Nieuws

Afrikaanse rangers vechten met één hand op de rug

WWF-Netherlands. Rangers in Afrika doen levensgevaarlijk werk, maar het ontbreekt hen aan een goede uitrusting en training. Ze voelen zich ondergewaardeerd en onderbetaald. Dat blijkt uit een groot onderzoek naar de werkomstandigheden van rangers in Afrika. WNF presenteerde de uitkomsten op 22 mei jl. op het World Ranger Congress in Colorado (VS). Eerder dit jaar werden soortgelijke bevindingen bekend gemaakt over rangers in Azië.

WNF ondervroeg 570 rangers in 12 Afrikaanse landen, werkzaam in 65 verschillende beschermde wildgebieden op het continent. Maar liefst 82 procent verkeerde ooit in een levensbedreigende situatie door een confrontatie met stropers of met wilde dieren. Daarnaast zegt 75 procent wel eens bedreigd te zijn geweest door leden van de eigen gemeenschap.

Moed is niet genoeg
De stroperijcrisis in Afrika is immens. Het afgelopen jaar zijn in Afrika ongeveer 30.000 olifanten en het recordaantal van 1.338 neushoorns gedood. De Afrikaanse rangers voelen zich slecht toegerust op hun taak het wild te beschermen en stropers te bestrijden. Ze vinden dat ze een slechte uitrusting hebben (59 procent) en onvoldoende getraind zijn (42 procent). De parkwachters hebben niet alleen wapens en voertuigen nodig, het ontbreekt hen tijdens patrouilles aan basale voorzieningen als voedsel, schoon drinkwater en tenten.
De Afrikaanse parkwachters vechten met één hand op de rug, zo vat WNF’s Afrikadirecteur Fredrick Kumah het probleem samen. ‘Moed is niet genoeg. Deze mannen en vrouwen moeten kunnen rekenen op de beste uitrusting en training. Alleen dan kunnen ze zichzelf en het wild beschermen.’

Lang van huis
Naast praktische zaken als uitrusting en training verdienen de arbeidsomstandigheden van rangers alle aandacht. De rangers worden dagen, zo niet weken op pad gestuurd. Ze zien hun gezinnen maar vijf tot tien dagen per maand (47 procent) of zelfs minder dan vijf dagen per maand (30 procent). WNF vroeg de Afrikaanse rangers wat zij het slechtste aspect van hun werk vinden. Voor 19 procent is dat het salaris: het is te laag om goed van rond te komen en/of komt onregelmatig binnen. Anderen noemen de gevaarlijke werkomstandigheden (12 procent) en het gebrek aan waardering voor hun werk (10 procent). Maar stoppen, daar denken de meeste rangers niet aan. Ze houden van hun werk in de natuur (13 procent) en zijn er trots op dat ze de wet handhaven (13 procent).

Erkenning voor gevaarlijk werk
Het Ranger Congress in Colorado waar het rapport uitkwam, stelt de mannen en vrouwen uit het veld in staat om kennis en ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren. Het congres geeft de rangers een stem en een gezicht en de waardering en erkenning voor hun werk, die ze doorgaans missen. WNF maakte het voor een twintigtal rangers uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika mogelijk om ook aanwezig te zijn bij de bijeenkomst.

De ervaringen van rangers in Afrika komen overeen met die van hun collega’s in Azië, waarvan het onderzoek afgelopen maart verscheen. In Zuid-Amerika is een vergelijkbaar onderzoek uitgevoerd, dat binnenkort verschijnt.

Download hier het rapport Ranger Perceptions Africa

Meer artikelen over

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *