Kronieken Uit Congo

Boottocht op de Congo: Lisala

Mart Hovens. Vanochtend regen en wind bij het opstaan. Beide oevers lagen verscholen in een witte waas. Het rivierwater was zwart bespikkeld. Ik kleedde me ze dik mogelijk aan en staarde naar buiten. De Congo, een van de langste en diepste rivieren ter wereld.

Het wordt hier nooit de Congo maar le fleuve genoemd, de rivier, het behoeft geen verdere aanduiding. Het land Congo is het hart van Afrika, het Heart of Darkness, alles komt hier samen: de ellende, het optimisme, de corruptie, de rijke natuur, de muziek, de machtswellust, de armoe, de rijkdom. De rivier de Congo is het hart van het land, zijn stroomgebied omvat het hele land: het is de ontmoetingsplaats, de snelweg, de supermarkt, de eiwitbron, de aanvoerroute van het leger en van revoluties. Hij stroomt van het uiterste zuiden noordwaarts, door uitgestrekte moerassen, door lege savannen, en buigt dan westwaarts en zuidwaarts door het overweldigende evenaarswoud (la forêt genoemd, het stuk dat wij varen) om tussen Kinshasa en Brazzaville een meer te vormen en daarna via stroomversnellingen en watervallen in de oceaan te plenzen. De Inga-waterval kan energie voor heel Afrika leveren … kan … zou kunnen … als het land beter en eerlijker bestuurd zou worden. Bij de monding waaieren het bruinkleurige slib en de hyacinteilandjes nog honderden kilometers in de Atlantische oceaan uit.
De Congo is hier erg breed, tientallen kilometers. De zandbankeilanden zijn groot, een soort Waddeneilanden. De zon begint door de grijze lucht te pieken. Als ik in de verte kijk, lijken de prauwen en hyacinteilandjes vanwege het opwarmende water boven de rivier te zweven. Hun spiegelbeeld zit in het water. Ik voel me een soort Stanley die de rivier aan het ontdekken is. Stanley had het overigens iets moeilijker. Zijn tocht duurde langer, er waren geen geneesmiddelen tegen malaria, er woonden wilde stammen die hem met speren en pijlen bekogelden, en hij had geen idee waar hij uit zou komen. Men dacht toen nog dat de bovenstroom van de rivier uiteindelijk de Nijl zou worden.
Op het dek krioelden alweer de meervallen met hun lange dikke snorharen. Dankzij een extra ademhalingsorgaan, nodig om in de droge tijd in de modder te overleven, blijven ze aan boord vers (in leven dus). Er lopen ook drie zwarte varkentjes rond. Uit een kookpot steekt het onbehaarde hoofdje van een aap, ik denk een makaak. Er omheen dobberen de handjes, voetjes en ribbenkast. Ik zie weinig illegaal gevangen wild. Het meeste wild gaat de andere kant op, naar Kinshasa. Verderop hoor ik gekir. Twee grijze roodstaartpapegaaien zitten in een gevlochten kooitje. Zij worden als huisdier verkocht omdat ze snel leren ‘praten’ maar het is sinds kort een beschermde diersoort. Het is duidelijk dat de bewoners veel meer aan boord brengen dan waar vraag naar is. Onze boot heeft nu eenmaal maar een fractie aan kopers aan boord vergeleken met de andere duwkonvooien en baleinières. Ik hoor nu ook voor het eerst dat men me ‘Pingpong’ in plaats van ‘mundèle’ noemt. Pingpong is een Congolese komiek met wild uitstaand wit haar. Blijkbaar bekend tot in het stopcontactloze oerwoud.
In de palmen langs de route hangen weversnestjes. De vogeltjes vliegen ijverig met stukjes palmbladnerf op en neer om hun nest te vervolmaken, anders keurt het vrouwtje het af. Meer en meer palmgieren vliegen statig boven de oevers. Tegen de avond verschijnen honderden zwaluwen die met allerlei capriolen de insecten boven de rivier vangen. De echte biodiversiteit van het woud is achter de groene muur te vinden. Het was een sombere, bijna Nederlandse herfstdag. Grijze wolken en druilerige regen. Om half zes was het al donker. Normaal gesproken wordt het boven de evenaar om 6 uur binnen een mum van tijd donker, alsof de lichtknop uitgedraaid wordt. ’s Ochtends om 6 uur gaat het weer aan. Een schemering of een seizoen kennen de tropen niet.
De dag erna weer de eindeloze bruine watervlakte met af en toe het groen van een pluk waterhyacinten met gras erop. Weer de eindeloze groene muur met af en toe een bijen- of mierennest, een kleurige bloem of vlinder, of een rieten hutje op palen. De helft van de hutjes is door de stroming ingezakt. Bij de bewoonde hutjes spelen kinderen in het water. In de deuropeningen staren volwassenen naar buiten (ik staar natuurlijk ook met mijn verrekijker naar hen). Wat doen ze de hele dag? Ik vond het wachten op het vertrek van deze boot al zeer vervelend. Ik had niets om handen. Maar deze mensen hebben geen hometrainer, laptop, radio, tv, boeken. Ze kunnen geen ommetje maken, ze kunnen alleen maar naar en van passerende boten varen. En er zijn nog maar heel weinig boten die ons passeren op dit stuk rivier. Als deze levensader wegvalt, zoals noodgedwongen even bij de ebola-uitbraak in Mbandaka, valt het leven hier weg.
Soms vaart onze boot vrij dicht langs de hutten. Ik kan dan wat van het interieur zien. Vaak gekleurde doeken aan de muur en een opengeslagen doek voor de deuropening. Rieten krukjes zoals ik ze op de boot zag. Buiten een terrasje met matten waarop maniok ligt te drogen. Soms zie ik de vrouwen maniokwortel stampen. Eerst wordt het geweekt en geperst om het giftige blauwzuur eraan te onttrekken. Na het stampen wordt het met water aangemaakt en langdurig – onder het voortdurend omscheppen van de hete massa – gekookt. De pasta wordt in een bananenblad gerold en je hebt het nationale gerecht: chikwangwe. Het wordt vaak gegeten met gekookte blaadjes, pundu, en in blad gekookte vis met wat kruiden, liboke. Aan de waslijn of het waslatje hangen de kleren te drogen. Tussen twee hoge palen is een visnet gespannen, net alsof ze ieder moment kunnen gaan volleyballen. Ik hoor dat dat ’s nachts de vogels moet vangen. Oma en/of opa zitten op een balkje voor het huis. Kinderen spelen in het water. Jonge vrouwen vlechten elkaars haren tot antennes zoals die van marsmannetjes. De jongemannen zitten in de prauw in afwachting van een passerende boot. ’s Nachts wordt met koplampjes op gevist.
We kwamen rond 18 u in Lisala aan. Nog 100 km tot Bumba en 500 km tot Kisangani. Weer een dilemma over wat we hierna gaan doen. Roland en Dareck willen – ondanks het cancelen van het ambassade-evenement – toch vanuit Bumba terug proberen te vliegen. Ik had me net op Kisangani ingesteld. Met hen mee teruggaan heeft het voordeel dat ik zeer ruim op tijd voor mijn terugvlucht naar Nederland in Kinshasa ben. En ook dat ik niet in mijn eentje de autoriteiten in Kisangani te woord moet staan. Maar ik heb niet zo’n zin in een week Kinshasa, mede omdat ik er niet kan bewegen (geen fiets, geen hometrainer, geen buurt voor wandelingetjes). Het voordeel van doorreizen is dat ik de hele reis volbracht heb en de opgezette dieren kan kopen. Het nadeel is dat ik in Kisangani er in mijn eentje voor sta. En dat er altijd alsnog iets fout kan gaan waardoor ik uiteindelijk te laat uit Kisangani kan vertrekken. Tot nu verliep het voorspoedig maar we zijn hier niet in Nederland, integendeel. De reis Bumba-Kisangani is meer van hetzelfde, dus om het landschap hoef ik het niet te doen. Ook Kisangani heb ik al eens bezocht, inclusief de beroemde Wagenia-watervallen en -vissers. Wordt vervolgd.
Lisala is een stadje en dus gingen we naar het café. Ambiance! Zwoele vrouwen dansten soukous op een podium, hete mannen konden niet kiezen tussen de vrouwen en de Champions League voetbalwedstrijd op de tv en gingen dus voor de koude drank, onze bemanning dronk te veel en wankelde op de dansvloer, de dj bleef op hoog volume opwindende Congolese muziek draaien, de vrouwen bleven erotische bewegingen maken. Mijn hoofd tolde.

Reacties

2 Replies to “Boottocht op de Congo: Lisala

  1. Ja prachtig, bedankt. Maar is het niet ook het land van de zeldzame speciale metalen, die wij hier in de westerse wereld nodig hebben o.a. voor de fabricage van “”smart phones”””? ( Heb ik overigens niet , nodig ) En, hoe worden die “gedolven”…

  2. Weer een mooi verhaal. Boeiend geschreven. Congo is een intrigerend land. Een politiek schandaal dat het zo slecht bestuurd wordt. Of de nieuwe president daar iets aan gaat veranderen? We zullen zien. Het zal me wel verbazen, maar in Congo is alles mogelijk. Of onmogelijk?
    Dank Mart Hovens voor weer een fascinerende kijk in het ‘hart van Afrika’!

    Fred van der Kraaij

Geef een reactie