Focus op Liberia en Mali

De Bocht van Guinee en de Nederlandse slavenhandel

Fred van der Kraaij. Onlangs woonde ik een interessante lezing over de middeleeuwse kerken in Friesland bij. Een foto kwam voorbij die niets met dit onderwerp te maken had, maar die wel mijn speciale aandacht trok. De foto toonde het oudste studentencafé van Nederland, in Franeker, dat – nog steeds – de naam draagt ‘De Bogt fen Guné’. Ik zat meteen rechtop.

Hoe kan het dat een studentencafé in Friesland heet naar een bekend gebied in Afrika, te weten de Bocht van Guinee? Na wat Googlen werd de achtergrond van deze bijzondere naam duidelijk. In 1664 vestigde Jan Alesz een herberg in dit pand. Jan Alesz was een voormalige zeekapitein die zijn geld had verdiend met sluikhandel op wat toen de Goudkust heette, het tegenwoordige Ghana. Hij vernoemde zijn herberg naar de kust waar de vaarroute langs ging, de Bocht van Guinee ofwel, in het Fries ‘De Bogt fen Guné’.
Mijn interesse was gewekt. Ik wist al eerder dat er in Nederland huizen, straten en steegjes bestaan (of bestonden, want sommige zijn inmiddels gesloopt) die naar deze Afrikaanse kuststreek zijn genoemd. Ik besloot te Googlen en tot mijn grote verbazing ontdekte ik een groot aantal Nederlandse steden die een huis, straat of steeg kennen met de naam De Bogt van Guinee, of een variant erop. Vaak zijn het havensteden, wat niet verwondert, maar ook minder voor de hand liggende steden. De volgende steden kennen een straat, steeg, herberg of huis dat genoemd is naar de Bocht van Guinee: de Hollandse havensteden Amsterdam, Dordrecht en Rotterdam, de Zeeuwse havensteden Breskens, Goes en Middelburg, en steden waar je de naam minder verwacht, in Leiden en Den Haag, meer landinwaarts in Utrecht en Amersfoort en in de noordelijke steden Groningen en, zoals gezegd, Franeker. De spelling van de naam varieert, maar blijft in alle gevallen herkenbaar: De Bogt van Guinee, Bogd van Guinee, Bocht van Guinea.
De Bocht van Guinee verwijst naar de kust van Guinee. De Guineekust is een kustgebied aan de westkant van het Afrikaanse continent dat zich uitstrekt van Senegal tot Angola en omvat daarmee een ruim 6.000 km lange boog langs de Atlantische kust. Het gebied kent twee deelgebieden: Opper-Guinee (van Senegal to Kameroen) en Neder-Guinee (van Kameroen tot Angola).
In alle gevallen gaat de naam ‘Bogd van Guinee’, ‘Bogt van Guinee, of Bocht van Guinea’ terug naar Nederlandse handelsactiviteiten op de kust van Guinee. Deze Nederlandse handelscontacten met West-Afrika zijn niet van gisteren. Ze gaan zelfs terug tot de 16e eeuw. In 1591 raakte een schipper uit Medemblik, Barent Erikszoon, bij toeval verzeild op het eiland Principe, in de Bocht van Guinee. De Portugezen die deze regio als hun ‘achtertuin’ beschouwden namen hem gevangen, maar Barent wist te ontsnappen en terug in Nederland organiseerde hij in 1593 de eerste Nederlandse handelsexpeditie naar het gebied. Ook in 1593 keerde een Nederlandse schipper, Cornelis Freeks Vrijer, uit Angola terug in zijn thuishaven, Enkhuizen. De beroemdste ontdekkingsreiziger, handelaar en auteur die met de stad Enkhuizen is verbonden is Jan Huygen van Linschoten – iedere Nederlander kent toch het kinderliedje ‘Jan Huygen in de ton’, dat naar hem is genoemd. Jan Huygen van Linschoten is waarschijnlijk de eerste Nederlander geweest die voet zetten op Afrikaanse grond. Hij ging in 1583 in Portugese dienst en voer via Afrika naar Azië. Zijn ‘Itinerario’, gepubliceerd in 1596, verschafte voorheen onbekende informatie over de handelsroute van West-Europa, via Afrika, naar Azië, waarvoor hij geheime Portugese zeekaarten kopieerde.
De handelscontacten leidden tot veroveringsdrift. In 1641 veroverde Nederland het eiland Sao Tomé, gelegen in de Bocht van Guinee, en zelfs een groot deel van Angola op de Portugezen.
Hoe komt het deze vroege handels- en veroveringsgeschiedenis van Nederland op de kusten van Afrika nagenoeg onbekend is?
De kust van Guinee was het eerste gebied in Afrika ten zuiden vande Sahara waarmee Europeanen – eerst Portugezen, later ook Hollanders, Engelsen en Fransen – handelden. In het begin was de voornaamste handelswaar peper, ivoor en goud, maar al gauw werd dit overschaduwd door een andere handel: de slavenhandel. In de Nederlandse geschiedenis – ook in die van andere landen – vormt de slavenhandel een pikzwarte bladzijde uit het nationale verleden. In veel gevallen is dit weggedrukt. Tot voor kort werd in Nederlandse geschiedenislessen op de lagere en middelbare scholen het Nederlandse aandeel in de trans-Atlantische slavenhandel nauwelijks behandeld. Tegenwoordig iets beter maar nog steeds onvoldoende. De Republiek der Verenigde Nederlanden speelde in de 17 e , 18 e en 19 e eeuw een grote rol in deze slavenhandel. Honderdduizenden Afrikanen werden door Nederlandse handelaren slaaf gemaakt en met geweld weggevoerd uit Afrika naar de overkant van de Atlantische Oceaan. Nederland schafte de slavenhandel officieel af in 1814, maar de slavernij in de koloniën (in het Caraïbisch gebied, in de slavenkolonie Suriname) pas in 1863. Het epi-centrum van de Nederlande slavenhandel op de westkust van Afrika stond in Elmina, een klein stadje op de toenmalige Goudkust, waar de West-Indische Compagnie zijn hoofdkantoor en belangrijkste handelsfort had. Aan de Golf van Guinee gelegen, waar de naam ‘Bogt van Guinee’ op teruggaat. Achter een naam schuilt soms meer dan je denkt.

Reacties

One Reply to “De Bocht van Guinee en de Nederlandse slavenhandel

  1. Veel dank aan Fred voor dit boeiende verhaal. Als suppletie arts in ruraal Guinee Bissau (5 jaar) heb ik deze informatie over de Bocht van Guinee met veel belangstellig gelezen. Fred en ik kennen elkaar uit Mali, toen Fred met Els en kinderen in Bamako woonde en ik met Anne Marijke en kinderen in Segou.
    Ik zou Fred graag weer eens spreken. Kan ik hem bellen of emailen? Mijn mobile is in Ethiopia gestolen en ben al die informatie dus kwijt. Please help. Mijn Mobile: 06-2817 6105

Geef een reactie