Kronieken uit Congo

Boottocht op de Congo: Mbandaka

Mart Hovens. Na 8 dagen en nachten varen naderen we Mbandaka. Op de oever meer en grotere huizen, golfplaten daken, een auto, nog een auto. Hier leggen we twee dagen aan om te laden en vooral te lossen.

Rolands kamer is hier al een keer ’s nachts opengebroken, en ikzelf heb niet eens een slot aan de binnenkant van mijn hut. Met wat bricoleerwerk werd een slot in mijn verwrongen metalen deur gezet. Met veel trek- en duwwerk kan ik nu van binnen afsluiten. Het geeft een veiliger gevoel. Mbandaka was vorig jaar in het nieuws omdat er vlakbij ebola uitgebroken was. Had dat deze miljoenenstad – zonder enige infrastructuur bereikt – dan was het een humanitaire ramp geworden. Het gebeurde niet. Enige weken later barstte de epidemie in het onrustige Oost-Congo uit en hier zijn al veel slachtoffers gevallen. De medische hulp is daar zelfs tijdelijk stopgezet moeten worden vanwege aanvallen van rebellen.
De stad lijkt meer een groot dorp. Er staan enkele grote gebouwen maar die zijn vervallen. De bomen groeien door het dak. Het tekent de kracht van het oerwoud. Voor het woud loopt de klok vooruit, voor de gebouwen achteruit. Er zijn ook nog wat stenen gebouwen in functie, met de Congolese vlag ervoor. Dit zijn de overheidsdiensten. Midden in de stad een klooster met een vers gemaaid gazon. Een kerkje staat ernaast. Het is druk in de stad, overal lopen mensen met spullen rond. Er liggen veel boten aangemeerd. Het is de enige ontmoetingsplek tussen het diepe woud en de rivier met toegang tot Kinshasa. Mbandaka ligt op de evenaar en was hoofdstad van de Evenaarsprovincie, maar dat laatste is met de nieuwe indeling verloren gegaan. Ook de UN-vredesmacht is vertrokken. Sindsdien overheerst armoede en verval. Er is geen elektriciteit of stromend water.
Wij meren bij de Bralima-haven aan. Twee duwbakken worden losgekoppeld, en een duwbak en de duwboot gaan er parallel naast liggen. Vanaf een prauw filmt Dareck moedig aan alle kanten. Ik word door Roland gewaarschuwd met filmen op te houden omdat de autoriteiten op de kade het water al in de mond loopt. En hij moet ze dan op andere gedachten brengen. De bemanning neemt een knip en scheerbeurt bij de kapper die aan boord geklommen is. Brood, vis en groente worden ingeslagen. Even later kwam de Immigratiedienst bij me aankloppen. Hoe ik de reis vond, of ik Mbandaka mooi vond, en dat ze mijn paspoort nodig hadden om mijn veiligheid te garanderen. Ik heb me voorgenomen om me nergens mee te bemoeien. De kapitein gaat mijn papierzaken regelen. Ik wacht af.
Roland had meteen al 20 dollar betaald om de zaak te smeren. Mijn paspoort was dan ook OK. Helaas had ik echter geen feuille de route: een bewijs dat ik op een goederenboot mee mag reizen. Dat hoeft niet, zei ik (net als altijd bij de douane) want ik werk niet, ik ben gepensioneerd. Ja, dat had hij aan mijn geboortedatum gezien, maar desondanks … Ik werd er zenuwachtig van maar Roland bleef nuchter en bleef koetjes en kalfjes uitwisselen. Na de belofte van een gemeenschappelijk pilsje vanavond, ging de immigratieofficier weer. Nu de andere autoriteiten nog.
Met een aantal wiskundige manoeuvres moest de duwboot onze 3 bakken een voor een aan de kade leggen. Geen enkele bak mag los komen te liggen want dan drijft hij weg. De werkers leggen daarna planken tussen boot en kade. De langere werkers staan op een rij kratjes en pakken de bovenste eraf. Die geven ze naar beneden. Daar worden ze doorgegeven en over de plank gegleden. De plank is al helemaal glad geschuurd. Op de kade worden ze op pellets gestapeld en die worden met de heftruck naar de kant gereden. Af en toe komt een vrachtwagen deze pellets ophalen. Het was gelukkig niet warm. Wel kwamen de werkers bij mij klagen dat ze honger hadden. 'Dan moet je meer eten.' 'Geen geld' (ik ken dat van het park). 'Dan moet je naar je baas.' Onbegrijpelijk staren ze me dan aan. Hoezo? Ik ben toch een baas met geld, ik ben toch blank! 'Het is meneer Heineken', zei toen ook nog een bemanningslid.
’s Avonds bleek het slot niet te werken en maakte ik de deur dicht door de klink met mijn kettingslot aan de hometrainer vast te maken. Eigenlijk overbodig want er zat een wacht vlakbij die de hele nacht de radio keihard aan had staan. Een stuk melodieuzer dan de brullende motoren van de afgelopen dagen, dat wel.
De volgende ochtend ligt een boomstamboot naast ons in de haven. Bovenop de gigantische stammen veel vrouwen en kinderen. Ze hebben stokken tussen de stammen geduwd en muskietennetjes opgehangen. Eén heeft zelfs een tentje op de stammen gezet. Of het lekker slaapt, weet ik niet. Op onze boot zijn de werkers alweer druk bezig kratjes over de gladde planken naar de kade te schuiven. Ze hebben veiligheidskleding aan en helmen met een scherm voor het gezicht op. Dit om gezeur met de arbeidsinspectie te voorkomen. Het lijkt me erg heet. Later zie ik dat ze weer hun gebruikelijke kloffie aan hebben. Vandaag zullen de laatste van de 15.000 kratten Primus, Cola, Fanta en Turbo King (een donker en sterker bier) gelost worden. Uit het ruim komen dozen export-Heineken voor de rijkere consument. Marktvouwen verzamelen zich op de boot. Uit het ruim komen nu ook andere artikelen als zakken meel, matrassen, planken, en dozen Made in Taiwan. De vrouwen gillen hun aanwijzingen naar de sjouwers.
Dareck, Roland en ik gingen boodschappen doen. Ondanks de schaduw van de oerwoudbomen was het drukkend heet. De hoofdstraat is modderig. Aan weerszijden stalletjes met wat verse groenten, zeep en cosmetica, traditionele medicijnen (zoals krokodillen- en adelaarsschedels), rupsen, oerwoudvruchten, varkenskoppen vol vliegen, en levende geiten. Er waren Chinese en Indische winkeltjes. Hun veelal elektronische producten (in een stad zonder elektriciteit) stonden achter glas. Jongemannen dromden voor de vitrines en bediscussieerden de prijzen. Onbetaalbaar voor hen, denk ik. Wijzelf hielden het bij tomaten, uien, komkommer, mango’s en brood, alles vers. Op de terugweg had ik veel last van mijn heup en nam ik een fietstaxi (0,30 € voor ongeveer 1 km). De fiets had een fel gekleurd kussentje op de bagagedrager, slechts één volledige trapper, en de rem bestond uit het schuiven met de slippers over het zand.
Thuis kwam het bericht dat het evenement op de Nederlandse ambassade waarop onze film gedraaid zou worden van de 14 de december naar januari verplaatst is. Misschien door de berichten van onlusten bij de verkiezingen, ik weet het niet. Het komt me ineens slecht uit, en Dareck ook. Allebei wilden we rond half december terug zijn in Kinshasa. Hij zal wel terugvliegen. Ik weet het nog niet. Ik laat het even afhangen van mijn gezondheid. Vanaf dat ik naast de scheepsmotor slaap, hoest ik. Dit wordt steeds erger. Het is de zwarte rook die uit de uitlaat komt, denk ik. Roland vindt het uitstel wel fijn zo. Geen stress met het halen van vluchten, die dan al dan niet geannuleerd worden, en niet als nood een busrit van Bumba naar Kisangani (nauwelijks een begaanbare weg, vele riviertjes zonder brug, minimaal 4 dagen). Van het vliegtuig kun je minder op aan dan op onze boot, dus Roland raadde me aan gewoon op de boot te blijven. Bovendien kun je beter op de boot zitten dan dagenlang in je eentje in een klein Congolees stadje wachten. Ik ga voorlopig voor Kisangani en dus ook voor de aankoop van opgezette dieren voor ons park.

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *