd tot ‘Barkhane’) niet belicht. Kern van de Nederlandse missie heet het verzamelen van inlichtingen te zijn. Zoals in eerdere publicaties over de Nederlandse missie is beschreven, verdwijnen deze inlichtingen vervolgens in een ‘black box’. In feite is de gehele samenwerking tussen Frankrijk en Minusma een ‘black box’. De in 2016 verschenen documentaire van filmmaker Robert Oey ging daar ook voornamelijk over (zie ook mijn artikel over de Nederlandse deelname aan Minusma van 19 mei 2016).
Tot slot, nadat de lezer het boek ‘De Missie Mali. Een poppenkast in de woestijn’ uit heeft, weet hij nog even veel over Mali als voordat hij eraan begon. Het boek gaat niet over Mali, over de oorzaken van het conflict of de perspectieven op een duurzame vrede. De auteur is daar ook eerlijk over: ‘Dit boek gaat over de Nederlandse krijgsmacht, en zijn huidige identiteitscrisis.’ (p. 170). Hierin schuilt ook de waarde van dit boek. In de laatste bladzijden van zijn boek pleit Reinout Sterk voor een einde aan de huidige situatie waarin Defensie (‘de krijgsmacht’) speelbal is van ‘Buitenlandse Zaken’ en ontvouwt hij zijn visie op de toekomstige rol van de Nederlandse krijgsmacht: die van een watermanagementorganisatie, in de strijd tegen de klimaatverandering. Wie dat allemaal moet betalen? Sterk stelt voor dit te financieren uit de begroting van Ontwikkelingssamenwerking (onderdeel van de begroting van ‘Buitenlandse Zaken’). Sterk heeft een eerlijk boek geschreven, maar de auteur kan nog wel wat leren van diplomaten, lijkt me, want ‘je moet nooit de hand bijten die je voedt’ (zie p. 165 van zijn boek).

Boeken algemeen
Meer artikelen over

Reacties

Geef een reactie