Yvonne in Burkina

Agrarische ondernemers

Yvonne Zomerdijk. Hoe creëer je werkgelegenheid in een land waar tweederde van de jongeren geen betaald werk heeft en een groot deel niet of nauwelijks onderwijs heeft gevolgd? Niet door het opzetten van allerlei grote, prestigieuze projecten, maar door aan te sluiten bij de mogelijkheden en interesses van de bevolking en wel op heel basaal niveau zodat zij zelf nieuwe mogelijkheden willen uitproberen.

Ontwikkeling is niet mogelijk zonder bewustwording en mentaliteitsverandering. Dit is een moeizaam, langdurig proces. Voor ons is het zo gemakkelijk om even een oplossing te bedenken. Maar onze oplossingen werken meestal niet in Burkina omdat ze niet aansluiten bij de mogelijkheden en het begrip van de doelgroep waarvoor de hulp bestemd is. Er wordt wel eens gezegd: 'Hoe meer je weet, hoe meer je gaat beseffen hoe weinig je nog weet'. Maar ook: 'Wat je niet kent, dat mis je ook niet'.
Veel plattelandsbewoners in Yatenga, vooral vrouwen, weten niet meer dan het leven in hun dorpen en de overgeleverde tradities. Groter is hun wereld niet.

In de Mossi dorpen op het platteland leeft men al eeuwen op dezelfde manier: op een lapje grond verbouwt men in de regentijd het voedsel voor de familie. Behalve de traditionele hak, heeft men geen gereedschap. Het is zwaar werk om de harde, uitgedroogde grond geschikt te maken om in te zaaien. Om het werk te doen, zijn grote families, dus veel kinderen, nodig.
De landbouwtijd is alleen in het regenseizoen. In juli wordt de grond geploegd en als de regens komen wordt de grond ingezaaid. De oogst is eind oktober. Maar van november tot juni is er van oudsher weinig te doen. Mannen trekken in de droge tijd weg om te proberen ergens geld te verdienen. Maar weinigen hebben het benul om datgene wat ze elders zien, over te brengen naar hun eigen situatie.
Als de regens onvoldoende zijn, volgt een voedselcrisis. De meeste boeren verbouwen onvoldoende om reserves aan te leggen. En als ze een goede oogst hebben, is het geld nodig voor scholing van de kinderen of gezondheidszorg. Groente en fruit werd alleen gezocht in het bos.
Ditzelfde geldt voor de Peul, de veehoeders die met hun kuddes door het land trekken. De traditionele veehouderij is alleen voor eigen consumptie. Het vee is hun rijkdom, maar de dieren zijn mager en slecht verzorgd. Als de veehouders geld nodig hebben voor gezondheidszorg verkopen ze een dier, maar het vlees levert weinig op.

Onze partner DSF is al jaren bezig om de volwassenen te alfabetiseren en de kinderen naar school te sturen, zodat de mensen leerbaar worden. Alfabetisering gebeurt in de droge tijd. Het merendeel van de cursisten is dan ook vrouw. Tijdens de alfabetisering krijgen de volwassenen korte cursussen in beter beheer van hun land en vee, maar ook over het belang van ander voedsel in de droge periode. Met hulp van verschillende ontwikkelingsorganisaties zijn kleine stuwdammen aangelegd om water vast te houden en tuinbouw mogelijk te maken. Irrigatie gaat voornamelijk met een gieter. Een zware en tijdrovende klus: de hele dag lopen de tuinbouwers in de hete zon met hun gieter van de put naar het land en omgekeerd.
Maar we gaan weer een stapje verder. Op dit moment voert DSF het 'Programma Multi-Acteurs' (PMA) uit, een meerjarig programma dat DSF in samenwerking met de nationale coördinator van het CCEB-BF en met financiering door een Oostenrijkse ontwikkelingsorganisatie. Het doel is om een keten op te zetten van kwalitatieve voedselproductie en verwerking.

In het PMA traint DSF 135 jonge mannen en vrouwen tot agrarische ondernemers. Het zijn jonge mensen uit kansarme plattelandsfamilies. Stap voor stap wordt hen geleerd om op een effectievere manier hun grond te bewerken of hun vee te houden. In het eerste jaar kregen de tuinbouwers een motorpomp met leidingen en brandstof, zaaigoed en mest. Ze leren om bedden aan te leggen met dijkjes er om heen. Tussen de dijkje lopen kanaaltjes. De waterpomp pompt het water de kanaaltjes in vanuit een meertje of waterput. De boer breekt een dijkje open en het water stroomt in het bed. Daarna sluit hij het dijkje weer en gaat naar het volgende bed. De boer kan zo in zijn eentje een groot veld onderhouden. Ook leren ze om fruitbomen te enten zodat de bomen grotere vruchten geven die op de markt meer opleveren dan de wilde vruchten.

De veehouders krijgen jonge dieren, krachtvoer en materiaal om een omheining te maken waarin het vee gehouden wordt. Ook worden de dieren ingeënt. Als ze flink gegroeid zijn, worden ze verkocht.

Een aantal deelnemers heeft kuikens gekregen van een beter soort dan de renkippen die overal in de dorpen rondscharrelen. Daar zit bijna geen vlees aan. De eerste keer dat ze me in het lokale restaurant vroegen of ik een kip wilde eten, zei ik dat een halve wel genoeg was. De bediende stond me vreemd aan te kijken. Dat had iemand blijkbaar nog nooit gevraagd. Mijn tafelgenoten lachten. Even later was wel duidelijk waarom: een hele kip, maar je moest flink kluiven om er nog wat vlees vanaf te krijgen! Dee nieuwe kippen worden in een kippenhok gehouden en krijgen krachtvoer, zodat er meer en beter vlees aan het dier zit.

Maar alleen met productie ben je er niet. In het verleden waren de boeren afhankelijk van malafide handelaren die de oogst voor een schijntje opkochten. Door de training zijn de jongeren zich bewust van de marktprijzen. Ze hebben geleerd hoe zij hun onderneming financieel moeten beheren.

Ook wordt aan het einde van het tuinbouwseizoen een grote tuinbouwtentoonstelling gehouden waar de jongeren hun producten laten zien en zo mogelijk andere boeren enthousiast krijgen om hun methoden te verbeteren. De deelnemers uit het programma hebben hun hele oogst voor een goede prijs kunnen verhandelen.

De grootste groep jongeren in het PMA wordt dus getraind in betere veeteelt- en tuinbouwmethoden. Een deel wordt getraind in conservering, transport en verwerking van de producten. Met elkaar vormen ze vier coöperaties. Sinds een paar maanden heeft een van de deelnemers een 'moderne' slagerij geopend voor de verwerking en verkoop van het vlees van de (pluim)veehouders uit de coöperatie. Nu had ik bij het woord 'modern' een ander beeld, maar voor hier is het een flinke stap vooruit.

Voor onze tuinbouwers zit het werk er op dit moment op. De oogst is binnen en verhandeld. De jonge mensen zijn heel trots. Ze hebben geld verdient, een motor kunnen kopen, het schoolgeld van hun kinderen kunnen betalen.

Een van de jonge mannen vertelde dat hij nu een heel gelukkig huwelijk heeft: de geldzorgen zijn weg en de familie leeft in harmonie. Hij peinst er niet meer over om weg te trekken om ergens anders geld te proberen verdienen. En nu iedereen eenmaal ervaren heeft dat je zelf iets kan doen om je situatie te verbeteren, zijn ze enorm leergierig geworden. Onze nieuwe opleiding rurale mechanica sluit hier prachtig bij aan. De werkplaats is klaar en de benodigde machines en gereedschappen zijn aangeschaft. De reguliere opleiding begint pas in het nieuwe schooljaar. Maar op dit moment worden de tuinbouwers getraind in het onderhoud en de reparatie van hun motorpompen. Een zeer welkome training met 17 cursisten: 8 jonge mannen en 9 jonge vrouwen! Ze zijn razend enthousiast. Een van de vrouwen vertelde: 'Ik kom uit Thiou, 35 kilometer van Ouahigouya. Ik heb een groot uienveld en pomp het water uit een put. Toen mijn motorpomp kapot ging, moest ik een tricycle huren om naar de mecanicien in Ouahigouya te gaan. Dat kostte veel geld. Als mijn motorpomp nu kapot is, kan ik hem zelf maken. En hij zal niet zo snel kapot gaan, want ik weet nu hoe ik hem moet onderhouden!

En de Burkinese uien zijn tien keer lekkerder dan de Hollandse! Welke ondernemer ziet hier handel in?

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *