Kronieken uit Congo

Boottocht op de Congo: het wachten

Mart Hovens. Onlangs besprak Miriam Grootscholten op deze plek het boek Blauw Hout. In het tweede hoofdstuk vaart Roland Verbiest met de Primus 1 van Kinshasa naar Kisangani (in de Democratische Republiek Congo). Vorige maand voer ik op dezelfde route mee. Ik doe hier de komende tijd verslag van.

Het idee van de reis lag buiten ons. Cineast Joop en fotograaf Henk hadden deze tocht op hun bucketlist staan. Ik bracht hen in contact met Roland en zou zelf ook meegaan. Het zou de afsluiting worden van mijn verblijf in Congo. Voor Roland was het de gelegenheid om een oude legende (die hij ook in Blauw Hout beschrijft) terug te brengen naar de bron: Lisala.
Joop en Henk haakten echter – om verschillende redenen – af. Joop gaf me een camera maar ik heb zoiets nog nooit vastgehad, dus Roland huurde de Congolese professional Dareck in om te filmen. Hij regelde ook een subsidie bij Heineken (we zouden een promotiefilmpje voor hun Primusbier opnemen) en de Nederlandse ambassade (voor een bijeenkomst over verantwoord ondernemende Nederlandse bedrijven). We zouden begin oktober vertrekken.
Maar er gebeurde wat ik in Nederland al vreesde: de bootreis werd iedere dag een dag uitgesteld. Ik had mijn terugvlucht al verplaatst naar de dag vóór het aflopen van mijn visum. Ik vreesde dat we dat zelfs niet zouden redden. Het leek op 30 jaar geleden toen 3 weken lang de boot over dezelfde Congo ‘demain’ vertrok. Uiteindelijk kwamen we de dag voor het aflopen van het (toen nog) Zaïrese visum aan de Tanzaniaanse grens terecht.
Toen de Primus 1 op 18 oktober eindelijk uit Kisangani in Kinshasa terugkwam, werd hij meteen aan de ketting gelegd. Er moest nog achterstallige belasting betaald worden en Heineken moest een matroos nog uitbetalen. Bovendien voldeed een duwbak niet aan de normen van de havenautoriteit. Dit is de periode dat er geld binnengehaald moet worden in Congo want na verkiezingen hebben de ambtenaren van de belasting, rechtbank of veiligheidsdienst misschien niet meer zo’n lucratieve baan.
Roland doet zijn best, dat zie ik wel, maar de werkelijkheid is hier erger dan stroop. Niks gaat gemakkelijk vooruit, alles loopt vast in stroperige procedures, administraties of juridische kwesties. De havenautoriteit weet dat de boot wil vertrekken. Iedere dag in de haven kost immers geld. Dat geeft hen macht en zo slaan ze er een slaatje (wat? Een hele salade!) uit.
12 November waren de 3 duwbakken geladen. ’s Middags belde Roland. Heineken had de kratjes die ingeladen waren, nodig. De trein met containers met bier voor Heineken-Bralima was gestrand. Er moesten vrachtwagens die 2 containers in Matadi gaan ophalen. Maar … omdat ze hier op de brouwerij geen voorraad meer hebben, komen ze 2 containers van de nu eindelijk klaarliggende boot halen … die daardoor voorlopig niet kan vertrekken. Enorm balen! Wat een groot avontuur moet worden, wordt zo meer het eeuwig wachten op een groot avontuur. De cruise op de Congo dreigt een kruis te worden.
Plannen in Congo, een contradictio in terminis. Aan de andere kant is het ongelooflijk wat sommigen (Congolezen als Kadima van het dierenpark en buitenlanders als Roland) hier toch tot stand brengen. Inmiddels hangt het er zelfs om of ik het aflopen van mijn visumperiode (17 dec.) haal. Heel vervelend want een verlopen visum doet vele harten hier sneller kloppen. En dan zijn er 23 december ook nog de verkiezingen en dat betekent dat je afgeraden wordt te reizen en zelfs dat de luchthaven gesloten is.
Wachten. Het voelt als verloren tijd, maar wat is dat eigenlijk? Ik weet niet hoe oud ik word, dus ik kan er niet vanuit gaan dat ik minder tijd in mijn leven overhoud. Misschien moet ik meer als een Congolees leren denken: over tijd hoef je je nooit druk te maken, net als zuurstof is het er altijd volop. Ik ga het proberen maar ik vrees dat 67 jaar opgroeien met ‘tijd is geld’, ‘op tijd komen’, ‘afspraken nakomen’, ‘geen tijd verliezen’ en ‘ledigheid is des duivels oorkussen’ het moeilijk maakt. Ik staar naar de overkant van de straat. De jongen die onder een parasolletje beltegoed verkoopt, heeft zo’n 10 klanten per dag. Daar verdient hij misschien 5 $ mee, in ieder geval genoeg om te eten. De wacht naast hem moet zijn stoel verschuiven om in de schaduw te blijven. Hij laat af en toe een auto door en houdt dan het verkeer tegen. Daarvoor ontvangt hij een kleinigheidje van de chauffeur. Voor de rest zit hij stil. De kapper heeft het meest te doen. Om het uur knipt of scheert hij wel iemand. Maar al met al zitten ze alle drie vooral stil voor zich uit te kijken, de hele dag, in alle rust. Nu ik nog.

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *