Opinie

Conflict in Kameroen eist zware tol van gewone burger

Julius Amin – IPS. De Afrikaanse voetbalbond heeft Kameroen het recht afgenomen de Afrika Cup te organiseren. Toenemend geweld was een van de redenen. Het conflict tussen regeringstroepen en separatisten eist een zware tol van de gewone Kameroeners, schrijft Julius Amin, historicus aan de Universiteit van Dayton.

De Afrikaanse voetbalbond CAF heeft de Kameroense president Paul Biya laten weten dat zijn land geen gastland meer mag zijn van de Afrika Cup in 2019. Dat besluit is een vernedering. De reputatie van Kameroen, in het verleden een belangrijk voetballand, is aanzienlijk aangetast.

Het besluit van de CAF is een teken van hoe het land afglijdt en er dringend ingegrepen moet worden. Tot een paar jaar geleden was Kameroen een land in beweging. Ondanks de vele politieke, economische en sociale problemen was het land vreedzaam en trok mensen aan uit de hele wereld voor toerisme, zaken en onderwijs.

De Universiteit van Dayton had bijvoorbeeld twintig jaar lang programma’s in het land, net als veel andere Amerikaanse universiteiten. Kameroen was ook een internationaal centrum waar grote conferenties, symposia en culturele activiteiten plaatsvonden.

Het land had een belangrijke financiële sector en was gastland voor de vele activiteiten van de Nigeriaanse zakenman Aliko Dangote. Recentelijk was het kandidaat voor auto-assemblagefabrieken van Indiase en Chinese bedrijven. En deze lijst kan nog wel langer gemaakt worden.

Marginalisering
Het conflict met het Engelssprekende deel van de bevolking eist echter zijn tol. Wat drie jaar geleden begon met een vredig protest tegen de marginalisering van Engelstalig Kameroen, werd al snel een gewelddadig conflict. Sommigen eisen een volledige afscheiding om de Republiek Ambazonia op te richten. Kameroen zette het leger in tegen de Engelssprekende separatisten en voorlopig lijkt er geen uitweg uit het conflict.

Biya is als president al bezig aan zijn zevende termijn. Zijn obsessie met een militaire oplossing van de crisis heeft de spanningen verergerd, en ook de ellende van de gewone man.

Achter de rationele conclusie van de CAF dat Kameroen slecht voorbereid is op de Afrika Cup, lag een gevoel dat het land zeer onveilig is. De steden Limbe en Buea, middenin het Engelssprekende deel van Kameroen, zouden de wedstrijden organiseren. Maar ontvoeringen, aanvallen, wegblokkades en moorden in de regio zouden het evenement parten gaan spelen.

Het besluit van de CAF viel samen met een mislukte poging van kardinaal Christian Tumi om vrede te bereiken en een Engelstalige conferentie te beleggen. De dreigcultuur en de weigering van de Kameroense regering om toestemming te geven voor de conferentie, maakten die onmogelijk.

Gewone Kameroeners hebben Tumi gevraagd zijn pogingen niet op te geven. Zij willen dat de conferentie doorgaat. Veel Kameroeners verlangen wanhopig naar een vreedzame oplossing van het conflict.

Intussen verslechtert de situatie in de Engelssprekende regio. Terwijl debatten over de voor- en nadelen van mogelijke oplossingen zoals federalisme, decentralisatie en afscheiden blijven woeden, gaat het leven van gewone mensen door.

Economische en sociale gevolgen
Terwijl strijdende partijen elkaar blijven aankijken en wachten wie het eerst met zijn ogen knippert, vragen weinigen zich af wat de strijd betekent voor de gewone Kameroeners in de regio.

Voor hen is de impact enorm. De grote economische en sociale gevolgen hebben gemeenschappen en hun manier van leven veranderd. Burgers die normaal gesproken voor de kerstvakantie en andere festiviteiten naar huis zouden gaan, doen dat niet meer. Hun uitgaven stimuleerden de economie. Mensen in Kumba en Buea geven aan dat Kameroeners in het buitenland niet meer naar huis komen. Als gevolg daarvan hebben bedrijven zoals hotels het moeilijk.

Er zijn meer economische gevolgen. De belangrijkste faciliteit op het gebied van agribusiness, de Cameroon Development Corporation, het hart van de economie in de regio, ligt in puin. Plantages die palmolie produceren, liggen stil. Arbeiders op bananenplantages en rubberverwerkers werden herhaaldelijk aangevallen. Gezinnen die voor hun inkomsten afhankelijk zijn van cacao, leven nu in armoede.

Een ander verontrustend aspect is de geleidelijke uitholling van belangrijke culturele gebeurtenissen. Begrafenissen zijn belangrijk in de Kameroense cultuur. Maar tijdens gesprekken met mensen bleek dat de tradities rond deze gebeurtenissen onder druk staan. Kameroeners willen traditioneel graag begraven worden in hun geboorteplaats, maar steeds vaker worden ze begraven op willekeurige plaatsen, waar het maar mogelijk is.

Het bezoeken van de graven van vrienden of familie kan dodelijk aflopen. Zo is het vanwege het geweld bijvoorbeeld ondenkbaar om naar Lewoh in Lebialem te gaan.

In Engelssprekende gemeenschappen bestaan basisdiensten zoals afvalinzameling niet meer. Het afval stapelt zich op in de steden. Er liggen karkassen langs de wegen en bedrijven die vanouds ‘s avonds open waren, zijn failliet.

Schoolgebouwen staan leeg. En zowel voor vluchtelingen als intern ontheemden zit een terugkeer naar huis er voorlopig niet in.

Tijd voor herbezinning
De terugkerende beschuldiging is dat de aanpak van de Republiek Kameroen de problemen heeft veroorzaakt. Maar niet alle schuld ligt daar. Ook vanuit de Engelssprekende bevolking is sprake van aanvallen, zij is medeplichtig geworden aan het geweld. Het is dan ook niet vreemd dat gewone Kameroeners steeds vaker direct de vraag stellen of deze revolte daadwerkelijk die voordelen oplevert die hen beloofd zijn.

Bron: The Conversation

Reacties

Geef een reactie