Focus op Liberia en Mali

Corruptie bedreigt democratisch proces in Liberia

Fred van der Kraaij. In mei j.l. publiceerde Global Witness een rapport over Liberia dat insloeg als een bom. Een buitenlandse mijnbouwonderneming – Sable Mining – zette alles op alles om de concessierechten voor de exploitatie van rijke ijzerertsvoorraden in het noordwesten van het West-Afrikaanse land te verwerven. Het Engelse bedrijf betaalde grote bedragen aan hooggeplaatste Liberianen, regeringsfunctionarissen en parlementsleden.

Global Witness noemde de namen van deze Liberianen, de bedragen die zij illegaal hadden ontvangen, en zorgde voor een geslaagde publiciteitscampagne om deze corruptiezaak aan de kaak te stellen. De corrupte politici en ambtenaren hadden de pech dat het land zich klaarmaakt om een opvolger te kiezen voor President Ellen Johnson Sirleaf, die heeft aangegeven de grondwet te willen naleven en na haar tweede ambtstermijn geen derde te ambiëren. Zij stelde onmiddellijk een commisie samen die deze zaak moest onderzoeken. Pikant detail daarbij is dat de voorzitter van deze commissie enkele jaren geleden in de Verenigde Staten is veroordeeld wegens verduistering, een misdrijf dat hij bekende. Onder de van corruptie verdachte en onmiddellijk in staat van beschuldiging gestelde Liberianen bevonden zich onder meer de voorzitter van de politieke partij van President Sirleaf, tevens lid van de Senaat, en de Voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, niet zo lang geleden gedeserteerd uit de politieke partij van de president. Ter verduidelijking: Liberia kent hetzelfde regeringssysteem als de Verenigde Staten, met een Huis van Afgevaardigden en een Senaat die de wetgevende en controlerende macht vormt in het land.

Nadat de Voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, Alex Tyler, uit de regerende partij was gestapt, kondigde hij aan dat hij zich kandidaat stelde om president Sirleaf in 2018 op te volgen. Wat volgde was een aaneenschakeling van verdachtmakingen en beschuldigingen aan zijn adres, waarbij zijn tegenstanders het gemakkelijk hadden door te wijzen op zijn snel toegenomen rijkdom, huizenbezit en buitenlandse reizen. President Sirleaf liet zich ook niet onbetuigd en sprak zich uit tegen haar voormalige partijgenoot. Ze schaarde zich achter leden van het Huis van Afgevaardigden die wilden dat de Voorzitter vrijwillig zou opstappen wegens zijn vermeende rol in het corruptieschandaal. Het gevolg was dat het Huis van Afgevaardigden in twee groepen opsplitste, en het normale functioneren onmogelijk werd omdat de tegenstanders niet meer wilden samenwerken met de betwiste Voorzitter. In de Senaat vond een soortgelijke ontwikkeling plaats. De beschuldigde senator, Varney Sherman, die als ‘bijbaantje’ raadsman van Sable Mining was, werd onder druk gezet om zijn zetel beschikbaar te stellen. Ook hier spelen partijpolitiek en de aanstaande presidentsverkiezingen een rol bij het besluit van senatoren om vóór of tegen het aanblijven van Senator Sherman te stemmen. De helft van de Senaat is voor, de andere helft tegen, waardoor de Senaat dus net zo verdeeld is als het Huis van Afgevaardigden.

Gevolg van dit alles is dat het Liberiaanse parlement niet meer functioneert. De president van het land heeft weliswaar (bijna) alle macht in het land, maar er ligt een democratisch sausje over het bestuur in Liberia, waarbij het parlement wetten aanneemt die dan na ondertekening door de president in werking treden. Belangrijke wetten blijven momenteel liggen, zoals het goedkeuren van de begroting en wetten die de landhervorming vorm moeten geven, een landhervorming die hard nodig is om de talloze conflicten over landrechten te beëindigen.

Deze week maakte Alex Tyler bekend dat hij (tijdelijk) terugtreedt als Voorzitter van het Huis van Afgevaardigen, daarmee de weg vrijmakend voor een doorbreking van de impasse. Tegelijk kondigde hij aan dat hij zes weken op ziekteverlof ging – in de VS. Hij behoudt dus zijn riante salaris van ruim 10.000 dollar per maand. Overigens blijft hij in staat van beschuldiging wegens corruptie en ambtsmisbruik, maar zijn tegenstanders wijzen erop dat hij op deze manier voortvluchtig is en buiten bereik van de Liberiaanse justitie. Het is mogelijk, maar als hij niet terugkeert naar Liberia verspeelt hij zijn kansen om mee te doen aan de presidentsverkiezingen. Dat is dan één kandidaat minder. Er blijven er dan nog 22 over die het hoogste ambt in Liberia ambiëren. De laatste die zich als presidentskandidaat presenteerde is een voormalige krijgsheer die zich heeft omgevormd tot politicus en inmiddels ook senator is, Prince Johnson. Hij is berucht omdat hij de Liberiaanse president Samuel Doe in 1990 voor het oog van een filmende camera liet doodmartelen. Hij is hiervoor nooit vervolgd. Niet alleen corruptie bedreigt de Liberiaanse democratie. Ook de zwakke rechtsstaat en zwakke instituties vormen een groot probleem. Om maar te zwijgen over het gebrek aan nationale verzoening, na de verwoestende burgeroorlogen. De opvolger van President Sirleaf gaat het nog moeilijk krijgen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *