Focus op Liberia en Mali Politiek

De betrekkingen tussen Nederland en Liberia

Fred van der Kraaij. Uit de nalatenschap van een Nederlandse zakenman die in de vorige eeuw veel zaken deed met het West-Afrikaanse land Liberia kreeg ik diens hoge onderscheiding die hem door President William Tubman van dit land was verleend. President Tubman was Liberia’s langst regerende president, hij regeerde maar liefst 27 jaar (1944-1971). Hij wordt door velen beschouwd als degene die Liberia’s economie ingrijpend moderniseerde.

Nederland droeg daar een flink steentje aan bij. De rol van Nederland in Liberia is minder bekend dan zij verdient. Het is nuttig om hier een tipje van de sluier op te lichten, daarom deze bijdrage.
Nederlandse handelaren waren al rond 1600 (!) actief op dit deel van de West-Afrikaanse kust dat bekend staat als de Kust van Guinee. Op een oude kaart van omstreeks 1600 lezen we in een gebied dat tegenwoordig de Liberiaanse provincie ‘Cape Mount’ vormt de volgende aantekening: ‘Het huis van de Nederlanders’. Blijkbaar hadden Nederlandse handelaren hier een soort van handelspost of nederzetting opgericht. Het is de oudste vermelding van Nederland op de Peperkust, zoals deze kuststrook ook bekend stond. Europese handelaren gaven delen van de kust van Guinee namen die verband hielden met de belangrijkste handel (van west naar oost): Peperkust (het huidige Liberia), Ivoorkust (thans het gelijknamige land), Goudkust (het tegenwoordige Ghana) en de Slavenkust (nu: Benin en Nigeria). De Nederlandse handel in slaven concentreerde zich op het hoofdfort van de West-Indische Compagnie (WIC), Elmina, op de Goudkust.
De Amsterdammer Olfert Dapper publiceerde in 1668 een boek over Afrika – deels over de Peperkust – dat internationaal een bestseller werd, ‘Naukeurige Beschrijvinge der Afrikaense gewesten’. Het werd vertaald in het Engels, Frans en Duits. Olfert Dapper’s beroemde boek is vermoedelijk gebaseerd op een manuscript van een Nederlandse handelaar die in de jaren 1640 in Cape Mount verbleef en bevat een van de eerste gedocumenteerde verslagen van de Peperkust (ook wel Greinkust genoemd). In het begin van de 18 e eeuw verschenen meer verslagen, waarvan die van Willem Bosman, opperkoopman uit Elmina, de bekendste is. Zijn ‘Nauwkeurige beschryving van de Guinese Goud- Tand en Slavekust’ (1703), waarvan een groot deel over de Greinkust en zijn bewoners ging, kende vele herdrukken en werd vertaald in het Engels, Frans, Duits, en Italiaans.
Liberia werd in 1847 gesticht door Afro-Amerikanen, veelal ex-slaven. Nederland was een van de eerste landen die de nieuwe republiek diplomatiek erkende, maar voordat het zover was hadden Nederlandse handelaren al relaties aangeknoopt. In 1855 had de handelaar G. van Rijckevorsel een handelshuis geopend, later overgenomen door Hendrik Muller & Co. uit Rotterdam en – uiteindelijk – door de Nederlandse ‘Oost-Afrikaansche Compagnie’ (O.A.C., oorspronkelijk in Mozambique gevestigd), in 1892. Tot op de dag van vandaag bestaat het Nederlandse handelshuis OAC in Liberia en is de naam OAC bij elke Liberiaan bekend. In het kielzog van de Nederlandse handelaren interesseerden ook wetenschappers zich voor het land Liberia en in de jaren 1879 – 1882 vond een onderzoeksreis plaats, georganiseerd door het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie in Leiden, wat resulteerde in een van de eerste en uitgebreidste beschrijvingen van de flora en fauna van Liberia.
In het begin van de 20 e eeuw waren Nederlanders graag gezien gasten in Liberia. Deels kwam dit omdat Nederland geen koloniale ambities had – in tegenstelling tot bijvoorbeeld Engeland en Frankrijk die delen van het grondgebied inpikten dat de Liberiaanse regering claimde. Bij grensconflicten met Frankrijk en Engeland deed de regering van Liberia graag en met succes een beroep op Nederlanders voor bemiddeling, zoals in 1908-1909 toen Nederlanders deelnamen aan een Frans-Liberiaanse grensregelings-expeditie.
Intussen zaten Nederlandse handelaren en investeerders niet stil. Een Nederlands geologenteam dat in 1934 in het westen van Liberia naar goud en diamanten zocht, ontdekte rijke ijzerertsvoorraden. Met een gemiddeld ijzergehalte van 66 tot 68 procent was dit bijna puur ijzer en behoorde het tot de rijkste ijzerertsvoorraden ter wereld. Het werd Liberia’s eerste moderne ijzermijn en vormde het begin van Liberia’s mijnbouwsector. Op zijn hoogtepunt was Liberia Afrika’s belangrijkste ijzererts-exporteur en nummer 3 van de wereld. Door deviezenrestrictie na de Tweede Wereldoorlog ging een Nederlandse investering in Liberia’s rijke ijzerertsmijnen niet door, maar veel van het Liberiaanse ijzererts vond zijn weg naar Nederland, waar het door Hoogovens in IJmuiden tot hoogwaardig (en kostbaar) staal werd gemaakt.
Inmiddels was William Tubman president van Liberia geworden en hij nodigde talloze buitenlandse bedrijven uit en bood hen gunstige voorwaarden om te investeren. De plantage-economie bloeide als nooit te voren, voornamelijk rubber. Veel Nederlandse tropische landbouwdeskundigen vonden werk in Liberia, vooral nadat president Soekarno alle Nederlanders uit Indonesië had gezet, waaronder veel die werkzaam waren geweest in de rubbersector (1958).
Eind jaren 60 van de vorige eeuw woonden en werkten bijna 2.000 Nederlanders in Liberia. Hiermee had het land de grootste Nederlandse gemeenschap in Afrika, na de republiek Zuid-Afrika. Dit is een belangrijk feit dat maar bij weinigen bekend is. De meeste Nederlanders werkten in de landbouw, bosbouw, mijnbouw en handel. De relaties tussen Liberia en Nederland waren in deze periode op zijn sterkst. President Tubman bracht al in 1956 een staatsbezoek aan Nederland. Dit werd gevolgd door twee bezoeken aan Liberia – in 1958 en 1962 – van prins Bernard, de echtgenoot van de toenmalige koningin Juliana. In 1974 bracht koningin Juliana een staatsbezoek aan Liberia. President Tubman was inmiddels overleden en opgevolgd door zijn vice-president, William Tolbert. Door internationale en nationale oorzaken (recessie, wanbeheer) ging de Liberiaanse economie in de jaren 70 sterk achteruit en daarmee ook het aantal Nederlanders. Dit daalde tot ongeveer 600 aan het eind van de jaren 70. De meest bekende – en beruchtste – Nederlander in Liberia werd Guus Kouwenhoven.
Hij kwam eind jaren 70 in Liberia aan en knoopte na de bloedige militaire staatsgreep van 1980 goede relaties aan met de nieuwe machthebbers. Zijn grootste fortuin maakte Kouwenhoven enkele decennia later, in de houthandel, door zijn samenwerking – ‘partner-in-crime’ – met rebellenleider, later president, Charles Taylor. In 2005 werd Guus Kouwenhoven voor het eerst gearresteerd, in Rotterdam, maar hij wist zijn veroordeling te rekken tot 2017. In april van dat jaar werd hij door het Gerechtshof in Den Bosch schuldig bevonden aan illegale wapenhandel en oorlogsmisdaden begaan tijdens Liberia’s burgeroorlog en veroordeeld tot 19 jaar cel. Guus Kouwenhoven is momenteel voortvluchtig en verblijft in Kaapstad, Zuid-Afrika. De rol die zakenman-oorlogsmisdadiger Kouwenhoven in Liberia heeft gespeeld vormt het voorlopige sluitstuk van een lange geschiedenis van hechte relaties tussen Liberia en Nederland.

Reacties

Geef een reactie